Hoogleraar: meer grazers uit Oostvaardersplassen

Natuurbeheer

Flevoland wil hooguit 1.100 grote grazers in de Oostvaardersplassen. Hoogleraar Frank Berendse vindt dat nog veel te veel.

In de Oostvaardersplassen. Foto Olivier Middendorp

Als Flevoland het aantal runderen, paarden en edelherten in de Oostvaardersplassen wil reduceren tot het niveau van midden jaren negentig, dan zouden veel méér dieren moeten verdwijnen dan een commissie onlangs adviseerde. Dat blijkt uit bestudering van het advies door Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer aan Wageningen University.

De provincie is van plan het aantal grote grazers in het natuurgebied tussen Almere en Lelystad te reduceren van 2.260 nu naar elfhonderd straks, veelal door afschot. Over enkele jaren mag hun aantal dan weer oplopen tot 1.500. Dat correspondeert met de draagkracht van het gebied, waar plaats zou zijn voor ongeveer 1,4 dier per hectare. Dat was ook de situatie „midden jaren negentig”, aldus het recente advies waarop de provincie zich baseert, van een commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Pieter van Geel (CDA).

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over de commotie rond de Oostvaardersplassen.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

De cijfers kloppen niet, stelt Berendse. Midden jaren negentig waren er veel minder edelherten, paarden en runderen dan het genoemde aantal van 1.500 dieren. In 1995, blijkt uit cijfers van Staatsbosbeheer, leefden er slechts ongeveer zeshonderd grote grazers in het gebied. Pas later begon dit aantal fors te stijgen. In 1999 lag het op ongeveer 1.200.

De commissie geeft Berendse ten dele gelijk. „We hadden misschien beter kunnen spreken over de situatie van eind jaren negentig”, zegt secretaris Henry Potman. Tegelijkertijd nuanceert hij de kritiek: volgens hem hadden de grazers in de jaren negentig een relatief klein gebied tot hun beschikking, „omdat er toen veel meer bosschages waren”. Ook vindt de commissie de focus op vaste aantallen dieren niet terecht. „De aantallen zijn geen doel. Het gaat om de effecten op de omgeving, ontwikkeling van biodiversiteit en het welzijn van de grote grazers. Dat moet steeds gemonitord worden.”

Berendse vindt de schatting van het maximumaantal dieren dat zich zou kunnen redden „veel te hoog”, laat hij weten, ook als je rekening houdt met het kleinere oppervlak in de jaren negentig. Veel belangrijker is dat het aantal ganzen zeer sterk is toegenomen – die grazen ook veel. Berendse: „Mijn inschatting is dat het aantal hoefdieren veel verder omlaag moet, mogelijk zelfs naar nul, om het voorheen gevarieerde en vogelrijke landschap in de bufferzone te herstellen.”

Woensdag bespreken Provinciale Staten het voorstel van het bestuur van Flevoland.