Adios aan de corrupte ambtenaar?

Spanje

Niet eerder werden corrupte politici zo hard aangepakt. Tijden veranderen, want „corruptie is in Spanje geen vast gegeven meer”.

De nieuwe Spaanse premier Pedro Sánchez (links) schudt de hand van vertrekkend premier Mariano Rajoy nadat een motie van wantrouwen tegen hem werd aangenomen. Pierre-Philippe Marcou/Reuters

De eigenaar van het net geopende restaurant Nagú serveert in tegenstelling tot zijn voorganger Casa Peto geen ontbijt meer. Het lokaal aan de Madrileense Calle de Fernán Gonzalez bleek geen vergunning te hebben om in de ochtenduren koffie, sinaasappelsap en geroosterd brood met tomaat te verkopen. „Als de papieren er niet zijn, dan mag het niet. Zo simpel is het”, stelt de nieuwe uitbater Marcos Guigou. „De controles worden steeds scherper. Ik ga het risico niet nemen dat ik mijn tent moet sluiten.”

De tijd dat de Spaanse controlediensten – al dan niet tegen een vergoeding – een oogje dichtknijpen als licenties ontbreken, lijkt voorbij. De horeca waren vorig jaar in de Spaanse hoofdstad in de ban van El Caso Guateque, waarbij een netwerk van corrupte ambtenaren, die illegale vergunningen verstrekten, werd blootgelegd. Twee weken geleden veroorzaakte El Caso Gürtel een nog grotere schokgolf in de samenleving. De corruptieaffaire rondom regeringspartij Partido Popular (PP) leidde tot het aftreden van premier Mariano Rajoy. „In velerlei opzicht was dit een historisch moment. Nooit eerder bracht corruptie de regering ten val”, stelt politicoloog Pablo Simón. „Dit zal ongetwijfeld een les zijn voor velen.”

Klokkenluidster Ana Garrido beleefde de uitkomst van een van de grootste corruptiezaken ooit in Spanje als een persoonlijke overwinning. „Ik ben heel erg blij met de veroordelingen”, vertelt Garrido. Toen ze in 2007 de fraude binnen de PP aanhangig maakte, kon ze de uiteindelijke consequenties niet overzien.

Destijds leek de zaak al snel de doofpot in te gaan toen onderzoeksrechter Baltasar Garzón, ooit kortstondig politiek actief voor de socialistische PSOE, door collega-rechters werd geschorst en voor elf jaar uit het ambt gezet omdat hij gesprekken van de verdachten met in hun advocaten in de gevangenis had afgeluisterd. Het leek erop dat de PP – die in 2011 een absolute meerderheid haalde – weg zou komen met de fraudezaak.

Volgens hoogleraar Simón leidde de economische crisis tot een omslag in het denken bij een deel van de Spanjaarden waardoor het politieke landschap veranderde. „Terwijl veel mensen het heel moeilijk hadden, bleken anderen juist misbruik te hebben gemaakt van de situatie. Dat werd niet langer gepikt. Tijdens de verkiezingen van 2015 en 2016 straften de kiezers de PP al. Ze raakten hun meerderheid kwijt”, aldus de politicoloog.

Aan de hand van nieuwe partijen als het links radicale Podemos en het liberale Ciudadanos ontstond steeds meer verzet tegen corrupte politici. Ook kwamen frauderende politici vaker voor de rechter. Maar niet eerder werden er zulke zware straffen uitgesproken als op donderdag 24 mei. Zakenman Francisco Correa, die als spil in het schandaal politici fêteerde, werd veroordeeld tot ruim 51 jaar cel. De oud-penningmeester van de PP, Luís Bárcenas, kreeg een gevangenisstraf van ruim 33 jaar. De partij moet een boete betalen van 245.000 euro, omdat die profiteerde van de frauduleuze praktijken.

Een dag later ging de oppositie met de zaak aan de haal. „De uitspraak van de rechter was al fantastisch. Dat voelde als gerechtigheid”, stelt Garrido, die haar baan als ambtenaar bij Boadilla del Monte verloor. „Ik denk dat het heel goed is dat de oppositie actie ondernam. Het leek er lang op dat politici immuun waren voor straffen. Toen Rajoy tot aftreden werd gedwongen, kwam ik in een achtbaan van emoties terecht. Na een gevecht van elf jaar gaf dit veel voldoening. Laten we hopen dat dit een keerpunt is.”

Politicoloog Simón is ervan overtuigd dat het noodgedwongen vertrek van Rajoy van blijvende invloed zal zijn. „Er heeft zich lang een soort cynisme van de Spanjaarden meester gemaakt. Corruptie werd als een vaststaand gegeven in de politiek gezien. Als de één niet zou stelen, dan zou de ander het wel doen. Die mentaliteit is aan het veranderen. Corruptie zal nooit helemaal uit bannen zijn, maar het is nu duidelijk dat iedereen gestraft kan worden. Zelfs de premier.”