De verdedigers moeten het gaan doen

Italië-Nederland

Vindt Oranje de weg terug omhoog, nu het een aantal topverdedigers heeft? Tegen Italië werd het maandag nog niet zo overtuigend 1-1.

Verdediger Nathan Ake (midden) tijdens de vriendschappelijke wedstrijd tegen Italië. Foto Miguel Medina/ AFP Photo

Daar staat hij dan, de man van 84 miljoen. 1 meter 93 lang, meer dan 90 kilo zwaar. Vorige week nog in de schijnwerpers tijdens de finale van de Champions League, nu het beoogde baken van rust op een maandagavond in Turijn, in een stadion waar verdedigen decennia geleden al tot kunst werd verheven.

Vermoedelijk is er geen land ter wereld dat zo veel beroemde verdedigers voortbracht als Italië, maar de duurste van allemaal speelde maandagavond toch echt aan de andere kant: Virgil van Dijk. In het shirt van Oranje sloot de mandekker uit Breda het seizoen van zijn onwerkelijke transfer af. Met zijn overstap naar Liverpool werd hij niet alleen de meest kostbare verdediger op de planeet, hij overtrof ook Marc Overmars als duurste Nederlandse speler aller tijden.

Van Dijk, die met Oranje 1-1 speelde, staat symbool voor de opkomst van de Nederlandse verdediger. Althans, op basis van het aantal speelminuten van Nederlandse internationals in de vier topcompetities van Europa. Hollandse aanvalslust? Verdedigers hebben de toekomst. Zij zijn misschien wel degenen die Oranje erbovenop kunnen helpen.

Hoewel het onwerkelijk klinkt na het missen van het EK en WK, lag het aantal speelminuten van Nederlandse spelers in de Engelse, Duitse, Italiaanse en Spaanse competitie nooit zo hoog als in de afgelopen vier seizoenen. Van de gezamenlijke 5.000 minuten als dieptepunt in 2011, naar meer dan 20.000 minuten in het seizoen 2014-2015. Dankzij spelers als Daley Blind bij Manchester United en Stefan de Vrij bij Lazio Roma volgde een seizoen later de nog altijd ongeëvenaarde piek: ruim 25.000 minuten.

Luxeprobleem

De statistieken komen uit de Val van Oranje, het recent verschenen boek waarin Pieter Zwart, journalist bij Voetbal International, op zoek ging naar problemen en oplossingen voor het afgezakte Nederlandse voetbal. Ja, problemen zijn er, maar wie spelers als Jetro Willems, Nathan Aké en Daryl Janmaat ziet standhouden in Frankfurt, Bournemouth en Londen ziet dat de laatste linie niet zozeer het probleem is. Stefan de Vrij tekende voor vijf jaar bij Internazionale en wat te denken van Matthijs de Ligt? 18 jaar oud en leider van Ajax: geen club die hem níét wil hebben.

„Als Nederland al een probleem heeft met het opleiden van verdedigers, dan is het een luxeprobleem”, schrijft Zwart. Een van zijn verklaringen is dat nu ook in buitenlandse topcompetities wordt verwacht dat spelers positiespel van achteruit beheersen. Talenten in Nederland weten niet beter, vertrouwd als ze zijn met de gedachte dat je de bal nooit zomaar de tribune inschiet.

Zwart plaatst wel een kanttekening. Want misschien is Nederland niet beter gaan opleiden, maar is er elders simpelweg meer vraag ontstaan naar het soort verdediger dat hier al tijden wordt voortgebracht. Denk aan Engeland, maar ook aan Italië, waar de klassieke sloper langzaam wordt verdrongen door de behendige back.

Tegenover de opmars van Nederlandse verdedigers staan de matige cijfers van aanvallende internationals. Zij bereikten onlangs juist een dieptepunt met 5.000 minuten in 2016-2017. Mede dankzij Arjen Robben, die inmiddels is afgezwaaid bij Oranje.

Zijn gemis is voelbaar op avonden zoals maandag in Turijn. Het Nederlands elftal heeft ingeleverd aan creativiteit, heeft allang niet meer de flair om duels gemakkelijk te winnen. De ploeg speelde degelijk tegen Italië, maar gaf nog altijd meer kansen weg dan ze creëerde. Nu mag het nog. Italië-uit was de laatste van de vier oefenduels waarin Koeman wilde experimenteren met spelers en tactiek. Na de zomer geen excuses meer.

In Turijn tastte uitgerekend zijn beroemdste speler, Van Dijk, mis bij het enige tegendoelpunt. Toch werd het nog 1-1. Doelpuntenmaker? Nathan Aké. Een verdediger.

    • Fabian van der Poll