Over de wond zat incontinentiemateriaal

Luxe ouderenzorg De woon-zorghuizen van Domus Magnus beloven veel, maar blijken niet aan de eisen van de inspectie te voldoen.

Het net geopende woon-zorgcomplex in Hilversum, Villa Walgaerde, was prachtig. Hoge plafonds, een grote tuin, wekelijks een klassiek concert en activiteitenbegeleiding. De moeder van Barbara de Beukelaar kreeg er eind mei 2017 een plek. Ze was 86 jaar, er was beginnende dementie bij haar vastgesteld. Een intelligente, breed geïnteresseerde vrouw. De Beukelaar: „Ze had overal een mening over.” Het deftige huis was wel duur: 4.500 euro per maand voor een kamer met badkamer, búíten de zorg – die wordt betaald door Rijk en zorgverzekeraars. Maar de familie deed het graag.

De teleurstellingen kwamen al snel. Binnen een maand hielden de activiteiten op en omdat het huis nieuw was, waren er nog maar drie bewoners en drie man personeel. De moeder van De Beukelaar ging zich vervelen. Het personeel vond haar lastig, zegt De Beukelaar. „Ze hadden geen idee van dementie.” Haar moeder kreeg kalmeringsmiddelen – de huisarts schreef ze voor, maar als ze te druk werd of te veeleisend, gaf de verpleging haar iets meer.

En op een dag viel ze. De Beukelaar: „Ik denk achteraf dat ze suf was van die pillen. Ze moet daarna vreselijke pijn hebben gehad.” Niemand in Villa Walgaerde zag wat er aan de hand was. Pas na een maand werd haar moeder door het personeel naar het ziekenhuis gebracht, waar de arts een gebroken heup constateerde.

Intussen lag de man van Barbara de Beukelaar op sterven, waardoor zij minder tijd had om bij haar moeder te zijn. Haar broer ging zo vaak als hij kon.

Het werd erger. Na de heupoperatie moest de moeder van De Beukelaar terug naar Villa Walgaerde; er was nergens anders plek en haar kinderen konden haar niet in huis nemen. Maar ze kreeg steeds meer pijn. In haar dossier, las dochter De Beukelaar later, stond: „Mevrouw vertikt het om op haar benen te staan.” Uiteindelijk, na twee weken, vond een verzorger haar in bed in een „rare houding”. Het personeel dacht dat ze opnieuw iets had gebroken en bracht haar naar het ziekenhuis. Dat was op de dag van de uitvaart van De Beukelaars man.

In het ziekenhuis bleek dat haar moeder niets had gebroken, maar leed aan een uit de hand gelopen infectie bij de wond van de eerdere heupoperatie. Een verpleegkundige constateerde dat als verband incontinentiemateriaal op de wond zat geplakt. Artsen sneden de infectie weg, maar de moeder van De Beukelaar overleed vijf dagen later.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaf Villa Walgaerde begin mei een ‘aanwijzing’, na een bezoek. Binnen zes maanden moest de zorg op 13 van de 16 onderzochte punten verbeterd zijn. In 2016 was een vestiging van dezelfde keten, Domus Magnus, onder verscherpt toezicht gesteld.

Als ze hem verschoonden, trokken ze zijn broek naar beneden. Dat begreep hij niet. ‘Blijf van me af!’, riep hij

Lopen in de nacht

In mei vorig jaar kwam ook de man van Mieke Janssen in Villa Walgaerde. Hij, een fiscaal jurist, had sinds zijn 63ste de ziekte van Alzheimer. Vier jaar lang had Janssen met haar dochters thuis voor hem gezorgd, op het laatst met 24-uursverpleging. Maar het ging niet meer, ze ging er zelf aan onderdoor. Hij plaste overal en leed, en lijdt, aan loopdrang: als hij onrustig is, móét hij lopen. Heen en weer, urenlang. Vaak midden in de nacht.

Janssen zocht vanaf begin 2017 een plek waar haar man goed zou worden verzorgd en prettig zou wonen. Villa Walgaerde, ongeveer 20 kilometer van haar woonplaats, leek dat te zijn. Ze zou er elke dag heen kunnen, haar dochters ook. Zes weken wennen, zei de locatie-manager, dat was wat nieuwe bewoners nodig hadden. De folders glommen, het gras was vers gemaaid.

De luxe woon-zorgketen Domus Magnus speelt in op de groeiende markt van hulpbehoevende ouderen die wat te besteden hebben. Diverse partijen bieden inmiddels samen zo’n driehonderd van die luxe woon-zorglocaties in het land aan. Het zijn niet echt verpleeghuizen maar mooie panden die, in huis, ook ‘thuiszorg’ bieden: schoonmaak, eten, begeleiding en verpleging.

Domus Magnus was veertien jaar geleden één van de eerste. Sindsdien is de ouderenzorg fors veranderd. De overheid heeft bezuinigd, waardoor ouderen veel langer zelfstandig moeten wonen. Alleen de allerzwakste ouderen krijgen nog toegang tot een verpleeghuis. Als ze het thuis niet meer redden, heeft de familie drie keuzes: zelf alles doen, thuiszorg inschakelen of een (duur) woon-zorg-centrum als dit, met thuiszorg erbij.

Maar om in aanmerking te komen voor die (betaalde) thuiszorg, moet je al behoorlijk krakkemikkig zijn. Huub Deterd, directeur-eigenaar van Domus Magnus: „Mensen wonen langer thuis en ook bij ons is de complexiteit geleidelijk toegenomen.”

