Brieven

Brieven

Willem Melchior onderstreept het gevoel van urgentie waar ik dagelijks mee word geconfronteerd (Help de verslaafde. Verbied het roken, 1/6). Afgelopen week trof ik twee rokers in mijn spreekkamer. De één is een jonge vrouw van begin twintig die ik jaarlijks zie voor haar astma. Ze wil blijven roken, want „te gezellig”. Voor het derde jaar op rij beantwoordt ze mijn vraag of en wanneer ze wil stoppen met roken met: „Als ik zwanger ben.” Ze verwacht niet dat dat in de nabije toekomst is. De ander is een vrouw van zevenenvijftig wie ik moet vertellen dat haar aanhoudende benauwdheid geen staartje griep is, maar COPD. Ze rookt sinds haar dertiende, vermijdt nu al diverse dagelijkse activiteiten vanwege de kortademigheid. Na een lange stilte verzucht ze: „Was ik maar eerder gestopt.” Een algeheel rookverbod zou helpen. Onze minister van Medische Zorg maakt zich sterk voor preventieve gezondheidszorg, maar gepolder voorkomt dat er stappen worden gezet. Pas in 2020 zijn supermarkten verplicht rookwaren uit het zicht te plaatsten, overige winkels pas in 2022. Kostbare tijd waarin wij zorgverleners ons werk met één arm op de rug gebonden moeten doen. Wij brengen met patiënten keurig in kaart waarom zij willen stoppen, waarna zij bij de grootgrutter op de hoek kunnen vragen om „die met het hartinfarct”.


praktijkverpleegkundige
    • Yvonne Woudenberg