1968, het jaar dat tennis volwassen werd

Ken Rosewall winnaar Roland Garros 1968

De Australiër Ken Rosewall (83) won vijftig jaar terug in Parijs de eerste grand slam in de ‘Open Era’, in de finale versloeg hij rivaal Rod Laver. Dat jaar werd de basis gelegd voor het huidige proftennis. „Mijn eerste jaar als professional was onze huwelijksreis.”

De Australiër Ken Rosewall (rechts) naast landgenoot Rod Laver, na zijn gewonnen finale op Roland Garros in 1968. Foto Jean-Claude Deutsch/Getty

Het is nog vroeg in de ochtend in Parijs, en al laat in de middag in Australië als achtvoudig grandslamwinnaar Ken Rosewall (83) de telefoon opneemt, thuis in Gold Coast, Queensland. „Hello? This is Ken here.”

Zijn naam is voor altijd verbonden aan 1968, ook in het tennis een revolutionair jaar. Vijftig jaar terug won hij Roland Garros, of zoals hij het steevast noemt, de French Open. De eerste grand slam in de ‘Open Era’, het proftijdperk. Voor het eerst werd er prijzengeld betaald en waren proftennissers welkom. Tot die tijd werden alleen amateurs toegelaten. Dat jaar werd de basis gelegd voor het proftennis in de huidige vorm.

Rosewall is deze week voor het eerst in twee decennia weer op Roland Garros, zondag zal hij de prijsuitreiking verrichten bij de mannenfinale.

Rosewall was een snelle, kleine (1,75 meter), sierlijke speler, met een „iets mindere forehand en vrij scherpe backhand”, vertelt Tom Okker, die negen keer tegen hem speelde. Hij was een van de grote namen in de jaren vijftig, zestig en zeventig, samen met landgenoten Rod Laver, Roy Emerson, Frank Sedgman en de Amerikaan Pancho Gonzales.

Het was de tijd van houten rackets, serve and volley en grastennis – drie van de vier grand slams waren op gras. Tennis stond nog in de kinderschoenen, reislustige avonturiers met talent hadden de halve wereld. Langzaam kreeg de sport een professioneler karakter, grofweg in dezelfde jaren dat het voetbal – althans in Nederland – dezelfde groei doormaakte.

Betalingen onder tafel

Rosewall maakte eind 1956 de stap van amateur naar prof. Hij sloot zich aan bij de Amerikaanse oud-speler en tennispromotor Jack Kramer, een van de belangrijkste pioniers in de ontwikkeling van het proftennis. „Ik was een van de eersten”, vertelt Rosewall. „We moesten professioneel worden om meer financiële zekerheid te krijgen.”

Er werd onder de tafel wel wat betaald bij de amateurs. „Maar het was op geen enkele manier mogelijk om een goed leven te hebben door amateur te blijven.” Consequentie van zijn overstap was dat hij niet meer op de grand slams en in de Davis Cup kon spelen, daar werden profs geweigerd. „Het was een grote beslissing, als jonge jongen wil je je land vertegenwoordigen in de Davis Cup en wil je Wimbledon winnen.”

Ruim elf jaar speelde Rosewall in een alternatief (prof)circuit, waarin onder anderen ook Laver en Gonzales uitkwamen. Het aantal profs was beperkt, speelschema’s van de betreffende toernooien bestonden vaak maar uit acht spelers en de evenementen duurde meestal drie dagen.

Hij had het geld nodig om zijn vrouw en, later, zijn gezin te onderhouden. Rosewall trouwde eind 1956. Met een lach: „Mijn eerste jaar als professional was onze huwelijksreis. We reisden veel, ik speelde veel.” In de jaren erna werden hun zoons geboren, als gezin reisden ze de wereld over.

Nooit had Rosewall gedacht nog op de vier grand slams te kunnen spelen. Maar de lobby om profspelers toe te laten, kreeg gaandeweg steeds meer steun van de verschillende bonden. De geloofwaardigheid van de grand slams – en daarmee de tennissport als geheel – stond op het spel: hoe serieus konden de slams en andere grote toernooien nog worden genomen, gezien het niveauverschil tussen amateurs en profs?

