Advies: leeftijdsgrens jeugdhulp moet naar 21 jaar

Zorg Jongeren uit de jeugdzorg zijn er vaak niet aan toe om op hun achttiende op eigen benen te staan, stelt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. „Ze verdwalen gewoon.”

De achttienjarigen moeten zelf zaken als onderdak, inkomen en zorgverzekering regelen terwijl ze „vaak weinig ondersteuning” krijgen van hun ouderlijk gezin, en in hun ontwikkeling vaak achter lopen Foto Roos Koole/ANP

De leeftijdsgrens in de jeugdhulp moet omhoog van 18 naar ten minste 21 jaar. Dat adviseert de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in een rapport dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) dinsdag in ontvangst heeft genomen. Veel jongeren uit de jeugdzorg zijn er niet aan toe om op hun achttiende op eigen benen te staan, aldus de Raad, een onafhankelijk adviesorgaan van kabinet en parlement.

De achttienjarigen moeten zelf zaken als onderdak, inkomen en zorgverzekering regelen terwijl ze „vaak weinig ondersteuning” krijgen van hun ouderlijk gezin, en in hun ontwikkeling vaak achter lopen. „Jongeren verdwalen gewoon”, zegt voorzitter van de raad Pauline Meurs tegen NRC. Jongeren van negentien, twintig jaar die de raad voor het rapport sprak, waren eensluidend, aldus Meurs. „‘Was er maar een vangnet geweest’, zeggen ze. ‘Was ik maar beter begeleid.’”

Lees ook het interview met Pauline Meurs: ‘Met een grens bij 18 jaar zet je de jeugdhulp buitenspel’

De leeftijdsgrens in de jeugdhulp is vooral voelbaar voor de bijna 15.000 jongeren die wonen in jeugdzorginstellingen. Van hen vertrekken er jaarlijks ruim duizend uit de instelling omdat ze achttien zijn geworden en de jeugdhulp dus stopt. NRC volgde vier van deze jongeren in het afgelopen half jaar: hun evenwicht is wankel door jeugdtrauma’s, een karig netwerk, gebrek aan geld en een onbestendige woonsituatie. Jeugdhulpverleners kennen allen jongeren die afglijden en op straat belanden.

Lees ook de reportage: Dorine (18) staat er alleen voor

Niet verplicht

De Raad benadrukt dat een hogere leeftijdsgrens jongeren niet verplicht tot jeugdhulp na hun achttiende. Willen jongeren weg, dan gaan ze weg. „Het gaat erom dat een langer gebruik van de hulp mogelijk moet worden – als dat beter past”, zegt voorzitter Meurs. Een hogere leeftijdsgrens maakt het ook mogelijk terug te vallen op de jeugdzorg na één of twee jaar op eigen benen. Die weg terug is met de huidige leeftijdsgrens uitgesloten.

In april pleitten jeugdhulpverleners en organisaties als Jeugdzorg Nederland en Stichting Zwerfjongeren Nederland in deze krant al voor een hogere leeftijdsgrens. Onvrede binnen de sector sluimert al veel langer: problemen met de overgang naar meerderjarigheid waren tien jaar geleden al bekend. Maar ook in de nieuwste Jeugdwet, van 2015, hield het Rijk vast aan de grens bij achttien. Ook minister De Jonge houdt in zijn in april verschenen ‘actieprogramma’ voor de jeugdhulp vast aan achttien jaar. Voor pleegzorg maakt hij een uitzondering: daar verschuift de leeftijdsgrens vanaf juli wel naar 21.

Zelfstandigheid

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving pleit naast een ophoging van de leeftijdsgrens voor de gehele jeugdhulp er ook voor dat hulpverleners de jongeren vanaf hun zestiende standaard begeleiden richting zelfstandigheid. Zodat ze tijdig zaken als huis, inkomen, opleiding regelen.

Bovendien moeten jongeren tussen 16 en 21 volgens de Raad „passende hulp” krijgen, of die nu valt onder de Jeugdwet of onder een wet die bedoeld is voor meerderjarigen, zoals de Zorgverzekeringswet. Gemeente en zorgverzekeraar moeten daartoe samen een „overgangsbudget” in het leven roepen.

Op de „langere termijn” is volgens de Raad een verhoging gewenst van de leeftijdsgrens voor jeugdhulp naar 23 jaar. „Maar laten we beginnen met 21”, zegt Meurs. „Zo spoedig mogelijk.”

Minister De Jonge laat in een reactie weten dat een verhoging van de leeftijdsgrens „vergaande juridische en budgettaire gevolgen” kent die hij beter wil verkennen. Verblijf in een jeugdhulpinstelling kost per jaar ongeveer een ton. In het najaar komt hij met een „afgewogen standpunt”.

    • Ingmar Vriesema