Uitbetaling vakantiedagen

De rubriek economie & recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht.

Foto Nils van Houts/ANP

Hij was als glaszetter in 2005 bij het bedrijf komen werken en werkte 38 uur per week. In de zomer van 2013 raakte de man arbeidsongeschikt. Twee jaar lang betaalde zijn werkgever zijn loon door wegens ziekte. Daarna ontving de man een WW-uitkering, maar bleef hij in dienst bij het bedrijf.

Begin 2017 zegde de man zijn baan op en eiste hij dat zijn 14,17 opgebouwde en opgenomen vakantiedagen zouden worden uitbetaald. Zijn baas weigerde dit. Volgens het bedrijf hoeven de vakantiedagen niet worden uitbetaald omdat ze zijn opgenomen in de periode dat er niet langer een loonbetalingsplicht meer was voor de werkgever. De glaszetter stapte daarop naar de kantonrechter.

De kantonrechter stelt in zijn overweging onder meer dat werknemers tijdens vakantie hun recht op loon behouden en dat dit ook geldt voor werknemers die langdurig of geheel arbeidsongeschikt zijn. Immers, voor hen heeft vakantie hetzelfde doel: herstellen en uitrusten van de verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. In het geval van arbeidsongeschikten is dat de verplichting om ander werk te verrichten of re-integratietrajecten te volgen. Bovendien volgt uit Europese wetten en rechtspraak dat zieke werknemers dezelfde beloningsrechten hebben. De werkgever moet de 14,17 vakantiedagen uitbetalen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2018:2766

    • Anne van der Schoot