Publieke omroep gaat de strijd aan met Netflix

Jaarplan 2019

Met zijn online videodienst NPO Start wil de Nederlandse publieke omroep de grootste aanbieder van video-on-demand worden.

De NPO gelooft in het op maat snijden van tv-programma’s voor online hergebruik. Foto NPO

Met zijn online videodienst NPO Start wil de publieke omroep volop de strijd aangaan met concurrerende videodiensten als Netflix en Videoland (RTL). De NPO wil de grootste Nederlandse aanbieder van video-on-demand (vod) zijn, schrijft de directie in de conceptversie van het Jaarplan Video 2019, die in handen is van NRC. In het plan schrijft de omroep voor het eerst in detail hoe een eigen betaalde videodienst eruit moet zien. Nieuw is bijvoorbeeld dat de betalende kijker, net als bij Netflix, in één keer alle afleveringen van een serie kan ‘bingen’.

Het heeft even geduurd, maar de publieke omroep gaat nu toch echt inzetten op online video, vooral op NPO Start (voorheen Uitzending Gemist) en de abonnee-variant NPO Start Plus. Zo wil de publieke omroep inspelen op nieuwe vormen van tv-kijken: series kijken we bijvoorbeeld vooral op afroep en minder op vaste tijden uit de gids. Ook wil de NPO jongere kijkers trekken. Het kijkerspubliek vergrijst sterk.

Hoewel relatief weinig geld direct naar online gaat – 22 miljoen euro op het videobudget van 502 miljoen euro – staat NPO Start op vrijwel iedere pagina van het plan genoemd. Er komt zelfs budget voor video op Facebook en YouTube, terwijl de NPO die als buitenlandse marktontwrichters beschouwt.

Tijdloze genres

De NPO gelooft in het op maat snijden van tv-programma’s voor online hergebruik. Dus zet de omroep in op tijdloze genres die goed op videodiensten zijn te gebruiken: dramaseries en documentaires. Documentaires moeten bij voorkeur een verhalend karakter en meerdere afleveringen hebben. „Netflixje spelen”, noemt een ingewijde het. Het jaarplan: „Op NPO Start Plus kan de kijker de actualiteit juist ontvluchten en helemaal opgaan in een pakkend plot van een dramaserie.”

Het jaarplan is niet meer ingedeeld naar netten, maar naar genres. Het programma maken staat voorop, op welke platforms ze precies komen staat op de tweede plaats. De tv-zenders zijn „niet langer uitsluitend leidend”.

Omdat het inzetten op de online videodienst hand in hand gaat met het verjongen van het NPO-publiek, en het produceren van veel series, wil de NPO naast de bestaande netmanagers een ‘doelgroepen-coördinator jongeren’ en een ‘genrecoördinator drama’ aanstellen.

De problemen die de NPO zelf vaststelt bij de overgang naar online: de omroep maakt te veel programma’s (duizend, 2017), heeft te weinig aanbod voor kijkers van 20 tot 49, kent online technische problemen, kampt met vergrijzing van kijkers en tv-makers, en wordt door publiek veelal als „saai” gezien.

Experimenteren onwenselijk

De NPO wil nog meer op een breed publiek mikken, blijkt uit het jaarplan. Opvallend is de zin: „Experimenteren op zenders is niet wenselijk.” Lennart van der Meulen (VPRO) is niet gelukkig met „het uitproberen van commerciële modellen”, zoals de betaalde videodienst. „Dan verdwijnt het onderscheid met de markt. Je moet publieke programma’s nooit exclusief voor abonnees maken. Wij willen dat onze programma’s vrij te zien zijn. Maar onze eigen sites wil de NPO verbieden.”

Toen het jaarplan in het weekeinde uitlekte via De Telegraaf leidde dat tot enige ophef in Hilversum en Den Haag. Voor programma’s die met publiek geld zijn gemaakt, zou je niet extra moeten betalen. De NPO stelde in een reactie dat programma’s die eerder op tv zijn geweest gedurende een bepaalde periode te zien blijven op het gratis NPO Start.

Correctie 6 juni: In een eerdere versie stond dat De Telegraaf alleen delen van het rapport had. De krant heeft echter het hele rapport en zette dat maandag online.