Opinie

    • Ellen Deckwitz

Vervuld

De effecten van de ramadan merk ik als buitenstaander nergens zo sterk als in het onderwijs. Leerlingen die normaliter fanatiek meedoen hangen slapjes in de banken, kijken chagrijnig naar hun klasgenoten die wel gewoon mogen drinken en tussen de middag friet kunnen halen. Op een fijne school in Utrecht geef ik regelmatig poëzieles. Het leerlingenbestand is hoofdzakelijk islamitisch en de vastenmaand hakt er daar echt in. Het eerste uur van de dag zijn ze nog hyper, daarna begint hun alvleesklier zich te vervelen en zakt de concentratie weg. Soms zeg ik tussen neus en lippen door dat ik het echt aan niemand zal vertellen als ze even een stoot Red Bull nemen, al was het maar omdat het veel lastiger is om uit te leggen wat een enjambement is wanneer je toehoorders scheelzien van de hypoglykemie.

Toch heb ik het idee dat het vasten niet het zwaarste is. Waar velen het nog veel moeilijker mee hebben, is dat je je moet gedragen. De ramadan verlangt dat je tijdens deze periode extra braaf bent, wat voor een tiener altijd lastig is: je moet ergens die hormoonschommelingen op af kunnen reageren. Als bakvis was ik chronisch woedend, wat leidde tot het terroriseren van mijn broer, spijbelen en blowen. Mijn jonge ramadanners zijn niet anders. Laatst pakte ik met een clubje de bus naar het centrum. Eentje had haar broertje bij zich, dat niet kon ophouden met jengelen. „Het is dat het ramadan is,” zei de grote zus op een zeker moment tegen hem, „anders had ik je allang een mep verkocht.”

Afgelopen week ging ik met hen aan de slag om een vrij vers te schrijven. Dat ‘vrij’ kan verlammend werken. Veel leerlingen slaan dicht als ze met een creatieve opdracht alle kanten op mogen. Maar honger doet ook iets met je geest. Niet voor niets hongerden mystici zich uit en kregen ze zo de vreemdste visioenen. Een vriendin die anorectisch is zegt dat niets eten een bewustzijnsverandering mogelijk maakt. Het zal wel, dacht ik. Tot op een zeker moment een van mijn leerlingen tijdens de poëzieles het volgende uit zijn mouw schudde: „mijn liefde is als vasten/ overdag honger ik/ ’s nachts ben ik vervuld.

Hij keek er onthutst bij: was dit uit zijn hoofd gekomen? De rest van de klas was na deze diepe woorden even stil en begon toen enthousiast te joelen: wat een geweldige tekst! Op wie was hij verliefd dan? Mochten ze nu de rest van de dag vrij? Tevreden zag ik ze stuiteren, deed geeneens moeite om hen te kalmeren: dat zou hun bloedsuikerspiegel wel fixen. Nog een leuk voordeel van vasten.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz