Opinie

    • Maxim Februari

Minder meningen en meer empathische docenten, s.v.p.

Overal zijn groepen. Tot nu toe waren er grote groepen uit weinig landen, tegenwoordig zijn er kleine groepen uit veel landen. Er zijn Russen, die in de steden alle huizen opkopen. Buitenlandse studenten die het niveau van de universiteiten om zeep helpen. In Frankrijk zijn de voetbalrechten voor een bedrag van 1,2 miljard euro in Chinese handen beland.

Er zijn studenten uit de provincie, die volgens NRC allemaal Marloes heten (In de grote en diverse stad is Marloes de nieuwkomer, 2/6) en die onze universiteitssteden als transitzone gebruiken. Er zijn Britse toeristen die dronken op straat plassen en spugen. Zodra Amsterdam de overlast wil beperken, zijn de toeristen verontwaardigd. „Als je niet dronken over straat mag lopen, wat moet je dan doen in Amsterdam?”

Het is allemaal diversiteit. De Britten plassen ons onder. De Chinezen nemen ons over. De Marloezen kijken ons met de nek aan. Het is een rommeltje. Daar kun je dan praktische oplossingen voor proberen te vinden, zeggen dat er minder op straat moet worden geplast, omdat daarmee alles begint. Maar je kunt er ook fundamenteler naar kijken. Je afvragen of de onderliggende economische beslissingen wel zo slim zijn.

Of het wel zo verstandig is grote groepen buitenlandse studenten aan te trekken vanwege het financieringsmodel en dan te mopperen dat het niveau daalt. Allemaal je huis te verhuren aan toeristen en dan te foeteren dat ze met hun rolkoffers ratelen. Voor 1,2 miljard uitzendrechten te verkopen aan de Chinezen en dan te klagen dat je cultuur wankelt. Of het wel zo wijs is de stad te promoten als een bedrijf.

In een mooi artikel in De Groene Amsterdammer schrijft Kim van Keken over diversiteit op scholen. In multiculturele klassen wordt nauwelijks over maatschappelijke thema’s gesproken en het vermogen van de diverse groepen om naar elkaar te luisteren is gering. Docenten mogen van sommige schoolleiders niet praten over homoseksualiteit of het Midden-Oosten, omdat ze dan niet toekomen aan de taken waarop ze worden afgerekend. „De school levert economische producten”, zegt Said van opvoedbureau Diversion. „De ziel is vaak weg.”

Intussen maakt de inspectie zich zorgen, omdat de segregatie in het Nederlandse onderwijs groter is dan in andere landen. Door de onbespreekbaarheid van taboes neemt de verharding alleen maar toe. Iedere groep voelt zich bedreigd en iedere groep oogt bedreigend. Empathie, inleving in andere groepen, neemt af. Zo ontstaat een columnistieke cultuur, waarin het vooral erom draait een mening te hebben. De Onderwijsinspectie heeft gesignaleerd, schrijft Kim van Keken, dat leerlingen het begrip burgerschap vooral opvatten als recht hebben op je eigen mening. ‘Je aan de wet houden, anderen helpen of hard werken, wordt veel minder genoemd door de scholieren.’

Scholen en universiteiten worden dus afgerekend op studentenaantallen en studietaken, maar goede scores zijn een geringe triomf als daardoor onderling begrip en empathie verdwijnen. En gebrek aan empathisch vermogen is inmiddels overal. Bij de islamitische jongens die op straat sissen naar vrouwen. Bij de Marloezen, die al telefonerend dwars door het rode licht op het zebrapad tegen je aan fietsen en dan uitermate verontwaardigd snauwen dat je ze in de weg loopt.

Wat nu? Grenzen dicht helpt niet. Het wordt wel gesuggereerd als oplossing voor alle problemen. En het helpt misschien om sommige groepen de pas af te snijden. Maar niet om de ziel in het onderwijs terug te krijgen. Niet om de uitverkoop van steden tegen te gaan.

Wat minder stadspromotie en universiteitspromotie, wat meer besef van de publieke ruimte en de publieke waarden daarin. Voor het besef van een collectieve identiteit is het niet nodig je groepsidentiteit op te geven en je mannelijkheid te betreuren of je religie te verloochenen. Het is wel nodig je te identificeren met anderen. Leed niet te monopoliseren en te beseffen dat anderen ook zo hun sores hebben. En andersom, als je een identiteit hebt, is het wel handig als anderen zich daarin nog kunnen herkennen.

Er zijn docenten die deze liberale waarden belichamen, die hun leerlingen leren hoe belangrijk het is te luisteren en meningen naast elkaar te laten bestaan. Ze proberen het empathische gesprek met hun leerlingen gaande te houden en de ziel in het onderwijs levend. In een wereld vol stadspromotie, studentenaantallen, Chinese investeringen, politieke segregatie, dronken Britten en het recht op een eigen mening is dat uitermate bewonderenswaardig. Uit opvlammend schuldbewustzijn buig ik daarom maar eens diep. Want ik besef dat het precies dat is wat we nodig hebben: wat minder columnisten, wat meer goede docenten.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari