De muzikale gekte van Christoph Marthaler

Van theatermaker Christoph Marthaler is op het Holland Festival Tiefer Schweb te zien, waarin acht mensen in een duikklok op de bodem van het onafzienbare Bodenmeer verblijven. Theater is voor Marthaler muziek. „Dat er wordt gezongen is essentieel.”

Scènes uit ‘Tiefer Schweb’ van Christoph Marthaler Foto’s Thomas Aurin

In de stukken van Christoph Marthaler wordt het gewone idioot en het idiote zo gewoon dat het nauwelijks opvalt. En altijd sluit deze Zwitser mensen in, zonder kans op de wijde wereld. Zelden was Tsjechovs De drie zusters claustrofobischer dan toen hij het regisseerde. „Naar Moskou…” – nou zusjes, vergeet het maar. En de tijd zet hij stil. In zijn stuk Faust – Eine subjektive Tragödie liepen de wijzers van de klok langzaam heen en dan weer terug.

Ontsnappen is er nog steeds niet bij. In zijn stuk Mir nämeds uf öis, dat hij afgelopen winter in Zürich maakte, schoot hij zijn personages de ruimte in, in de cabine onder een zeppelin. In Tiefer Schweb uit 2017, dat het Holland Festival nu laat zien, zijn ze in een duikklok afgezonken naar de bodem van het Bodenmeer. Het interieur van de duikklok is, laat ik me vertellen, een kopie van het interieur van een Tiroler boerenhoeve. Het is met zwaarmoedig hout bekleed. Via de grote tegelkachel in de hoek komt af en toe de buitenwereld binnen. In duikerspak. Of als brief.

In die stemmige ruimte vergadert een comité van zes mannen en twee vrouwen. Somber maar welgemoed bewaren ze de controle, met formele taal, rituele handelingen en kleine volksdansen. „Wanneer mogen we naar huis?” vraagt iemand zich af. „Nu nog niet.” De conclusie? „Blub blub blub”. Waarop ze uitbarsten in een meerstemmig lied. Of ze wankelen naar adem happend in de rondte. Oftewel, Tiefer Schweb is een krankzinnig stuk.

Christoph Marthaler (1951) maakte Tiefer Schweb voor de Münchener Kammerspiele als altijd met zijn vaste equipe. Maar ook met Stefan Merki (1963) en Annette Paulmann (1964) en die zijn ‘van München’. Sinds juni vorig jaar spelen ze het stuk af en aan en nog steeds tot hun plezier, vertellen ze in de kantine van hun gezelschap.

Stefan Merki leerde de theatermaker jaren geleden kennen, maar toen had Marthaler geen belangstelling voor hem. Nu wel. „Hij vond me destijds te jong, denk ik achteraf. Hij werkt vooral met oudere acteurs. Met mensen van zijn eigen leeftijd of ouder.”

Merki is goed voor een van de hoogtepunten van Tiefer Schweb, als drie acteurs een soort hammondorgel-battle aangaan, wat leidt tot een kleine potpourri van popsongs over peilloosheid: „Dat ontwikkelde zich magisch”, vertelt Merki. „Ik priegelde wat op zo’n orgel en zette ‘A Whiter Shade of Pale’ in. Dat associeerde ik naar ‘The Sounds of Silence’: ‘Hello darkness my old friend…’ Iedereen jamde ineens mee en acteur Hassan Akkouch deed een breakdance. Marthaler zag het aan en zei kalm: dat houden we d’rin.”

Ook Annette Paulmann, grande dame van theater en tv, had nooit eerder met Marthaler gewerkt. Ze schittert in deze voorstelling met een door haarzelf geschreven monoloog over macabere zwemkampioenschappen op het Bodenmeer. En het door haar verbijsterend vertolkte ‘Alfabet der Kompetenzen’ – van Ausdauer, Belastbarkeit, Charakterfestigkeit en Demut tot en met Zivilcourage – was toen ik de voorstelling in München bijwoonde goed voor een open doekje.

„De eerste twee repetitiedagen hebben we alleen maar gezongen”, vertelt ze. „Duitse liedjes, Oostenrijkse liedjes, musical-liedjes. Iemand zette iets in en de anderen vielen in. Soms belandde er eentje in de voorstelling.” Merki: „Annette zingt ‘Die Fischerin vom Bodensee, ist eine schöne Maid, juchhee’. Dat lijkt een suffe schlager maar het is heel moeilijk om echt goed te doen. Bij de dans met de pisbakken op ons hoofd, zingen we een Zwitserse song uit de jaren 50.”

Het plassen van mannen is een punt van aandacht in Tiefer Schweb.

Merki: „Die urinoirs stonden vanaf het begin altijd ergens in het decor. Zo brengt Marthaler acteurs op ideeën. Want op een gegeven moment ga je daar grappen mee maken. Mannen beim pinkeln, das ist etwas beklopptes. Ouwe mannen kunnen niet goed plassen. Die ene druppelt en de andere houdt nooit meer op.”

