Kan een eigen rechtbank het geweld in de CAR wél stoppen?

Vervolging geweld in de CAR

Wie er oorlogsmisdaden pleegt kan in de Centraal-Afrikaanse Republiek al jaren zijn gang gaan. Een nieuwe rechtbank moet het geweld een halt toe roepen.

Een Congolese soldaat patrouilleert in Bangui. Foto Legnan Koula/EPA

Komt er eindelijk een einde aan de wetteloosheid in de door religieus en etnisch geweld verscheurde Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)? Deze week begint een nieuwe, zogeheten ‘hybride’ rechtbank met haar onderzoek in de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui.

Het strafhof wordt verantwoordelijk voor de vervolging van de belangrijkste daders van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, gepleegd sinds 2003. Nederland betaalde er via de Verenigde Naties met twee miljoen euro aan mee. Kan deze speciale rechtbank eraan bijdragen dat er een einde komt aan het nog steeds voortdurende geweld?

  1. Waarom is de nieuwe rechtbank in het leven geroepen?

    Het besluit tot de vervolging van militieleiders en andere aanstichters van massaal dodelijke geweld dateert uit mei 2015. De CAR, met bijna 4,7 miljoen inwoners een van de armste en instabielste landen van Afrika, had net een periode van grof geweld achter de rug. In december 2013 vielen in de hoofdstad Bangui honderden doden door wraakacties van christelijke milities op moslimgroeperingen die eerder gewapenderhand de macht hadden overgenomen. Naar eigen zeggen voorkwam Frankrijk een groter bloedbad door het sturen van een interventiemacht.

    De daadwerkelijke oprichting van de rechtbank werd vertraagd. Er was bureaucratische rompslomp en er moesten gebouwen worden opgeknapt om onderdak te geven aan rechters, aanklagers en griffie.

    De belangrijkste vertragende factor was het oplaaien van geweld, eind 2016. In het hele land gingen milities en ‘zelfverdediginggroepen’ elkaar te lijf. In augustus 2017 zei een VN-hulpcoördinator dat „de eerste tekenen van genocide” te zien zijn. Sinds november 2016 zijn ruim 600.000 mensen van huis en haard verdreven.

    Lees ook het verhaal over de uitspraak van VN-hulpcoördinator Stephan O’Brien: ‘Genocide dreigt in Centraal-Afrikaanse Republiek’
  2. Wat is precies een hybride rechtbank?

    De term hybride wordt gebruikt omdat het om een strafhof gaat waarin binnen- en buitenlandse juristen samenwerken. De rechters en ander personeel komen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek zelf én uit het buitenland. Onder andere de VN-missie in de CAR en het Internationaal Strafhof in Den Haag geven juridische en technische ondersteuning. Twee jaar geleden publiceerden de VN een gedetailleerd overzicht van massamoorden en andere ernstige mensenrechtenschendingen tussen 2003 en 2015.

    Op dit moment helpen tweeduizend buitenlandse politieagenten onder VN-vlag bij de arrestatie van verdachten, maakte humanitair coördinator Najat Rochdi van de VN vorige week in Genève bekend.

    De hoofdaanklager van het nieuwe hof, kolonel Toussaint Muntazini Mukimapa, komt uit de Democratische Republiek Congo. Als advocaat-generaal bij het Hoge Militaire Hof in Congo was hij betrokken bij de vervolging van oorlogsmisdadigers in zijn land. Hij hielp ook mee Congolese verdachten naar het Internationaal Strafhof te krijgen.

  3. Heeft de rechtbank kans van slagen?

    Dat is nog niet te zeggen, zegt historicus Thijs Bouwknegt, onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs, Holocaust en Genocide Studies. „In sommige landen zoals Sierra Leone en Senegal werden de hybride rechtbanken een succes, terwijl de rechtsgang in Oost-Timor en Cambodja werd gefrustreerd door politieke onwil en inmenging.”

    Het bijzondere van de nieuwe rechtbank is dat ze aan het werk gaat terwijl de conflicten in de CAR voortduren. „Vooral door het kordate optreden van Rwandese blauwhelmen is de situatie wel verbeterd. Op diverse plekken laait het geweld op, maar niet systematisch meer”, zegt Bouwknegt. VN-coördinator Rochdin onderstreepte vorige week dat de humanitaire situatie alarmerend blijft.

    Hoe bescherm je getuigen in die omstandigheden? Hoe pak je verdachten op en voorkom je dat strijdgroepen hen weer bevrijden? De cruciale vraag is of er voldoende goedbewaakte gevangenissen zijn om verdachten op te sluiten, zei aanklager Muntazini in november tegen Jeune Afrique. Maar „gerechtigheid zal zegevieren” , beloofde hij ook.

  4. Ook het Internationaal Strafhof in Den Haag doet onderzoek in de CAR. Is het niet gek dat er nu twee rechtbanken komen?

    Minder vreemd dan op het eerste gezicht misschien lijkt, zegt Marieke de Hoon, universitair docent Internationaal recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Het Strafhof kan maar een beperkt aantal zaken behandelen. Een lokale rechtbank kan veel meer doen. Bensouda (hoofdaanklager van het Strafhof) heeft gezegd samen te willen werken met de nieuwe rechtbank en haar te willen ondersteunen. Zo’n gezamenlijke benadering zou ideaal zijn.”

    Ook NIOD-onderzoeker Bouwknegt zegt dat beide rechtbanken elkaar juist kunnen versterken. Het Internationaal Strafhof heeft tot dusver één verdachte van misdaden in de CAR vervolgd: de voormalige Congolese zakenman en krijgsheer Jean-Pierre Bemba Gombo. Hij kreeg twee jaar geleden achttien jaar celstraf wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan tussen oktober 2002 en maart 2003 in de CAR. Juist komende vrijdag krijgt Bemba te horen of die straf wordt gehandhaafd in hoger beroep.

    Nu lopen er geen processen meer bij het Strafhof tegen Centraal-Afrikaanse verdachten. Die komen er waarschijnlijk ook niet, denkt Bouwknegt. „Het Strafhof heeft maar beperkte middelen en jaagt op de grote vissen. Het zal juist blij zijn met een nieuwe rechtbank die achter daders aangaat in de lagere regionen.”

    Ook in ander opzicht heeft vervolging in het land waar de zaken zich afspeelden de voorkeur boven procesvoering in het verre Den Haag, zegt Bouwknegt. „De getuigen wonen er, mensen kunnen de rechtszaken bijwonen en zien wat er gebeurt. Bij het proces tegen Bemba zag je niemand uit de CAR in Den Haag.”

    • Wim Brummelman