Opinie

Geef het spoor vleugels

Op kortere afstanden zou niet het vliegtuig maar de trein de eerste keus moeten zijn, schrijven de topmannen van NS én KLM, en
KLM-vliegtuigen op Schiphol Foto BrasilNut

Het internationale treinverkeer loopt lichtjaren achter op het vliegverkeer. De Europese integratie zie je als reiziger wel terug als je een vlucht boekt, maar nauwelijks op het spoor. Veel lange-afstandsverbindingen zijn houtje-touwtje aan elkaar geplakt, met onnodige stops. Eén klik, één ticket? Het kan vaak niet. Het was nooit een prioriteit. Dat ligt vooral aan lokale en nationale belangen. Overal geldt: eigen dienstregeling eerst.

Terwijl u dit stuk las, gingen er vijf vliegtuigen de lucht in, terwijl de reizigers van de intercity naar Berlijn nog op hun fluitje wachten

KLM en NS vinden dat het spoor en de luchtvaart goed op elkaar moeten aansluiten en versterken. Dat kan alleen als er één scherpe visie op kwalitatief hoogwaardige mobiliteit in Europa komt. Kwaliteit door te investeren in een goed spoorwegstelsel over land en door scherpe keuzes te maken over de positie van Europa in de wereld van de luchtvaart, waar stilstand achteruitgang is. Nederland hoort in deze discussie, als land met ambities op het gebied van duurzaamheid én bereikbaarheid, een voortrekkersrol te vervullen. Dat is ook in het belang van de Nederlandse economie en werkgelegenheid.

Vliegen is binnen Europa vaak goedkoper dan treinen. Niet zo gek dat Schiphol uit zijn jasje groeit en vooral uitdijt door de komst van low cost carriers. Door ons spoorwegstelsel internationaal te verbeteren en te blijven investeren in een intercontinentaal netwerk in de lucht vangen we meer vliegen in één klap. Reizen met de trein geeft minder CO2 uitstoot dan vliegen en leidt tot minder korte-afstandsvluchten van Schiphol. Dus meer ruimte voor een intercontinentaal luchtnetwerk, waar onder meer ons bedrijfsleven van profiteert.

Minder stoppen

Op de korte Europese afstanden – Londen, Brussel, Parijs en Berlijn – zou de trein de eerste keuze moeten zijn qua reistijd en prijs. Op grotere afstanden is het vliegtuig de logische keus.

Met een nationale aanpak komen we daarbij niet ver. Zouden we bijvoorbeeld een non stop-treinverbinding willen aanbieden tussen Amsterdam en Barcelona, dan zijn afspraken nodig met België, Frankrijk en Spanje. Een trein door je land laten razen waar je eigen steden niets aan hebben? Daar is geen enkele nationale overheid voor te porren. Neem de trein van Amsterdam naar Berlijn: die stopt maar liefst vijftien keer. Fijn voor de inwoners van Hilversum, Almelo, Minden en Stendal, maar zo kom je op zes uur reistijd. Drie keer stoppen scheelt bijna een uur.

Behalve sneller, moet de trein goedkoper worden. Maar het btw-tarief op een treinkaartje gaat binnenkort zelfs van 6 naar 9 procent. Slecht voor de concurrentie, en het maakt het spoor al bij voorbaat kansloos als alternatief of aanvulling op de luchtvaart. Daarom zou Nederland de ruimte voor Europese afspraken moeten benutten om het belastingtarief voor internationaal treinreizen op nul te zetten. Eurocommissaris Violeta Bulc (Vervoer) lijkt daartoe geneigd. Zij pleit voor het actief stimuleren van internationaal treinreizen en is bereid daar de nodige consequenties aan te verbinden. Dat verdient de steun van iedereen die het Parijs-akkoord heeft ondertekend, onder wie de Nederlandse regering.

Want zonder ambitie en politieke wil verandert er niks. Terwijl u dit stuk las, gingen er vijf vliegtuigen de lucht in, terwijl de reizigers van de intercity naar Berlijn nog op hun fluitje wachten. Met een gezamenlijke visie op onze internationale netwerken over spoor en in de lucht, houden we Europa in de toekomst leefbaar en concurrerend. Welke politicus durft hier zijn tanden in te zetten? U vindt ons aan uw kant.

Pieter Elbers is president-directeur van KLM. Roger van Boxtel is president-directeur van NS.