Na Iraanse escalatie lijkt Europese poging Iran-deal te redden gedoemd

De Europese Unie wilde de ‘Iran-deal’ over het atoomprogramma, het grootste succes van EU-diplomatie ooit, graag behouden. Dat lijkt niet te lukken.

De Iraanse Bushehr-kerncentrale. Foto Abedin Taher Kenareh/EPA

De Europese pogingen om de Iran-deal te redden lijken gedoemd, nu ook Iran zelf, net als eerder de VS, aanstuurt op escalatie. Een maand geleden zette president Trump een streep door de internationale afspraken over beperking van het Iraanse atoomprogramma. Dinsdag kondigde Iran aan dat het programma juist daarom weer wordt opgevoerd.

De EU belandt in een steeds grotere spagaat. Het wil het akkoord uit 2015 maar al te graag overeind houden, zelfs als het hiermee een aanvaring met de VS riskeert. Niet alleen omdat het geldt als het grootste diplomatieke EU-succes ooit, maar ook omdat het voor (relatieve) stabiliteit zorgt én ook economische kansen biedt. Tegelijkertijd stelt de EU een voorwaarde: Iran zélf moet zich aan de deal houden.

Federica Mogherini, de chef van de EU-diplomatie, liet dinsdag via een woordvoerder weten dat het Iraanse plan om de uraniumverrijking te intensiveren niet direct een schending van de Iran-deal inhoudt. „Maar het draagt niet bij aan het vergroten van het vertrouwen in de aard van het nucleaire programma”, aldus de woordvoerder via e-mail.

Iran lijkt met het plan de druk op de EU te willen opvoeren: het eist garanties dat Brussel de huidige handelsstromen zoveel mogelijk beschermt tegen de sancties die Trump heeft aangekondigd. Maar die zijn moeilijk te geven.

Diplomatiek gewicht in de schaal

De EU wil graag van zichzelf geloven dat het diplomatiek genoeg gewicht in de schaal kan leggen, ook als er niet samen met de VS kan worden opgetrokken. In de praktijk valt dit tegen. Europese bedrijven hebben in elk geval hun bedenkingen: uit vrees voor Amerikaanse sancties trekken zij zich terug uit Iran. De Franse energiebedrijven Engie en Total deden dit al eerder, maandag volgde de Franse autoproducent PSA (Peugeot, Citroën).

Bovendien lijken ook niet alle EU-landen bereid om voor de Iran-deal te ‘sterven’. Vorige week in Brussel spraken sommige, vooral Oost-Europese ministers van Buitenlandse Zaken zich uit tegen een harde confrontatie met Trump over Iran. Zij vinden de VS te belangrijk als bondgenoot tegen aartsvijand Rusland. „We denken dat de Iran-deal heel nuttig is, maar het moet niet ten koste gaan van de transatlantische relatie”, zei de Litouwse minister Linas Linkevicius tegen Radio Free Europe.

Kort na Trumps besluit stofte de Europese Commissie een oude richtlijn af, die EU-bedrijven juridisch immuun maakt voor Amerikaanse sancties. Woensdag kondigt de Commissie mogelijk nieuwe stappen aan rondom dit zogenoemde ‘blokkeerstatuut’, dat ooit bedacht is om Europese belangen in Cuba te beschermen en nu moet worden aangepast aan de Iraanse situatie.

Iraanse markt verwaarloosbaar

Maar bedrijven wachten niet af. Ze vinden hun Iraanse belangen niet opwegen tegen hun Amerikaanse of willen toegang houden tot de door de VS gedomineerde financiële markten. Peugeot verklaarde maandag dat de toegang tot banken ten aanzien van Iran al moeilijk was, en nu nog veel moeilijker dreigt te worden. Het heeft weliswaar 30 procent van de Iraanse autoverkoop in handen, maar wereldwijd zou de Iraanse markt verwaarloosbaar zijn.

Bovendien is dat ‘blokkeerstatuut’ juridisch een hoofdbreker. Het zou er in de praktijk toe kunnen leiden dat bedrijven door de VS worden gestraft als ze zaken blijven doen in Iran, terwijl ze in Europa worden gestraft als ze gehoor geven aan de Amerikaanse sancties. Peugeot zegt nog wel te willen proberen een uitzonderingspositie te bedingen op de Amerikaanse sancties, maar in afwachting daarvan stopt het voorlopig liever alle activiteiten.