Recensie

Brigitte Kaandorp teert op meezingers

Zomershow

In een vrolijk liedjesprogramma met band zingt Brigitte Kaandorp greatest hits als ‘Ik heb een heel zwaar leven’ en ‘Als ik het maar niet met Andries Knevel hoef te doen’.

Brigitte Kaandorp slaagt er in haar zomershow in om een feestje te bouwen met haar publiek.

Na een paar jaar rustig aan te hebben gedaan, gaat Brigitte Kaandorp vanaf komend seizoen weer de theaters in met een avondvullende solo. Als opwarmertje speelt Kaandorp dit voorjaar een lekker luchtige zomershow, waarmee ze vooral de openluchttheaters aandoet.

Kaandorp slaagt er absoluut in om een feestje te bouwen met haar publiek. Het openluchttheater blijkt de perfecte setting voor vrolijke meezingers als ‘’t Is weer voorbij die mooie zomer’ en een Duitse ‘Widergutmachungsmedley’ met fragmenten uit Duitse hits als ‘Ich bin wie du’ en ‘Schnappi’.

Maar Kaandorp moet het in deze show vooral van haar oude successen hebben. De nieuwe liedjes die Kaandorp voor de pauze zingt, zijn veelal niet de moeite waard. Zo zingt ze een flauw zomerhitje („Joh, wat heb je een rooie kop / Heb je in de zon gezeten”) en is haar imitatie van een Marco Borsato-lied („Het gaat over afscheid nemen, want daar is die Borsato in elk liedje mee bezig”) niet scherp genoeg voor een geslaagde parodie.

Greatest hits

Nee, dan liever de ‘greatest hits’ die Kaandorp na de pauze zingt, met veel ruimte voor verzoeknummers uit de zaal. De uitstekende band onder leiding van Bernd van den Bos speelt alle liedjes prachtig mee, ook al gaat het om relatief onbekende nummers als ‘Daan en Marloes’ (uit 1991 alweer), die Kaandorp waarschijnlijk in geen jaren gezongen heeft. Maar natuurlijk komen ook publieksfavorieten als ‘Ik heb een heel zwaar leven’, ‘Bolide’ en ‘Als ik het maar niet Andries Knevel hoef te doen’ voorbij.

Tussen de liedjes door vertelt Kaandorp sporadisch over haar leven als vijftiger. Ze maakt een aantal grappige opmerkingen over lichamelijk verval, de overgang, en de ‘kan-mij-het-schelen’-mentaliteit die ze als typerend ziet voor vrouwen van in de vijftig, maar helaas blijft het bij een aanzet. Waarschijnlijk krijgen deze conferences, in meer uitgewerkte vorm, een plek in de nieuwe solovoorstelling die Kaandorp na de zomer gaat spelen.

Gespeeld gestuntel

Hoewel Kaandorp de boel zoals altijd vakkundig aan elkaar kletst, begint haar gespeelde stunteligheid („Wat is het weer een rommelige avond!”) op den duur wat te vervelen. Gelukkig is er binnen deze luchtige show ook ruimte voor werkelijk ongeplande dingen. Zo blijkt in Soest de vriendengroep van haar zoon in de zaal te zitten en roept Kaandorp één van de jongens het toneel op „omdat hij zo goed Beyoncé na kan doen”. Hij moet even zijn schaamte overwinnen, maar daarna geeft hij een dappere Beyoncé-uitvoering weg, des te grappiger wanneer Kaandorp sensueel mee begint te dansen.

Kaandorp is gul en speelt tweeënhalf uur (met korte pauze). Zoals aangekondigd („Als jullie heel hard klappen, spelen we nog een toegift, en als jullie daarna wéér hard klappen, spelen we er heus nog wel een”) komt ze, onder luid gejoel van het publiek, nog een paar keer terug. Zo geeft ze na het slotnummer nog een mooie intieme uitvoering van ‘Grote blote man’ en eindigt ze, uiteraard, met een meezinger. Want van dat meezingen krijgt het publiek maar geen genoeg.

    • Dick Zijp