Bang

De man van Mieke Janssen was bang om alleen te zijn. Hij liep achter iedereen aan – ook het personeel van Villa Walgaerde. Dat verschijnsel hoort bij Alzheimer. Mieke huurde voorlopig een-op-eenverzorgsters in voor in Villa Walgaerde. Bij hen, haar zelf en haar dochters was hij ontspannen. Ook bij één verpleegkundige in Villa Walgaerde was hij dat. Maar zij vertrok na een maand. Bij sommige verzorgers in Villa Walgaerde was hij gespannen. Hij begreep opdrachten niet meer. Zeiden ze: ‘U moet nu gaan zitten voor uw eten’, dan ging hij niet zitten. ‘U moet nu naar boven’, dan bleef hij beneden.

Op een gegeven moment was er een incident. Miekes man volgde een verpleegkundige die de lift inging. Maar omdat hij claustrofobie heeft, werd hij door een manager min of meer uit de lift getrokken. Dat begreep haar man niet, hij gaf de manager een klap. Mieke werd verzocht naar de Villa te komen. Ze beloofde de een-op-eenverzorging uit te breiden waardoor haar man mocht blijven.

Dat was na vijf weken – ín de wenperiode. „Wij begrepen toen al dat niemand in Villa Walgaerde iets begreep van de ziekte van Alzheimer. Daar heb je veel geduld voor nodig.”

Het ging van kwaad tot erger. Bij een tweede incident waarbij de man van Janssen de kapstok in de hal omver trok, raakte de verpleegkundige in paniek. Ze belde 112. Er verschenen twee politieagenten, maar Miekes man zat alweer rustig in zijn kamer. De ambulance kwam en de familie werd gewaarschuwd. Op aanraden van de broeders werd besloten haar man naar de GGZ te brengen voor onderzoek. Mieke: „Ik zag de brancard waar ze hem op wilden leggen en zei: vergeet het. Wij hebben hem toen zelf naar de GGZ vervoerd. De ambulance reed achter ons aan.” Bij de GGZ constateerden ze al binnen een uur: ‘Uw man is geen psychiatrisch patiënt, hij heeft alzheimer.’ Zij konden niets voor hem doen.

Het was hartverscheurend voor Mieke Janssen, die al 40 jaar met hem leeft. Hij was nog nooit agressief geweest. „Dit waren uitingen van machteloosheid, angst en frustratie. Het personeel vond hem duidelijk een lastige bewoner, een gevaar voor bewoners en henzelf. Hij werd weggehouden van de keuken en huiskamer om de bewoners niet tot ‘last’ te zijn.”

Begin december was er weer een incident, en weer een verpleegkundige die bang werd en de GGZ belde. Schoonzoon en dochter hebben toen tot 2 uur ’s nachts op de crisisdienst gewacht. Toen die kwam, lag Miekes man rustig te slapen en was er dus geen crisis meer.

Haar man ging terug naar Walgaerde. Vanaf die dag betaalde Janssen haar vertrouwde begeleiders – die elkaar aflosten – om fulltime ín Villa Walgaerde op haar man te letten. Dat kostte 7.000 euro per maand, naást de 5.500 voor de huur van de kamer. „Wij kunnen dat betalen. Maar hoe moet dat met de vele alzheimerpatiënten die dat niet kunnen?” Zijn kamer was bovendien vies, zegt zij. „Na een tijdje plakten onze zolen aan de vloer omdat ze zo weinig schoonmaakten.” De wc was vies. Er was volgens Janssen één schoonmaakster die het hele huis in haar eentje moest doen.

Belangrijker was het onbegrip voor haar man, zegt Janssen. „Als ze hem verschoonden, trokken ze zijn broek naar beneden. Dat begreep hij niet. ‘Blijf van me af!’, riep hij. Dat doe jij ook als iemand opeens je broek naar beneden trekt.”

In januari werd haar man extreem onrustig. Er volgden gesprekken met directie, locatiemanager, verpleegkundigen en psychologe. De familie was bang dat hij weer zou worden ‘weggestuurd’. Ze gingen op zoek naar een andere plek. Miekes dochter Boukje belde een volle dag verpleeghuizen om een plek voor haar vader te vinden – dat lukte op een gesloten afdeling in een verpleeghuis.

Daar zit hij nu met zestien andere dementerende ouderen op een afdeling. Maar hij wordt er „liefdevol” verzorgd. Mieke Janssen: „Ze hebben een personeelstekort, dus ik huur nog steeds mijn één-op-ééners erbij in. Maar de mensen díe er werken, zijn geweldig. Ze hebben verstand van dementie en alzheimer.”

Inhaalslag

Domus Magnus-directeur Huub Deterd zegt dat hij erg geraakt is door deze situaties, maar dat hij „niet op individuele gevallen kan ingaan”. De organisatie neemt wel „de volle verantwoordelijkheid” om zaken te verbeteren. Over de kritiek van de inspectie zegt hij: „We erkennen dat er een inhaalslag gemaakt moet worden voor de zorg aan zeer complexe patiënten. We zijn daar sinds oktober mee bezig.” Domus Magnus heeft inmiddels een behandelteam met twee ouderengeneeskundigen en vier psychologen.

Deterd: „Wij hebben hier veel van geleerd, verwachtingen moeten beter worden besproken en we moeten ook kritischer zijn in welke situaties we wel en niet de passende omgeving en zorg kunnen leveren.”