Hoe red je je als belegger bij onrust op de markt?

Zware woorden als ‘bankencrisis’, ‘voortbestaan van de euro’ en ‘onhoudbare staatsschuld’ vielen de afgelopen tijd als het over Italië ging. Wat te doen: vluchten of het hoofd koel houden?

Foto Luciano del Castillo/EPA

Wie vorig weekend bij de Giro d’Italia dacht dat het niet veel steiler omhoog kon dan de Colle delle Finestre, kon zijn borst natmaken voor de klim die de tienjaarsrente op Italiaanse staatsleningen maandag en dinsdagochtend maakte. De politieke onrust in Italië zorgde voor schokgolven op de Europese beurzen. Een hard gelag voor wie de afgelopen weken een leuk rendement had opgebouwd, en daar in korte tijd een deel van zag verdampen. Zware woorden als „bankencrisis”, „voortbestaan van de euro” en „onhoudbare staatsschuld” vielen in de media; financiële instellingen kwamen in de loop van de week met tegenstrijdige adviezen.

Als particuliere belegger kan al dit nieuws nogal overweldigend zijn. Moet je in deze roerige tijden nu tijdelijk ‘vluchten’ door uit aandelen te stappen, of juist het hoofd koel houden en wachten tot het overwaait? Peter Siks, auteur en beleggerstrainer bij BinckBank, ziet de koersbewegingen als een mooi beoordelingsmoment: „Als je actief op de korte termijn belegt, is het aan te raden om nu te kijken hoe kwetsbaar je portefeuille is. Sta je robuust genoeg, ben je niet te kwetsbaar voor koersschommelingen?” Het dilemma zit volgens Siks in de wetenschap dat morgen alles anders kan zijn. „Als je niets doet terwijl de koers verder daalt, dan verlies je daarop. Maar wat als de beurs morgen weer omhoog schiet en je er net helemaal uit bent gestapt?”

Om bij alarmerende krantenkoppen en dalende koersen geen ondoordachte beslissingen te nemen, is het volgens Luc Aben, hoofdeconoom bij Van Lanschot Bankiers, zaak om niet in paniek te raken, al is dat makkelijker gezegd dan gedaan, zo geeft hij toe. „Economie gaat over mensen, en mensen hebben emoties. De kunst is om die niet te laten meespelen, maar gedisciplineerd te blijven en je aan het plan te houden dat je vooraf hebt gemaakt.”

Aben schreef voor Van Lanschot een online hulpgids over beleggen in volatiele markten, waarbij het beleggingsplan centraal staat. „Toch moet je telkens kritisch blijven op jezelf en je plan. Blijf je altijd afvragen of de cijfers nog wel kloppen met de realiteit.” Dat lijkt tegenstrijdig, want hoe handel je dan met dat plan? Dit is precies wat effectenhandel volgens Aben zo lastig maakt: „Je ziet dat ook de professionele beurshandelaren het nooit helemaal bij het juiste eind hebben. Als een trader zegt dat hij één keer precies op het juiste moment verkoopt, kan dat gebeuren. Bij de tweede keer is het dom geluk en bij de derde staat hij glashard te liegen.”

Voor wie blijft twijfelen en toch een beslissing wil nemen, heeft Siks een vuistregel: „Weet je het echt niet, stap er dan voor de helft uit. Als de koersen verder dalen, blijft de schade beperkt. Als het meevalt en de koersen herstellen, heb je niet tegen de laagste prijs alles laten vallen.”

Hoewel het de afgelopen week spannend is geweest, zijn de markten volgens zowel Aben als Siks nog niet in de buurt geweest van de eurocrisis in 2010. Aben: „Op het hoogtepunt van de eurocrisis zag je dat het renteverschil tussen Duitse en Italiaanse staatsobligaties zo’n 6 procentpunt was. dat was afgelopen week uiteindelijk niet meer dan 2.”

Angst voor speculaties tegen de euro, waarbij hedgefondsmanagers inzetten op een ondergang van de gemeenschappelijke munt, is nog niet aan de orde. „Het is nog veel te vroeg voor termen als ‘bloed door de straten’”, aldus Siks. „Daarvan is pas sprake als er koersbewegingen van rond de 7 à 10 procent plaatsvinden – niet de huidige procentjes erbij of eraf.” Toch wil de beleggerstrainer de situatie in Italië – en de mogelijke gevolgen ervan – niet bagatelliseren. „Er moet echt alles aan gedaan worden om het land in het gareel te houden. Want als Italië valt, gaat de euro het heel moeilijk krijgen.”

    • Sjoerd Klumpenaar