MH17-rechtbank zonder verdachten

Internationaal recht De Tweede Kamer moet instemmen met wettelijke procedures voor een rechtszaak over MH17. Of die zaak er komt, is de vraag.

De cockpit van het neergeschoten toestel van Malaysia Airlines in een veld zonnebloemen bij het Oekraïense Hrabove. Vier jaar na de ramp tuigt Nederland een rechtbank op om de daders te berechten. Foto Pierre Crom/ANP

Verdachten zijn er nog niet, rechters evenmin. Ook een rechtszaal moet nog worden gezocht. Maar voor het overige zijn in Nederland alle wettelijke voorbereidingen getroffen om het MH17-proces te beginnen.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) over het wetsvoorstel dat zo’n proces mogelijk moet maken. Een proces dat misschien wel nooit gevoerd zal worden. Of in elk geval zonder verdachten in de zaal.

Premier Rutte is vastbesloten. De „schoften” die de aanslag van vier jaar geleden op het passagiersvliegtuig van Malaysia Airlines boven Oekraïne op hun geweten hebben, waarbij alle 298 inzittenden om het leven kwamen, zullen worden veroordeeld. Maar, zo benadrukt het kabinet keer op keer, „het wordt een zaak van lange adem”.

Hoewel het strafrechtelijk onderzoek vordert, is er nog geen enkele verdachte aangewezen. Eind september 2016 had het Openbaar Ministerie het over een groep van ongeveer honderd personen „die op de een of andere manier in verband kunnen worden gebracht met het neerhalen van vlucht MH17”. Twee weken geleden zei hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke dat sindsdien flinke stappen zijn gezet en de rol van een groot aantal van hen „een stuk duidelijker” is geworden. Details wilde hij niet geven. Dat zou het onderzoek en de uiteindelijke rechtsgang schaden.

Daags na zijn persconferentie maakte het burgerjournalistieke platform Bellingcat bekend dat volgens eigen onderzoek de hoge Russische militair Oleg Ivannikov één van de leidende figuren van de aanslag was.

Intussen heeft de Nederlandse regering, samen met Australië, Rusland aansprakelijk gesteld „voor zijn aandeel in het neerhalen van vlucht MH17”. Het is een ingewikkelde juridische procedure, die de Russen ertoe moet bewegen recht te doen aan het leed dat is aangedaan. Verder staat dit los van het strafrechtelijk onderzoek.

De Tweede Kamer moet nu instemmen met het verdrag tussen Oekraïne en Nederland waarin Oekraïne zijn recht om het neerhalen van MH17 te vervolgen overdraagt aan Nederland. Verdachten die zich op Oekraïens grondgebied bevinden, zullen aan Nederland worden uitgeleverd. Maar dit geldt niet voor mensen met de Oekraïense nationaliteit, want die kunnen volgens de Grondwet van het land niet worden uitgeleverd. Deze verdachten kunnen wel terechtstaan met behulp van een videoverbinding.

Of er ooit Russen in de Nederlandse rechtszaal zullen verschijnen, is zeer de vraag. Theoretisch is het mogelijk, want Nederland heeft verschillende uitleveringsverdragen met Rusland. Maar tot nu toe ontkent het land elke betrokkenheid bij de aanslag op MH17, dus vooralsnog is de kans op uitlevering van verdachten nihil.

Van het doemscenario dat straks een rechtzaak zonder verdachten gevoerd wordt, gaat het kabinet nog niet uit. Binnenkort wordt bekendgemaakt waar in Nederland de speciale rechtbank zal worden gevestigd. Tot 2023 is er op de begroting jaarlijks 9 miljoen euro voor gereserveerd.

    • Mark Kranenburg