‘Jongeren in de jeugdzorg lopen na hun achttiende vaak vast’

Pauline Meurs Niet leeftijd, maar zelfstandigheid moet het criterium zijn om de jeugdzorg te verlaten, zegt de voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Pauline Meurs, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Foto: Pepijn Leupen

Een jongen met autisme die tegen zijn zin weg moet uit het gezinsvervangende huis. Een meisje dat vreest nog vóór haar vwo-eindexamen uit haar jeugdzorginstelling te worden gezet. Een jongen die zich van de ene op de andere dag terugvindt in een groepstherapie voor volwassenen. Reden: ze zijn net achttien.

De boodschap van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving is helder: het loslaten van jongeren uit de jeugdzorg puur omdat ze meerderjarig worden, moet verleden tijd zijn. Ze zijn te kwetsbaar en dragen te veel bagage op hun rug.

Opdrachtgever van het advies is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Plicht tot opvolging is er niet. Maar minister De Jonge (VWS, CDA) maakte onlangs al duidelijk: dit advies is belangrijk in de „verkenning” van een ophoging van de leeftijdsgrens. Pauline Meurs, voorzitter van de RVS : „Hopelijk voelt de minister nog meer druk om de wet te wijzigen.”

Het probleem van de overgang naar meerderjarigheid speelt al jaren in de jeugdzorg. Hoe verklaart u dat het Rijk zolang vasthoudt aan een grens bij 18 jaar?

„Beheersmatige en juridische overwegingen voeren de boventoon. Ook bij de nieuwste Jeugdwet, die van 2015. Een grens bij achttien zou het best aansluiten bij andere wetten. Die gaan immers vaak in vanaf meerderjarigheid, zoals de Zorgverzekeringswet. Ook kostenbesparing speelt een rol bij het vasthouden aan een grens bij achttien. Het verblijf in een jeugdzorginstelling is niet goedkoop.”

U noemt dat soort redeneringen in uw rapport „niet voldoende doordacht”.

„Je mag veel, vanaf je achttiende. Stemmen, trouwen, een huis kopen, alcohol drinken. Op zich is dat niet vreemd, als je kijkt naar de normale ontwikkeling van jongeren. Maar in de jeugdzorg praat je over zeer kwetsbare jongeren die vaak achterlopen in hun ontwikkeling. Dan is die leeftijdsgrens van achttien lang niet altijd passend.”

Die leeftijdsgrens is een ‘harde knip’: plots staan jongeren er alleen voor. Is een hogere leeftijdsgrens niet gewoon een uitstel van dat probleem?

„Met alleen een hogere leeftijdsgrens wordt het probleem van een plotse overgang inderdaad niet opgelost. Daarom pleiten wij ook voor maatregelen die met de ophoging gepaard gaan. Jeugdhulpverleners moeten jongeren vanaf hun zestiende bijvoorbeeld standaard begeleiden bij het formuleren en behalen van levensdoelen. Zoals het vinden van werk, het volgen van een opleiding, het afronden van een behandeltraject.”

NRC liep een half jaar mee met 18-plus jongeren die jeugdzorg kwijtraken: Dorine (18) staat er alleen voor

Minister De Jonge pleit ook voor betere begeleiding. Daar is geen hogere leeftijdsgrens voor nodig, zei hij tot dusver.

„Met een leeftijdsgrens bij achttien zet je de jeugdhulp, de sector waar jongeren jarenlang in zaten, buitenspel. Jongeren lopen na hun achttiende verjaardag vaak vast omdat ze zélf de hulp moeten organiseren. Dat wordt van hen verwacht: ze zijn bij wet immers volwassen. Bij een hogere grens loopt de jeugdhulp langer door. Je geeft dus de jeugdhulpverleners – die hun jongeren door en door kennen – de kans om samen met de jongere de route naar zelfstandigheid vorm te geven. Om zorg te combineren met school, met begeleid wonen, met werk. En daar hebben ze ook nog eens drie jaar extra de tijd voor.”

Wat als een jongere bij achttien wél klaar is voor zelfstandigheid?

„Dan verlaat die de jeugdzorg. Er is geen plicht te blijven. Zelfstandigheid moet juist hét criterium worden om de jeugdzorg te verlaten. Niet een leeftijdsgrens die voor veel jongeren ook nog eens te vroeg komt.”

En wat als je op je zestiende al zelfstandig bent?

„Wij pleiten voor passende steun tussen de 16 en 23. Vergelijk het met het strafrecht. De wet biedt voor jongeren tussen de 16 en 23 de mogelijkheid: óf berechten in het jeugdstrafrecht, óf in het volwassenenstrafrecht. Afhankelijk van wat het beste past bij de jongere in kwestie. Dat moet ook gelden voor jongeren in de jeugdzorg. Is een 20-jarige nog toe aan jeugdhulp? Dan bieden we die. Is een 16-jarige met psychische problemen toevallig toe aan wat oudere gesprekspartners in de groepstherapie? Dan bieden we volwassenen-ggz [geestelijke gezondheidszorg]. Niet de leeftijd of de wet doet er toe maar de vraag: wat is het beste voor deze jongere?”

Hoe organiseer je dat?

„Het hulpgeld voor jongeren in de leeftijd tussen 16 en 23 is nu verdeeld over tal van potjes. Beetje Jeugdwet, beetje WMO, beetje ggz, enzovoort. Die moeten opgaan in één budget. Gemeenten, zorgkantoren, zorgverzekeraars moeten samenwerken. Onder regie van gemeenten, zeggen wij.”

Zorgverzekeraars die regie afstaan aan gemeenten: hoe schat u hun enthousiasme in?

„Er zullen altijd bezwaren zijn. Deze maatregel gaat ten koste van dit budget, die partij krijgt te veel bevoegdheid. Punt is: ook als verzekeraar wil je het beste doen voor je verzekerde. En dit gaat helpen om problemen van jongeren op te lossen.”

    • Ingmar Vriesema