Recensie

Rennen en gillen met het echte Jurassic-DNA

Sciencefiction Veel overtuigende actie in deel vijf van de Jurassic -reeks, maar het verhaal in ‘Jurassic World: The Fallen Kingdom’ vol grofgebekte dino’s en lavastromen lijkt afgekloven.

Ze bijten nog steeds: dino ontmoet mens in Jurassic World: The Fallen Kingdom foto Universal

‘Oeh! Ah! Dat is hoe het altijd begint. En dan rennen. En gillen.” Acteur Jeff Goldblum vatte in deel 2 van Jurassic Park (The Lost World, 1997) handzaam samen waar het in deze serie om draait, Mens schept dino. Dino eet mens. Ook dit deel heeft zijn Spielbergiaans open mond-moment: een groepje nietige mensen ziet een Apatosaurus zo hoog als een flatgebouw voorbij schrijden. Waarna men voortvarend aan het rennen en gillen slaat.

In dit vijfde deel, Fallen Kingdom, heeft Jeff Goldblum een ontluisterende ‘cameo’. Ooit strooide hij als Dr. Malcolm fris met aforismen over complexe controlesystemen die de kans op chaos slechts vergroten. Nu beperkt hij zich tot slappe platitudes over de mens die niet voor god mag spelen en de komende ‘genetische catastrofe’.

T-rex verscheurt man

Het tekent het gebrek aan lef en originaliteit in dit op zich heel onderhoudend avontuur dat sterk leunt op recombinatie van vertrouwde scènes, plotpunten en beelden. T-Rex en zijn maatje scheuren man in stukken. Mosasaurus springt uit water voor sappig hapje. Kat en muis met grote carnivoren in kleine ruimtes.

Wie de trailer van Fallen Kingdom zag, weet dat de dino’s eindelijk vaste wal bereiken. Tweemaal sloopten ze een pretpark op Isla Nublar, voor de kust van Costa Rica; twee andere Jurassic-films speelden op een fok-eiland waar ze in de vrije natuur ronddolen. De film is, net als 21 jaar geleden het warrige tweede deel, gemodelleerd naar King Kong (1933) en The Lost World (1925): expeditie brengt kolos naar de bewoonde wereld, kolos ontsnapt.

Grofgebekte dino’s

In Fallen Kingdom dreigt een ontwaakte vulkaan de dinosauriërs uit te roeien; zij zwerven inmiddels rond op Isla Nublar, tussen de ruïnes van pretpark Jurassic World. Rijkaard Benjamin Lockwood (James Cromwell) wil ze uit dinofiele overwegingen evacueren en roept de hulp in van dino-activiste Claire Dearing (Bryce Dallas Howard), vroeger de geconstipeerde manager van het dinopretpark. Zij neemt haar stoere dinotrainer Owen Grady (Chris Pratt) op sleeptouw, die tedere gevoelens koestert voor de slimme Velociraptor Blue. Twee passend etnische sidekicks - latino arts, zwarte nerd - completeren het team.

Lees ook: In Jurassic World zijn de dino’s weer van piepschuim en kippengaas

De huurlingen die deze expeditie begeleiden, doen een dubbele agenda vermoeden. En welja. Na een zinderend uur boordevol nipte ontsnapping aan grofgebekte dino’s en lavastromen volgt een tweede akte in een Californisch kasteel van Lockwood. Diens assistent Eli Wills (Rafe Spall) hoopt daar stiekem de geëvacueerde dino’s te veilen en heeft in een geheim kelderlaboratorium dr. Wu verstopt, die daar nijver voortknutselt aan een griezeldino voor militair gebruik: de Indoraptor. Meisje Maise dartelt door datzelfde kasteel met het oog op symbolische gezinsvorming: ook dat hoort bij Jurassic Park.

Jurassic Park: Spielbergs baby

Zo wordt er flink wat narratief DNA gerecombineerd: Spielbergs baby - zoals regisseur J.A. Bayona de serie noemt - is in veilige handen. Bayona doseert zijn verhaal zo handig dat je pas na afloop beseft hoe afgekloven het is en bewijst zijn flair voor actiescènes. Met het rennen en gillen zit het wel goed, en meer mocht je wellicht niet verwachten van een regisseur wiens prachtige film A Monster Calls eerder zo treurig flopte. Hollywood weet nu weer dat ze hem op een karweitje uit kan sturen.