Het leidt tot een scène met een hallucinant debat.

„Dat komt van Marthaler. De zinnen die we al plassend zeggen, haalde hij bij Heidegger vandaan.”

Er is ook een zeldzaam inhoudelijk duo-speechje over vrouw en wc.

Paulmann: „Dat is van [de Oostenrijkse Marthaler-actrice] Olivia Grigolli en mij. Wij zeiden: nu is het tijd voor een gesprek over het damestoilet. De mannen vonden dat reuze grappig. Toen ze uitgelachen waren, zeiden we: jullie hebben geen idee. Jullie weten niet hoe het is, als wij moeten plassen. Wij kunnen niet even een steeg in, of tegen een boom. Waarop Marthaler zei: Okay, doe maar, maar houdt het kort.”

Een acteur in een Marthalerstuk moet dus kunnen zingen.

Paulmann: „Ik geloof het wel, ja. Alhoewel, onze Münchener Kammerspiele-collega Walter Hess kan het niet. Die is nogal doof. Dat geeft niet, Marthaler laat hem gewoon er doorheen schreeuwen. Bijvoorbeeld in dat heel lange, evangelische lied.”

Dat heel lange lied telt vijftien coupletten. De avond dat ik de voorstelling zie, krijgt een vrouw in een uitvoerig wit broekpak er genoeg van en verlaat met fladderende mouwen de zaal. Het ziet er zo gechoreografeerd uit dat ik denk: Marthaler. Maar nee.

Merki: „Bij het achtste couplet krijgt het publiek er altijd genoeg van. Precies dan moet Walter schreeuwen, dus dat wéét Marthaler.”

Paulmann: „Of de mensen ons weg applaudisseren, ‘Boe!’ roepen of boos weglopen: hij vindt het allemaal prachtig.”

Is Marthaler een pessimist?

Paulmann: „Dat zou ik niet willen zeggen. Maar zijn werk is wel héél erg Duits en ook Oostenrijks, met van dat uitvoerige, zware gelul. Voor die scènes leent hij links en rechts teksten, van het libretto van Die Zauberflöte tot een tirade van de Beierse schrijver Herbert Achternbusch over het belang van de letter ö. En intussen denken al die praters alleen maar aan hun eigen veilige plek en dat niemand daar aan mag komen.”

Merki: „Marthaler is betoverend rustig. Hij houdt van absurditeiten. Hij komt met anekdotes, tragische en grappige. En hij weet precies wat hij níet wil. Grote beweringen maakt hij meteen klein. Zo toont hij hoe hij de wereld ziet.

„Ik vind de titel van deze voorstelling zo mooi: Tiefer Schweb. Het woord ‘Schweb’ bestaat niet. ‘Schweben’ wel. Dus een Schweb is, denk ik, dat iets of iemand niet zinkt en ook niet opduikt, maar zweeft als een vis. De ‘tiefer Schweb’ speelt zich af op het diepste punt van het Bodenmeer. Of er daar beneden nog iets te zweven valt? Kunnen we nog zweven? Dat weten we niet.”

Is er iets als een Marthaler-methode?

Paulmann: „Voor Marthaler is een voorstelling muziek. Hij geeft geen regieaanwijzingen als ‘doe het iets agressiever’ of ‘kun je dat eens verlegen zeggen’. Hij zegt: ‘Die zin moet pu-pu-púú’ en dat zingt hij dan. Of hij zegt: ‘Probeer het eens zó’ en doet een zoemer na: èèèh!”

Merki: „Dat er wordt gezongen is essentieel. In een koor is iedereen even belangrijk, in zijn stukken werkt dat net zo. Vaste karakters zijn er niet. Je bent eerst zus, ineens ben je zo. Alles bij elkaar laat elke acteur een spoor achter.”

Tiefer Schweb eindigt in chaos. Er giert een cirkelzaag, er wordt prikkeldraad gespannen. Er wordt gevochten, neuzen beginnen te bloeden.

Merki: „Het idee van barricaderen was er altijd, vanaf het begin van de repetities. Wat waanzin is, we zijn immers op het diepste punt van het diepste meer. Maar wij zijn bang en we sluiten ons af voor de wereld.”

En iedereen staat in zijn ondergoed, trots, met een bos bloemen.

Paulmann: Bij een van de eerste repetities lag er een stel lokale kranten op tafel, vol berichten over verenigingen. Jagersclubs, hengelgenootschappen, tuinkringen. Hausfrauen-Sud, Hausfrauen-Ost. Vaak met een foto van iemand met een boeket: deze meneer is 45 jaar lid, deze mevrouw won de beker. Daar zaten we om te lachen. Maar toen zei een van ons, denk erom, zo’n foto wordt uitgeknipt, ingelijst en opgehangen. Marthaler wilde dat meteen in de voorstelling. Hij had gelijk.”

Tiefer Schweb door de Münchener Kammerspiele. Stadsschouwburg Amsterdam, 28/30 juni. Info: hollandfestival.nl
    • Joyce Roodnat