Bergman wilde controle over zijn ‘muzen’

Ingmar Bergman 100 jaar De beroemde Zweedse regisseur Ingmar Bergman zou dit jaar honderd zijn geworden. Hij gold bij uitstek als de regisseur van vrouwen. Is die reputatie verdiend?

Ingmar Bergmans roem berust voor een belangrijk deel op zijn vermogen om rollen te schrijven voor vrouwen. Zijn collega François Truffaut schreef begin jaren zeventig, dat Bergman als geen andere filmmaker in staat was om het ‘latente genie’ van zijn actrices te doen ontwaken. Actrices in Bergmanfilms, schreef Truffaut, „zijn geen stoeipoezen of poppen, maar echte vrouwen.” Hij schreef dat naar aanleiding van Geschreeuw en gefluister (1972) over drie van elkaar vervreemde zusters.

Bergmans imago wordt tot op de dag van vandaag vooral bepaald door twee zaken. Hij was de regisseur van ernstige, zware films over ingewikkelde existentiële kwesties. En hij was de filmmaker die met zo ongeveer al die schitterende actrices in zijn films verhoudingen had. Bergman was vijf keer getrouwd en zette negen kinderen op de wereld, die opgroeiden bij hun moeders. Daarnaast had hij verhoudingen, met Liv Ullmann, Bibi Andersson en Harriet Andersson; de sterren van zijn films.

Bergman speelt Bergman

Van alle actrices die voor korte of langere tijd de muze van Bergman zijn geweest, is Ullmann tegenwoordig de bekendste, ook omdat ze het meest over haar verhouding met hem prijsgaf aan de openbaarheid. Zij was midden twintig toen ze eind jaren zestig vijf jaar met de aanzienlijk oudere Bergman samenleefde op ‘zijn’ eiland Farö.

Maar is dit meer dan roddel? Bergman hield er altijd aan vast dat leven en kunst niet met elkaar mogen worden verward. Kunst was een spel, een droom, een ritueel. Dat spel gáát weliswaar over het leven – Bergmans leven – maar kunst is niet het leven zelf. Toch zijn Bergmans films en zijn persoonlijke leven diep met elkaar verweven. Biograaf Mikael Timm kon in Bergmans notitieboeken vaak moeilijk onderscheiden waar precies de grens lag tussen persoonlijke en professionele aantekeningen.

Lees ook het eerste artikel in deze korte serie over Ingmar Bergman: Waarom Bergman de beste blijft.

Voor zijn beroemde scheidingsdrama Scènes uit een huwelijk (1973) gebruikte Bergman notities uit de dagboeken van Ullmann, die hem in werkelijkheid kort daarvoor had verlaten. Ook verwerkte hij in die film – en in zijn scenario voor het veel latere Faithless (2000) – elementen van een gebeurtenis uit zijn persoonlijke leven. Dat was het moment waarop hij in 1950 zijn tweede vrouw (en drie kinderen) van de ene op de andere dag verliet om met een nieuwe vrouw naar Parijs te vertrekken.

Geen mannen- of vrouwenrollen

Bergman had het vermogen om met zijn films diep in mensen te kijken; niet alleen bij vrouwen, maar óók bij vrouwen. Dat kwam voor een deel omdat hij niet altijd een groot onderscheid maakte tussen mannenrollen en vrouwenrollen. In Herfstsonate (1978) is Ingrid Bergman te zien als concertpianiste Charlotte, die een wereldcarrière verkoos boven de zorg voor haar kinderen. Ze krijgt daar bittere verwijten over van haar inmiddels volwassen dochter, domineesvrouw Eva (Ullmann).

Bibi Andersson in Het zevende zegel (1957).
Harriet Andersson in Als in een donkere spiegel (1961).
Bibi Andersson in Het zevende zegel (1957) en Harriet Andersson in Als in een donkere spiegel (1961).

In de rol van Charlotte keren de nodige elementen terug van Ingmar Bergmans persoonlijke levensomstandigheden en zijn soms moeizame verhouding tot zijn kinderen. Bergman was een workaholic, die liever nog een extra film maakte over een workaholic dan dat hij daar iets aan wenste te veranderen. Zie ook de middelmatige schrijver David (Gunnar Björnstrand), die in Als in een donkere spiegel (1961) wel driftig aantekeningen maakt over zijn schizofrene dochter Karin (Harriet Andersson), voor een toekomstig boek, maar haar niet echt tot steun kan zijn.

„Soms geloof ik dat ik een lesbische man ben die geobsedeerd is door andere vrouwen. Soms geloof ik dat mijn indrukken extreem vrouwelijk zijn en erg weinig mannelijk”, noteerde Bergman ooit in een notitieboek. Toch zijn zijn vrouwenrollen ook niet vrij van stereotypen. Mannen zijn bij Bergman vaak onmachtige sukkels, die zo nodig iets willen betekenen in de wereld. Daardoor zijn ze niet in staat om hun naasten echt te zien. Vrouwen hebben in Bergmanfilms vaak wél het vermogen om lief te hebben, maar dat vergt van hen een oneindig vermogen tot zelfopoffering en de bereidheid om te lijden.

Volledige controle

Bergman had daarnaast een drang om volledige controle uit te oefenen over zijn ‘muzen’. Op de filmset kon hij horkerig en koud zijn. Gunnel Lindblom, die een hoofdrol had in De grote stilte (1963), herinnerde zich een conflict, toen ze weigerde om voor een scène topless te gaan. Ze hoorde Bergman vervolgens zijn cameraman toebijten: „Ik begrijp niet wat er zo godverdomd belangrijk is aan die twee verdomde bollen vet.” Daarna zou het bijna tien jaar duren voordat Lindblom weer door hem voor een rol werd gevraagd. „Maar misschien was dat om andere redenen.”

Liv Ullmann beschreef in haar boek Changing (1976) hoe onvrij ze was toen ze met Bergman samenleefde op Farö. Ze beschrijft zijn extreme uitbarstingen van woede en jaloezie („Ik had nog nooit zoiets meegemaakt”) en zijn neiging om alles voor haar te willen bepalen – van haar maaltijden tot de vrienden die ze van hem mocht zien. Eigenlijk was Bergman volgens haar op zoek naar een moeder. Bij filmopnamen kon zijn controle-drift nog extremere proporties aannemen. Dat leidde tot botsingen, waarbij Ullmann hem toebeet: „Ik ben zo blij dat je niks meer over me te zeggen hebt, dat ik niet meer 24 uur per dag je gezicht hoef te zien – nu ik echt weet hoe je in elkaar zit.”

Tegelijkertijd noteerde Ullmann over de befaamde close-ups die Bergman in zijn films van haar maakte: „Om met Ingmar te werken is op ontdekkingsreis gaan naar mijn eigen ik. Om alle dingen waar ik als meisje van droomde te kunnen verwezenlijken. Om het masker te laten vallen en te laten zien wat er achter zit.”