Van voetbalhelden tot landverraders

WK voetbal 1938

Het Poolse voetbalteam dat veel indruk maakte op het WK van 1938, loste op in de tumultueuze geschiedenis van Midden-Europa.

Spelmoment uit de wedstrijd Brazilië-Polen (6-5), gespeeld op het WK van 1938 in Frankrijk. Foto AFP

Elf doelpunten, elf tenen. Het was een wonderbaarlijk duel op het WK in Frankrijk. 5 juni 1938, Straatsburg: Brazilië- Polen, 6-5. Vier van de elf doelpunten kwamen van een schoen van een man met zes tenen aan zijn rechtervoet, Ernest Wilimowski.

Vóór de wedstrijd, deze dinsdag tachtig jaar geleden, dachten kenners dat de Braziliaanse ster Leonidas als beste man van het veld zou stappen. Het werd een 21-jarige, roodharige dribbelaar met uitstaande oren uit Katowice. Bijnaam: Ezi. Geen voetballer zou ooit nog vier keer scoren tegen Brazilië. Laat staan vier doelpunten maken in een verloren WK-duel.

Een jaar later toonde Polen opnieuw aan de wereld hoe goed het was. Het won met 4-2 van Hongarije, de WK-finalist van 1938. De man met de elf tenen scoorde drie keer.

Vijf dagen later viel Duitsland Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog. In 1942 scoorde Wilimowski tegen Zwitserland opnieuw vier keer in één wedstrijd. Nu voor Duitsland, met een extra ‘l’ in zijn achternaam en een zwarte adelaar plus hakenkruis op de borst. Door deze ‘transfer’ kent bijna niemand Wilimowksi, de speler die zowel in het Poolse als het Duitse shirt gemiddeld meer doelpunten per wedstrijd maakte dan Gerd Müller, Miroslaw Klose en Robert Lewandowski.

Het Duitse keizerrijk

Acht van de Poolse elf die tegen Brazilië speelden (in 1938 stond de FIFA het wisselen van spelers nog niet toe) werden geboren in het Duitse keizerrijk, in een tijd dat Polen niet bestond. Thuis en onderling spraken zij Duits. Na de Eerste Wereldoorlog kwam Polen als land weer op de Europese kaart. De acht werden Pool, speelden in de Poolse competitie en het Poolse nationale team. In september 1939 bevonden ze zich ineens weer in Duitsland. Zoals bijna alle Duitstalige Polen tekenden ze de zogenoemde Volksliste, wat hen tot Volksduitser maakte. Veel keuze was er niet. Wie weigerde werd weggevoerd naar een werk- of zelfs concentratiekamp.

Voor Polen was voetbal tijdens de bezetting verboden. De acht mochten als Volksduitsers wel blijven spelen, bij Duitse of verduitste clubs. Tot ze moesten dienen in de Wehrmacht. Na de oorlog belandden veel soldaten uit Duits-Poolse gezinnen als verraders in de gevangenissen van het nieuwe, communistische Polen. Anderen verdwenen in werkkampen in de Sovjet-Unie, of vluchtten naar Duitsland.

Zo niet de acht Duitstalige Poolse internationals. Een aantal waagde het terug te keren, in de hoop dat Poolse clubs hen, de beste generatie ooit, uit de gevangenis zouden houden.

De meest Duitse van het wonderelftal, de slanke, gedistingeerd ogende Friedrich ‘Fritz’ Scherfke, liet het zover niet komen. De man van de eerste treffer tegen Brazilië (een door Wilimowski versierde penalty) vluchtte in 1945 vanuit geallieerde gevangenschap naar Duitsland. In zijn geval begrijpelijk. De Duitsers hadden hem tijdens de bezetting een bestuurlijke positie gegeven: hij moest het voetbal in Posen (Poznan) organiseren.

Bijna niemand wist dat hij in die positie een teamgenoot uit de gevangenis redde en een spelersvrouw van een deportatielijst haalde. Ook bevrijdde hij een voormalige internationale Poolse doelman uit Duitse krijgsgevangenschap tijdens diens deportatie naar Duitsland. Scherfke sprong bij een tussenstop in Posen in de trein, deed alsof hij de keeper niet kende en baste in het Pools, zijn Duitse uniform rechtstrijkend: „Je bent in Poznan. Ga naar huis!”

De Gestapo kreeg Scherfke kort daarop in de smiezen. Tegelijkertijd had het Poolse verzet hem op een dodenlijst gezet. Hij ontkwam aan beide door zich te melden voor dienst aan het oostfront. Scherfke ging de geschiedenisboeken in als verrader, pas na zijn dood (in 1983) zou in brede kring bekend worden dat hij in de oorlog Poolse voetballers had geholpen.

Wilimowksi als Pools international.
Wilimowski als Duits international.
‘Ezi’ Wilimowski als Pools (links) en Duits international.

Bekend in bezet Europa

Ook Wilimowski, de bekendste speler van bezet Europa, kon na de oorlog niet meer terug naar zijn geliefde Silezië, dat nu weer in Polen lag. Hij stierf op 30 augustus 1997 in de Duitse stad Karlsruhe, onbekend en onbemind. De Duitsers wilden niet meer herinnerd worden aan wedstrijden die de Mannschaft in de oorlogsjaren had gespeeld tegen bevriende naties als Italië, Kroatië en Slowakije, en neutrale landen als Zwitserland en Zweden.

Zelfs de zogenoemde Heimatvertriebenen, de miljoenen Duitssprekende Oost-Europeanen die na de oorlog in Duitsland waren beland, wilden niets van Wilimowski weten. Hij had zich in de jaren dertig te weinig geïdentificeerd met de ‘Duitse zaak’ als speler van de nationalistische, Poolse club Chorzow, en als uithangbord van het Poolse elftal.

‘Ezi’ probeerde tijdens het WK van 1974 in West-Duitsland nog eens contact te leggen met het Poolse nationale team. De bondscoach was als jongetje idolaat van hem, wist hij, en dus reisde Wilimowski, 68 jaar oud, af naar het spelershotel in Murrhardt, in de buurt van Stuttgart. Daar liep hij bondscoach Kazimierz Gorski tegen het lijf. Maar een agent van de Poolse veiligheidsdienst kwam bruusk tussenbeide. Ezi mocht de spelers niet ontmoeten, de gifbeker was nog niet leeg.

Twintig jaar later kreeg Ezi een uitnodiging voor de viering van 75-jarige bestaan van zijn oude club Chorzow. Maar hij bleef thuis toen hij hoorde dat een groep veteranen hevig protesteerde tegen zijn komst. Geen natie zag hem als een van hen. Op zijn grafsteen staat zijn voornaam op zijn Duits geschreven: Ernst. Zijn achternaam op zijn Pools: met één l.

    • Pieter van Os