Foto Merlijn Doomernik

Bevrijd jezelf, ga eens in de supermarkt op je rug liggen

Lammert Kamphuis (35), filosoof, schrijft in een boek hoe filosofische oefeningen ons zelfstandiger en rustiger kunnen maken. „Je leven gebeurt maar één keer.”

‘Ik hoor vaak zeggen: ‘We zitten te veel in ons hoofd’, en: ‘We denken te veel en moeten meer voelen.’ Maar het probleem is niet dat we te veel denken, het gaat mis in de manier waarop we denken.” Lammert Kamphuis (35) is filosoof. In zijn donderdag te verschijnen boek Filosofie voor een weergaloos leven belicht hij de vraagstukken van het moderne leven met ideeën uit de verre en recente filosofiegeschiedenis. Zo gebruikt hij voor tevredenheid op het werk ideeën van John Rawls, Aristoteles en Friedrich Schlegel. Betere keuzes maken kan volgens hem met de inzichten van Isaiah Berlin en Voltaire, en wat goed ruziemaken betreft wendt hij zich tot Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau.

Kamphuis is onder meer hoofddocent aan de Nederlandse dependance van The School of Life, het internationaal onderwijsinstituut op het gebied van de praktische levensfilosofie dat in 2008 is opgericht door de Britse filosoof Alain de Botton.

Zijn boek gaat over levenskunst: over hoe filosofische oefeningen ons zelfstandiger en rustiger kunnen maken. „Rust vind je niet door te stoppen met denken”, zegt hij, „ maar door je denken uit te dagen en te verrijken.”

De term ‘weergaloos’ noemt Kamphuis een „schijnbeweging”. „Je kunt het interpreteren als ‘geweldig’, maar het betekent letterlijk ‘zonder weerga’ – je leven gebeurt maar één keer. De titel zegt dus eigenlijk: denkvaardigheden voor een eenmalig leven.”

Wat zijn filosofische oefeningen voor zo’n weergaloos leven? Kamphuis geeft voorbeelden. „Je kunt je oefenen in gezonde onaangepastheid zoals de Cynici ongeveer 400 voor Christus deden. Diogenes bijvoorbeeld masturbeerde in het openbaar. Dat raad ik niet aan, maar wat anderen van je denken kan je behoorlijk in de weg zitten. Doe daarom af en toe bewust iets wat mensen raar vinden, zoals 15 seconden in de supermarkt op je rug liggen. Je merkt dat je gewoon blijft leven.” Op de vraag of hij dat zelf ook gedaan heeft, zegt hij: „Zeker, maar niet in mijn eigen supermarkt.”

Een ander filosofisch advies, gebaseerd op de homo ludens van filosoof Johan Huizinga, is om te blijven spelen op je werk. Kamphuis vertelt over twee zakenpartners die elkaar in vergaderingen met derden verplichte en verboden woorden opleggen. Zo mogen ze ‘winst’ en ‘project’ niet gebruiken en moet de een op een geloofwaardige manier het woord ‘poffertjespan’ en de ander het woord ‘sneeuwpop’ bezigen.

Kwel jezelf niet

Wat levert dat op? Kamphuis: „Dat het dus even niet meer gaat over wat het ‘oplevert’. Omdat we als mens spelende wezens zijn; om dingen gewoon te doen ‘for the fun of it’, zonder doelgerichtheid. Als we dat niet meer doen, vervreemden we van wie we zijn.”

Een derde oefening: ‘Twijfel jezelf tot rust’. Veel overtuigingen en oordelen maken onrustig, meent Kamphuis. Bij liefdesverdriet bijvoorbeeld komen vaak gedachten op als: ‘Dit was de liefde van mijn leven, ik zal nooit meer zo iemand tegenkomen’. „Dit soort oordelen zit je meer in de weg dan dat het je helpt, terwijl je er bovendien nooit zeker van kunt zijn dat ze waar zijn.”

