De dino’s zijn weer van piepschuim en kippengaas

Jurassic World: Fallen Kingdom Sinds Jurassic Park leek de toekomst van special effects digitaal. Maar in Fallen Kingdom zien we weer mechanische dino’s.

Chris Pratt in Jurassic World: Fallen Kingdom

‘Animatronics are awesome”, zegt acteur Chris Pratt, held Owen Brady in Jurassic World: Fallen Kingdom. In de vijfde Jurassic Park-film kon hij, veel meer dan in het vorige deel, acteren met animatronics: mechanische, levensechte dino’s van piepschuim, kippengaas, rubber, latex en triplex. En dus niet in zijn eentje voor een groen scherm bewegen waar dino’s later digitaal worden ingetekend, oftewel computer generated images (CGI).

In Fallen Kingdom zitten vijf animatronic-dinosaurussen. Hun ontwerper is Neal Scanlan, die in 1996 een Oscar won voor de visuele effecen van Babe. Door toenemend gebruik van CGI was er steeds minder vraag naar zijn handwerk, dus ging Scanlan tien jaar geleden met vervroegd pensioen. Tot Ridley Scott hem vroeg voor Prometheus (2012) en Star Wars: The Force Awakens (2015) en hem daarna inhuurde als ‘creature supervisor’. Opeens ging de bal weer rollen: animatronics zijn terug van nooit helemaal weggeweest.

Digitale T-Rex

Steven Spielbergs avonturenfilm Jurassic Park (1993) is de boeken ingegaan als dé doorbraak van CGI. Toen Spielberg zag hoe geloofwaardig een digitale T-Rex van Dennis Muren bewoog, verkoos hij diens CGI boven de stop-motion van specialist Phil Tippett: een techniek waar poppen beeld voor beeld worden bewogen. CGI was voor actie veraf; dino’s die direct in contact stonden met acteurs, bleven animatronics. Jurassic Park bevatte slechts vijftig pure CGI-shots; de Velociraptors die in de zenuwslopende keukenscène zoeken naar twee kinderen zijn acteurs in kostuum of mechanisch. Slechts in twee scènes zijn de dino’s volledig digitaal.

Met het vorderen van de Jurassic Park-reeks, en de digitale techniek, nam het aandeel CGI in de films flink toe. In het vorige deel, Jurassic World (2015), was alleen de kop van een stervende Apatosaurus nog een animatronic. Maar inmiddels heeft de omgekeerde beweging ingezet: er groeit een voorkeur voor fysiek aanwezige modellen boven digitale effecten.

Een trailer van Jurassic World: Fallen Kingdom, met beelden van de animatronics.

Dat heeft ook te maken met iets dat Spielberg in 1982 al merkte: de fysieke ET-pop op de set zorgde voor een emotionele connectie met de kindacteurs, en als kijker voelde je dat. Die logica geldt ook voor de volwassen acteurs van Fallen Kingdom. Regisseur J.A. Bayona in de Los Angeles Times: „Het geeft een extra prikkel als je met iets tastbaars kan acteren.”

Bij direct, fysiek contact zijn animatronics uiteraard noodzaak: denk aan de klassieke scène uit Jurassic Park waarin acteur Sam Neill zich teder tegen de buik van een zieke, verdoofde Triceratops vleit. Maar het werkt ook subtieler. Zo hebben Bryce Dallas Howard en Chris Pratt in Fallen Kingdom een gespannen scène met Velociraptor Blue, die door vijftien poppenspelers uiterst kundig wordt bestuurd. De Raptor zweet, kwijlt en knippert met vochtige ogen: daar als acteur op reageren zonder iets te zien, oogt al snel onwaarachtig.

Tastbare mode

De huidige verschuiving van digitaal naar analoog heeft een modieus element. Zo kwam Christopher Nolan onlangs bij de ‘ongerestaureerde versie’ van 2001: A Space Odyssey. Warm krakend vinyl is helemaal terug in de platenzaken, het cassettebandje beleeft een heropleving en jonge mensen gaan graag naar 70mm-vertoningen in Eye Filmmuseum. Die ‘tastbare’, analoge media staan voor levend en authentiek, digitaal voor steriel en doods.

Lees ook de recensie: Rennen en gillen met het echte Jurassic-DNA

In de film beperkt die trend zich niet tot Nolan, die er een punt van maakte zijn oorlogsepos Dunkirk zo ouderwets mogelijk te filmen. J.J. Abrams streefde bij de herstart van de Star Wars-reeks ook naar zo min mogelijk digitale effecten. Een element van (zelf)bedrog bevat dat wel. Zo zijn bijna alle animatronics van Fallen Kingdom digitaal bewerkt: voorzien van een laagje CGI om bewegingen net iets soepeler te maken. Wat we tegenwoordig op het doek zien, zijn digitale hybrides.

    • André Waardenburg