Ecologisch boeren in ruil voor grond

Natuurbeheer Staatsbosbeheer maakt afspraken met boeren: wie zijn vak natuurvriendelijk bedrijft, mag extra natuurgrond pachten.

Met het pachten van natuurgrond van Staatsbosbeheer, zoals bij de Reeuwijkse Plassen, is de boer verplicht bepaalde natuurdoelen te halen. Foto Rien Zilvold

Alle koeien hebben namen. Ardy de Goeij staat naast een pasgeboren kalf in de stal en raadpleegt zijn telefoon. „Dit is Nellie 158.” De biologisch melkveehouder is een van de veertig boeren met wie Staatsbosbeheer vanaf donderdag contracten sluit: wie belooft op zijn hele bedrijf natuurvriendelijk te werken, mag extra natuurgrond pachten van Staatsbosbeheer. „Zodat de natuur in de hele omgeving er beter van wordt”, zegt boswachter Luuk Oevermans.

We zijn in Oukoop, een vlek bij de Reeuwijkse Plassen in Zuid-Holland. Uit dit veeweidegebied zijn na een ruilverkaveling vijftien jaar geleden de meeste boeren vertrokken. Sindsdien beheert Staatsbosbeheer er veel natuur. Je kunt er mooi wandelen, toegezongen door weidevogels als grutto, tureluur en kievit. De Goeij besloot bij de ruilverkaveling niet te vertrekken. „Ik was te zeer gehecht aan dit prachtige gebied, en mijn vrienden en familie”, zegt hij.

Hoe meer grond, hoe natuurvriendelijker je kunt boeren. De Goeij, getrouwd en twee kinderen, heeft 148 melkkoeien plus jongvee. Ze grazen op zijn eigen 106 hectare grond en sinds kort heeft hij nog eens 80 hectare gepacht van Staatsbosbeheer.

Het aantal koeien is daardoor relatief laag, de zogenoemde beweidingsdruk bedraagt bij De Goeij gemiddeld minder dan één koe per hectare. Ook gebruikt hij weinig mest. Alle mest komt uit de eigen potstal. De mest bestaat uit riet, stro en uitwerpselen en is goed voor de biodiversiteit op het land. „Er zitten veel wormen in, en insecten”, zegt De Goeij. Voor het ideale mengsel in zijn potstal koopt de Goeij nu nog riet uit Frankrijk, maar straks gaat hij het riet uit de Reeuwijkse Plassen gebruiken. „Wat is er nu mooier dan dit riet daarvoor te gebruiken?” zegt boswachter Oevermans.

Staatsbosbeheer verpacht ongeveer 50.000 hectare natuurgrond aan boeren. Maximaal 4.000 hectare kan in aanmerking komen voor pacht aan „gemotiveerde” natuurboeren die zich verplichten ook op de rest van hun bedrijf ecologisch verantwoord te werken. Staatsbosbeheer wil met de veertig experimenten een bijdrage leveren aan de „transitie” naar een meer „natuurinclusieve landbouw”. Officieel: „Het leveren van een bijdrage aan behoud en ontwikkeling van biodiversiteit in Nederland via extensievere landbouwbedrijven ook op de naast het natuurgebied gelegen landbouwgronden van de boer zelf.”

Zoals Ardy de Goeij. Hij gebruikt kunstmest noch bestrijdingsmiddelen. Onkruid gaat hij mechanisch te lijf; een machine snijdt de koppen van het onkruid weg zodat er geen zaden verspreid worden. De koeien krijgen kruidenrijk gras te eten in plaats van het gangbare Engelse raaigras. Biologisch krachtvoer krijgen ze ook, aardappelen bijvoorbeeld. Dagelijks produceren zijn koeien 22 liter per dag. „Dat is relatief weinig. Maar daardoor zijn ze ook heel gezond. Ze zijn bijna nooit ziek.”

Met het pachten van natuurgrond is de boer verplicht bepaalde natuurdoelen te halen: ‘vochtig weidevogellandschap’ bijvoorbeeld, en in een ander deel van De Goeijs gepachte grond geldt het botanische regime voor ‘kruiden- en faunarijk grasland’. Dat betekent: helemaal geen mest.

We wandelen over het land en zien in de verte koeien sjokken, in de richting van de Reeuwijkse Plassen. De koeien lopen meestal buiten, en leggen dagelijks drie tot vier kilometer af. De Goeij: „We hebben gekozen voor een vitaal ras, een kruising van drie rassen met sterke beenspieren, koeien die goed kunnen lopen.” De koeien lopen zonder begeleiding. „We drijven ze een klein stukje op, en daarna weten ze de weg zelf wel te vinden.” Zo moeilijk is dat niet. „Als jij een kroeg binnen loopt, weet jij toch ook wel waar de bar is?”

    • Arjen Schreuder