Opinie

    • Menno Tamminga

Hoe conservatief is werkend Nederland?

Waarom hebben politici soms zoveel moeite om te snappen wat werknemers willen? De vraag kwam bij me op na lezing van de resultaten van de jaarlijkse enquête van onderzoeksinstituten TNO en CBS onder 41.997 werknemers. Wat vinden zij van hun werk, hun manager en hun pensioen? De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden: rijk aan informatie, gratis en nuttig voor elke werkgever (en politicus).

Een vast contract? Voor 90 procent van de werknemers is dat belangrijk of héél belangrijk. Jongeren (15-25 jaar) vallen een beetje uit de toon: bijna 20 procent zegt onbelangrijk. Maar toch: flexwerk is dus niet iets waar werknemers van dachten: eureka, dat is het. Geef mij er meer van.

Diversiteit? Van de mannen werkt bijna 72 procent vijf dagen of meer. Bij de vrouwen werkt bijna 70 procent vier dagen of minder.

En die job hoppende werknemer, die graag van werkgever wisselt op zoek naar nieuwe uitdagingen? Mensen werken gemiddeld tien jaar bij hun huidige baas en gemiddeld bijna acht jaar in hun huidige functie. Kennelijk zijn werknemers best honkvast en vinden werkgevers dat prima (of hun personeelsbeleid faalt dramatisch, dat kan natuurlijk ook).

Een anonieme enquête lijkt het ideale forum om de leidinggevende, de manager, af te branden. Nee. Bijna 80 procent van de werknemers is het (helemaal) eens met de stelling ‘Mijn leidinggevende heeft oog voor het welzijn van de medewerkers.’ Klachten en ruzies? Ruim 12 procent van de werknemers rept van een kortlopend conflict met z’n baas en 2,5 procent van langdurige bonje. Ongewenste seksuele aandacht van de chef, #MeToo op het werk? Een enkele keer, zegt ruim 3 procent van de vrouwen. Vaak, zegt 0,2 procent. Ongewenste seksuele aandacht van klanten, patiënten, passagiers en leerlingen komt veel vaker voor. Een enkele keer, zegt 10 procent van de vrouwen. Vaak, zegt 0,6 procent.

Lees ook deze NRC check: stijgt pensioenleeftijd in Nederland het sterkst?

Wanneer denkt werkend Nederland te stoppen met werken? Dat blijkt een lastige vraag. Ruim eenderde weet het niet. Dat lijkt me geen hoopvol percentage voor het kabinet-Rutte III dat vasthoudt aan een stijgende AOW-leeftijd. Maar het wordt nog erger. De mensen die wél een antwoord geven, komen gemiddeld op een leeftijd uit van 62,6 jaar. En, ook leuk om te weten: 86 procent van de werknemers is tevreden of héél tevreden met zijn huidige pensioenregeling.

Daar denkt de politiek anders over. De werknemersopvattingen staan haaks op het kabinetsbeleid van de laatste zes jaar én op de verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd naar 67 jaar in 2021. En dan wil het kabinet-Rutte III ook de bestaande collectieve pensioenen individualiseren. Ziehier de kloof tussen politiek Den Haag en werkvloerrealiteit.

De uitslag van de enquête maakt meteen duidelijk waarom de vakbonden in de lopende onderhandelingen met werkgevers en kabinet de verhoging van die AOW-leeftijd de komende jaren willen schrappen. En dat de verhoging daarna trager moet zijn. En waarom ze het collectieve karakter van de pensioenen voorop blijven stellen. Vorige week lekten de hoofdlijnen van die onderhandelingen uit.

Eigenlijk, kun je wel concluderen, zijn de bonden bijzonder redelijk gezien het gemor onder de werknemers. Hervormende politici kunnen tegenwerpen: de politiek incorrecte werknemers zijn conservatief, die bonden ook, en wat bezielt werkgevers om daarin mee te gaan? Nog afgezien van de overduidelijke opinie van werknemers is het antwoord simpel. Pensioen is hun uitgesteld loon. Wie betaalt, bepaalt.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

    • Menno Tamminga