Filosofie gaf mij de tools om te twijfelen aan waarheden die ik had meegekregen

Lammert Kamphuis

Het scepticisme, een filosofische traditie die al bestaat vanaf de vierde eeuw voor Christus, leert dat je jezelf niet moet kwellen door te oordelen over je ervaring, door gedachten als: dit is vreselijk, of dit is slecht. „Op het moment dat je jezelf betrapt op het vellen van een dergelijk oordeel, zou je bewijzen moeten zoeken voor het tegenovergestelde”, zegt Kamphuis. „En dus argumenten moeten bedenken voor het oordeel dat het weggaan van je partner het beste is wat je kon overkomen. Deze gedachte-oefening moet je net zo lang volhouden tot je je realiseert: ik weet eigenlijk niet of dit het beste of het slechtste is wat me kon overkomen. De sceptici zullen zeggen: dat weet je inderdaad niet!”

„Het denken van de sceptici”, zegt Kamphuis, „is erop gericht jezelf te reinigen van je overtuigingen en oordelen, omdat juist die je onrustig maken. Je twijfelt jezelf op deze manier tot rust.”

Dat Kamphuis breder onderlegd is dan in de individueel-therapeutische toepassing van filosofische inzichten merk je in het hoofdstuk over de rol van kunst in het leven. Daarin zet hij de ideeën van Alain de Botton over de therapeutische waarde van kunst tegenover de benadering van de in 1976 overleden Martin Heidegger. De Botton benadrukt dat kunst helpt de blik naar binnen te richten, Heidegger meent dat kunst ons een ervaring geeft van iets wat juist groter is dan we zelf zijn.

Gezonde ruimte creëren

Kamphuis is duidelijk gefascineerd door Heideggers inzichten. Volgens Heidegger is het van belang dat in de ontmoeting met een kunstwerk „de waarheid geschiedt”, zegt hij. Hij schrijft daarover: „Heel soms ben je je als mens plotseling bewust van het gegeven dat je er bent. Dit zijn momenten waarop de wereld haar vanzelfsprekendheid verliest en het zijn ‘zich’ aan je kan tonen. Bijvoorbeeld als je opeens heel ziek wordt, of als je smoorverliefd bent. Plotseling staat alles op z’n kop en zie je de wereld anders, scherper. Ook kunst kan een dergelijke ervaring teweegbrengen.

Die universeel-mystieke visie van Heidegger past bij Kamphuis’ persoonlijke geschiedenis. De auteur is ‘vrijgemaakt’; pas op zijn 28ste, toen hij al een master theologie op zak had, maakte hij zich los van de streng gereformeerde kerk uit zijn toenmalige woonplaats Kampen. Hij wilde dominee worden, net als zijn vader en beide opa’s. Maar toen hij tijdens zijn studie theologie ook filosofie ging studeren in Utrecht, werden zijn religieuze zekerheden onderuit gehaald.

Lees ook: Nietzsches les voor Nederland

„Filosofie gaf mij de tools om te twijfelen aan waarheden die ik had meegekregen en waarbij ik me niet meer op mijn gemak voelde”, zegt hij. Hij trad uit de kerk, verliet de universiteit waar hij werkte, en schoolde zich om tot eerstegraadsdocent levensbeschouwing. Op momenten dat hij zich afvraagt waarom hij zo lang heeft vastgehouden aan een leven dat niet bij hem paste, troost hij zich met de stoïcijnse filosofie: dat het geen zin heeft je te verzetten tegen wat er al gebeurd is, dat je het beter kunt aanvaarden.

„Soms denk ik: ‘Ik had een heel andere, veel vrijere studententijd kunnen hebben’. Mensen zeggen altijd: ‘Dat is de mooiste tijd van je leven!’ – als dat waar is, is dat trouwens behoorlijk treurig. Maar op momenten van spijt denk ik aan wat de stoïcijn Epictetus zegt: ‘Het zijn niet de dingen zelf die ons verwarren, maar onze denkbeelden erover.”

Met de ‘perspectivistische lenigheid’ die hij de lezer wil bijbrengen, streeft hij naar diens bevrijding uit belemmerende overtuigingen, welke dat ook zijn. „Door te filosoferen creëer je een gezonde ruimte tussen jou en je vastgeroeste gedachtenpatronen. Hierdoor word je flexibeler in je hoofd en ontdek je dat je vrijer bent in je denken dan je ooit gedacht had.”

Lammert Kamphuis: Filosofie voor een weergaloos leven. Bezige Bij, 239 blz, 17,99 euro.
    • Annemiek Leclaire