Studentenrevolte in Parijs

Eind april 1968 was het zover, bij een graveltoernooi in de Engelse kustplaats Bournemouth kwamen profs en amateurs voor het eerst tegen elkaar uit. Rosewall versloeg vriend, rivaal en legende Laver in een finale die door zware regenval twee dagen in beslag nam.

Een maand later volgde Roland Garros, als eerste ‘open’ grand slam. Het viel samen met de studentenrevolte in Parijs, mei dat jaar. Vijf dagen voor het begin werd serieus overwogen het toernooi af te blazen, schreef The New York Times: door de stakingen in het openbaar vervoer waren er zorgen of er genoeg mensen zouden komen en er voldoende inkomsten zouden worden gehaald.

Spelers hadden veel problemen om in Parijs te komen doordat treinen, bussen en vliegtuigen niet gingen door stakingen. Het resulteerde in een recordaantal van ruim vijftig afmeldingen voor de eerste ronde, bij de mannen en vrouwen. Rosewall verbleef tijdens het toernooi bij zijn goede vriend Philippe Chatrier, toenmalig vicevoorzitter van de Franse tennisbond en een van de voorvechters van ‘open’ tennis – later werd het hoofdstadion naar hem vernoemd.

Rosewall: „Ik reisde naar Roland Garros met de auto met Philippe Chatrier. Hij praatte mij bij over de politieke gebeurtenissen en de moeilijkheden voor mensen om naar het toernooi te komen.” Andere spelers verkasten tijdens het toernooi naar hotels dichter in de buurt bij het tennispark, omdat het door het brandstoftekort steeds lastiger werd ze te vervoeren.

15.000 Franse franc

In de finale versloeg Rosewall opnieuw Laver, zijn tweede titel op Roland Garros, als amateur won hij het vijftien jaar eerder ook. Hij ontving 15.000 Franse franc prijzengeld – de winnares bij de vrouwen kreeg minder dan de helft. Nu is het 2,2 miljoen euro, bij de mannen en vrouwen.

In die jaren werd de toekomst van het tennis gevormd. De populariteit steeg, televisiezenders kregen meer interesse, toeschouwersaantallen namen toe – Roland Garros 1968 werd een succes met 120.000 bezoekers, bijna een verdriedubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.

De nalatenschap is tastbaar. Rosewall: „De spelers van nu zijn sterker, ook fysiek. Door het materiaal, betere training, meer weerstand. Spelers komen nu uit de hele wereld. Dat is onderdeel van de groei van het tennis. Dat was niet gebeurd als de profs zouden zijn gestopt en het professionele tennis was uitgestorven. We konden door blijven gaan. Dat heeft geholpen bij waar de sport nu staat.”

Rosewall was al 33 toen de Open Era begon, maar ging nog bijna tien jaar jaar door – op zijn 39ste haalde hij nog de Wimbledon-finale, die hij verloor. Hij heeft het record van oudste grandslamwinnaar in handen: hij was 37 toen hij de Australian Open won. Roger Federer, hij wordt 37 in augustus, zou het kunnen verbreken. Rosewall, een bewonderaar van de Zwitser: „Als ik iets [records] moet verliezen, is het aan Roger Federer.”

Hij schrijft Federer sinds enkele jaren een handgeschreven brief met gelukswensen voor de Australian Open. „Het is altijd kort. Ik schrijf dat ik hoop dat zijn gezin gezond is en of hij het naar zijn zin heeft in Australië. En ik wens hem veel succes met het tennis.”

Rosewall kreeg de steun van zijn vrouw Wilma om tot op oudere leeftijd door te spelen, net als Federer nu van zijn vrouw Mirka. Zijn gezin gaat mee naar grote toernooien, net als bij Rosewall toen. Rosewall: „Het is relaxed als je tijd kunt doorbrengen met je gezin, zeker tijdens de grand slams, vanwege de stress en omdat die toernooien langer duren. Ik speelde het beste tennis als mijn gezin er ook was, bij Roger is dat hetzelfde.”

Beiden hebben relatief weinig last van blessures gehad tijdens hun carrière. Verder houden de vergelijkingen op, benadrukt Rosewall. „Ik waardeer het dat ik vergeleken word met Roger Federer, maar dat is absoluut te veel [eer].”

    • Steven Verseput