Ethiopië zet in op vrede en nodigt buitenlandse investeerders uit

Ethiopië

Met ruim 100 miljoen inwoners is Ethiopië het grootste land in de instabiele Hoorn van Afrika. Nu heeft de nieuwe leider de noodtoestand opgeheven en ingrijpende hervormingen aangekondigd.

Na zijn aantreden in april bezocht premier Abiy Ahmed onrustige regio’s in Ethiopië, waaronder de stad Ambo in Oromia. foto Tiksa Negeri/Reuters

De nieuwe Ethiopische premier Abiy Ahmed zet zijn hervormingskoers op volle snelheid voort. Dinsdag werd bekend gemaakt dat de in februari afgekondigde noodtoestand in het land wordt opgeheven. Daarnaast zegde Abiy Ahmed toe dat Ethiopië een in 2000 getekend vredesverdrag met aartsvijand Eritrea volledig zal naleven. En hij kondigde aan dat de door de staat geleide economie open wordt gesteld voor buitenlandse investeerders.

Temidden van grote sociale onrust in het land werd Abiy Ahmed (41) afgelopen maart door het regerende Ethiopisch Revolutionair Democratisch Volksfront (EPRDF) naar voren geschoven als premier. Bijna twee jaar lang demonstreerden jongeren voor meer politieke openheid en bestuurlijke hervormingen in het land. Bij de protesten vielen doden. Vanaf zijn officiële aantreden, begin april, ontpopte de nieuwe premier zich als een hervormer. Hij liet tienduizenden politieke gevangen vrij en maakte direct na zijn aantreden een rondreis langs de door onrust geplaagde gebieden. Daar werd hij enthousiast ontvangen.

Lees ook: ‘Deze premier luistert wél naar Ethiopiërs’

Autoritair bestuur

Belangrijke test voor zijn hervormingsgezindheid was of Abiy Ahmed de noodtoestand zou opheffen, uitgeroepen door zijn voorganger. Dat is nu gebeurd en zo laat hij de teugels vieren in het van oudsher uiterst autoritair bestuurde Ethiopië. Met de stap lijkt de premier een belangrijke ronde te hebben gewonnen in het machtsspel met de nog immer invloedrijke militairen en veiligheidsagenten in het staatsapparaat en de regeringspartij.

De belofte dat Ethiopië zich zal houden aan het vredesakkoord uit 2000 met Eritrea kan een andere belangrijke doorbraak betekenen. In het hardnekkige conflict met het buurland vielen tijdens de anderhalf jaar durende grensoorlog vanaf 1998 honderdduizend doden. Die grensoorlog draaide om een onvruchtbaar, dor gebied bij het stadje Badme en werd vooral gevoed door nationale trots aan beide kanten. Analisten spraken wel van een gevecht van twee kale heren met een kale kop om een kam.

Tienduizenden soldaten

Beide landen houden nog steeds tienduizenden soldaten gelegerd langs hun grenzen. In Eritrea ontvluchten jongeren massaal het land, onder andere omdat ze gedwongen worden in dienst te treden. Die mobilisatie wordt in stand gehouden met het oog op de sluimerende grensoorlog met Ethiopië.

In militair opzicht kwam Ethiopië als winnaar te voorschijn uit het grensconflict, maar bij het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag verloor het de vrede. Volgens een door het Hof opgestelde vredesregeling moest Ethiopië het gebied rond het grensstadje Badme opgeven, maar dat heeft het tot dusver geweigerd te doen.

Als in die houding een verandering komt en Ethiopië daadwerkelijk zijn legermacht van de grens terugtrekt, komt er een einde aan een periode van jarenlange sporadische grensgevechten. Ook houden beide landen dan mogelijk op met het geven van steun aan verzetsbewegingen over en weer – een beproefde methode om elkaar dwars te zitten. Een jarenlang etterende wond in de Hoorn van Afrika kan dan eindelijk genezen.

Het roer gaat om

De tegelijkertijd aangekondigde hervormingen van de economie zijn spectaculair, en kunnen vergaande gevolgen hebben voor de manier waarop het land wordt bestuurd. In het land van ruim honderd miljoen zielen regeren de leiders van oudsher op harde, dirigistische wijze met nauwelijks inspraak voor de bevolking. De staat en de partij controleren de economie met nauwelijks inbreng van de privésector.

Maar als de plannen voor een meer open economie worden doorgevoerd, mogen buitenlandse investeerders voortaan minderheidsaandelen verwerven in mammoetbedrijven als Ethiopian Airlines (Afrika’s grootse luchtvaartmaatschappij) en Ethio Telecom. Andere sectoren, zoals de spoorwegen, hotels en de suikerindustrie, staan nu zelfs volledig open voor buitenlandse investeringen.

Het regerende EPRDF en de staat behielden altijd het monopolie in de politiek en de economie. Dat bracht voor een lange periode hoge economische groei en stabiliteit. Onder de druk van groeiende onrust gaat het roer nu om. Maar de vraag blijft of ook de oude garde binnen de partij daarin mee wil gaan.

    • Koert Lindijer