OM eist tot twee jaar cel voor medeverdachten in Vestia-proces

Rechtszaak Drie mannen worden verdacht van omkoping rond het sluiten van derivaten waarbij zij commissies op de contracten verdeelden.

Justitie heeft tot twee jaar aan onvoorwaardelijke celstraffen geëist tegen drie medeverdachten in het proces rond woningcorporatie Vestia Foto Berlinda van Dam/Hollandse Hoogte

Justitie heeft tot twee jaar aan onvoorwaardelijke celstraffen geëist tegen drie medeverdachten in het proces rond woningcorporatie Vestia. De drie mannen worden verdacht van omkoping rond het sluiten van derivaten (renteverzekeringen), waarbij zij commissies op de contracten verdeelden.

De zwaarste strafeis van 24 maanden was voor Leroy van D. van FIFA Finance, de compagnon van hoofdverdachte Arjan G., die vorige week al vier jaar en negen maanden celstraf tegen zich hoorde eisen. Leroy van D. wordt ervan verdacht samen met Arjan G. in totaal 7,5 ton aan steekpenningen te hebben betaald aan extern adviseur Jan-Hein G. van de woningcorporaties Portaal (Utrecht) en De Woonplaats (Enschede). Leroy van D. heeft volgens justitie ook 2,3 miljoen euro witgewassen.

Boete

In ruil zou Jan-Hein G. de woningcorporaties bewogen hebben om derivaten via FIFA af te sluiten. Tegen hem heeft justitie 17 maanden celstraf geëist. Volgens het OM kreeg Jan Hein- G. de helft van de commissies doorgesluisd. Justitie eist ook een boete van 52.000 euro tegen het bedrijf Censum Finance & Treasury BV van Jan-Hein G..

Samen met Arjan G. zou Leroy van D. ook tot 53.000 euro aan oud-Fortis-bankier Jako G. hebben gegeven, die bij FIFA wilde komen werken. Jako G. heeft zijn voorbeeldfunctie als bankier geschonden en de inkomsten niet opgegeven bij de belasting, volgens justitie. Tegen Jako G. is elf weken celstraf geëist.

De drie verdachten ontkennen de tenlasteleggingen.