Recensie

Zelden was een boekverfilming zo suf

Drama Alles in The Bookshop wordt opgediend in slakkengang en de personages zijn behoorlijk eendimensionaal.

Engeland, 1959. Weduwe Florence Green (Emily Mortimer) koopt een vochtig huis in een bekrompen kustplaatsje. Als bekend wordt dat zij er een boekwinkel gaat openen, zijn de reacties minzaam. „Ik lees nooit” zegt iemand: een respons die de houding van het dorp samenvat.

De welgestelde Violet (Patricia Clarkson), met vrienden in hogere kringen, heeft haar zinnen gezet op het pand van Florence. Violet wil dat omtoveren tot kunstencentrum en dwarsboomt de pogingen van Florence haar boekwinkel te laten floreren. Gelukkig krijgt Florence steun van Mr. Brundish (Bill Nighy), een gecultiveerde man die nauwelijks zijn huis uitkomt. Hij is de enige die leest en boeken bestelt bij Florence, die hem mag verrassen met boeken die zij zelf goed vindt. Zo ontdekt hij sciencefictionschrijver Ray Bradbury, wiens Fahrenheit 451 een rol zal spelen in de plot. Op haar beurt vraagt Florence hem om advies: wat vindt hij van het net uitgebrachte Lolita van Nabokov? Kan zij dat met goed fatsoen in de etalage zetten?

The Bookshop is de verfilming van het gelijknamige boek uit 1978 van de herontdekte Britse schrijfster Penelope Fitzgerald (1916-2000), drie jaar geleden in Nederland uitgebracht als De boekhandel. Het is een tergend brave boekverfilming die alles doet wat filmliefhebbers in dit soort adaptaties verafschuwen: een voice-over, monologen die door Bill Nighy rechtstreeks in de camera worden uitgesproken, een thematiek die niet gesuggereerd wordt, maar op elke mogelijke manier benadrukt.

De trailer van The Bookshop.

Alles wordt opgediend in slakkengang, de personages zijn behoorlijk eendimensionaal. Violet en haar elitaire vrienden zijn schurkachtige hypocrieten, Florence en Mr. Brundish beschaafde cultuurhoeders die slachtoffer worden van hun achterbakse spelletjes. Stemmige strijkers strijken de boel extra glad. Boeken zijn goed voor je, maar zelden was een verfilming ervan zo suf.

    • André Waardenburg