Recensie

Metalvrouwen imponeren op Fortarock

Rockfestival

Na een jaar over te hebben geslagen, beleefde metalfestival Fortarock dit weekeinde een geslaagde editie. Vrouwelijke muzikanten speelden zich op het machofeest in de kijker.

Ryanne van Dorst is met haar band Dool in topvorm op Fortarock Foto ANP KIPPA/ FERDY DAMMAN

Als ook de rood-gele gloed van het vuurwerk van Nightwish is vervaagd en de bomen rond het Goffertpark in Nijmegen weer in het donker van de net gevallen nacht staan, weten fans, bands, organisatoren en iedereen met een metalhart dat het is gelukt: Fortarock leeft nog.

Het grootse bombast van Nightwish mag flink over the top zijn, het werkt louterend voor een festival dat in de problemen zat. Er waren vorig jaar niet genoeg grote bands om een goed programma rond te krijgen, en het hele feest ging niet door. Of het dit jaar dan wel zou lukken, moest nog maar blijken, want bands worden alleen maar duurder, de concurrentie is moordend.

Maar kijk eens: de Finse symfonische metalkanonnen van Nightwish, met de megastem van de Nederlandse Floor Jansen, sluiten dit gemoedelijke festival met een man of 14.000 publiek af. Over twee dagen verspreid kwamen er 21.000 mensen naar het Goffertpark en hoewel het terrein iets meer aankon, is Fortarock geslaagd. En, zo wordt voorzichtig gefluisterd, de tekenen voor volgend jaar zijn goed. De volhouder wint.

En dat met een goed programma, waarin het opviel hoeveel vrouwen er op de podia stonden. Je kunt het vermoeiend vinden dat anno 2018 op elk festival de vrouwen worden geteld om een punt te maken, maar we hebben het hier wel over notoir machofeest heavy metal. Op vrijdag stond Alissa White-Gluz met haar Arch Enemy nog alleen, maar op de grotere zaterdag stonden vrouwen op de planken bij Nightwish, Vuur, For I Am King, Igorrr, Dool en Baroness. Een recordaantal voor Fortarock.

Bij die laatste twee bands was het bovendien het leukst. Bij de Amerikaanse sludgemetalband Baroness leek het of kersverse gitarist Gina Gleason altijd al in de band heeft gezeten, zo makkelijk rolde ze mee in de aanstekelijke energie van frontman John Dyer Baizley. Steengoede songs als ‘Take My Bones Away’, ‘Chlorine and Wine’, en het lekker snel gespeelde ‘Green Theme’ helpen, maar met zulk overtuigend puur spelplezier hadden ze net zo goed Abba-covers kunnen spelen, en ze zouden recht in het hart aankomen.

Dat spelplezier is ook wat Dool zo goed maakt. Het is geen wedstrijdje, maar een betere live-band is er op dit moment in Nederland moeilijk te vinden. Zo verbeten als de band van Ryanne van Dorst - Elle Bandita, in een vorig leven - de sokken uit hun schoenen speelt, van het synchrone headbangen tot het tot in de puntjes verzorgde harmonische gitaarspel, spelen veel bands alleen als er opnames worden gemaakt. Dool is er op gebrand dat elk koppie rond het stampvolle, prachtige en intieme theaterpodium meeknikt op hun donkere maar vreselijk aanstekende doomrock. Dat lukt gemakkelijk, en waarschijnlijk voor het laatst in zo’n kleine setting.