Hulp-tv van de NPO hoeft aan maar weinig regels te voldoen

Hulptelevisie Uit het artikel over Vier Handen op één Buik dat NRC zaterdag publiceerde bleek dat het NPO-programma niet altijd de beloofde hulp biedt. Kan dat zomaar? Vijf vragen over hulp-tv bij de publieke omroep.

Televisieprogramma Vier handen op één Buik Beeld David Galjaard

Mag je alles maken van publiek geld? Aan welke regels moeten televisieprogramma’s eigenlijk voldoen?

Dit weekend bleek uit een artikel in NRC dat deelnemers aan het hulpprogramma Vier Handen op één Buik (BNNVARA) zich lang niet altijd geholpen voelden. De jonge, soms minderjarige deelnemers verkeren in (financieel) kwetsbare situaties. Ze tekenen in ruil voor het vooruitzicht op hulp en een vergoeding van 750 euro verregaande contracten, en leveren daar veel vrijheid voor in.

Vier handen op één Buik is sinds 2012 op tv. Toenmalig BNN-directeur Marc Adriani kon zich destijds wel voorstellen dat er vragen waren. In NRC zei hij in 2013: „Als je vluchtig kijkt kan je je afvragen of dit nu typisch publieke omroep is”. Zelf vond hij dat zeker het geval; hij stelde destijds dat het programma een „maatschappelijke laag” heeft, net als BNN-programma’s Over mijn lijk, Proefkonijnen en Je zal het maar hebben. Dat onderscheidt volgens hem programma’s van de publieke omroep. „Zulke thema’s zijn bij de commerciëlen niet in veilige handen.”

Vraag is: in hoeverre verschillen de regels als het gaat om programma’s gemaakt voor de commerciële of publieke omroep? Waar kun je terecht met klachten? En ziet iemand op de inhoud toe?

1. Wat mag je van publiek geld maken?

Vrij veel. Met de Rijksbijdrage van zo’n 800 miljoen euro zijn omroepen wat betreft inhoud en vorm zo goed als vrij om te maken wat ze willen. Al moeten zij achteraf wel verantwoording afleggen over wat zij met dat geld gedaan hebben. Zo toetst het Commissariaat voor de Media na afloop of er sprake is van eventuele overtredingen van de Mediawet. In dat geval zijn het overigens niet de makers, maar de omroepen die daarop aangesproken worden. Zij dragen verantwoordelijkheid.

2. Wat staat er in de Mediawet?

Omroepen zijn bijvoorbeeld gebonden aan regels over sponsoring, reclame en er geldt een dienstbaarheidsverbod. Sponsoring is bij de publieke omroep niet toegestaan – al zijn er uitzonderingen voor culturele en educatieve programma’s en sport. Bij commerciële omroepen mag hier meer.

Natuurlijk moeten omroepen zich houden aan de wet (aanzetten tot discriminatie mag bijvoorbeeld niet). Maar of omroepen de beloofde hulp aan deelnemers nakomen – wat zij contractueel met kandidaten mogen afspreken: daarover staat niets in de Mediawet. Toen vorig jaar bleek dat deelnemers van hulpprogramma’s van RTL zich misleid voelden, stelde Sander Dekker, voormalig staatssecretaris van Media, „geen aanleiding” te zien „ om daar wettelijke regels voor te stellen”. Het regelen van fatsoen in de wet is ingewikkeld, redeneerde Dekker. „Producenten van programma’s en omroepen hebben een verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met mensen die deelnemen aan hun programma’s.”

In 2017 publiceerde NRC een dossier over hulp-tv bij RTL. Lees het hier.

3. Hoe ziet die verantwoordelijkheid eruit?

Een NPO-brede gedragscode, over het programma-aanbod, is er niet. Sinds 2009 hebben omroepen eigen codes opgesteld, waarop zij kunnen worden aangesproken. Daarin staat bijvoorbeeld dat BNN-programma’s ‘integer’ moeten zijn. Het is voor omroepen verplicht een plek te hebben waar klagers terecht kunnen. Komen omroep en klager er onderling niet uit, dan kan die naar de rechter.

4. En de NPO-ombudsman dan?

Die ziet alleen toe op de journalistieke producties van de publieke omroep. Margo Smit geeft als onafhankelijke ombudsman advies achteraf (om censuur te vermijden) over bijvoorbeeld EenVandaag, Jinek en Nieuwsuur. Bij haar aantreden in 2017 stelden de omroepen samen een journalistieke code op. Smit toetst of programma’s zich daaraan houden en doet verslag. Smit: „Ik kan geen rectificatie afdwingen, dat kan alleen een rechter. Maar naming and shaming is meestal erg genoeg.”

Lees ook het commentaar van NRC: Tienermoeders ingezet als gladiatoren, zonder weg terug

5. Hoe doen andere landen dat?

Bij de Britse BBC is er één afdeling waar klagers over alle programma’s terecht kunnen – óók reality. En behalve toezicht achteraf, is er een ‘Standards Editor’ waar makers vóóraf kwesties kunnen voorleggen die mogelijk strijdig zijn met de richtlijnen. Hoe ga je om met minderjarige deelnemers? Mag je mensen betalen voor deelname aan een programma?

Ombudsman Margo Smit juicht dat model toe. „Nu het toezicht op de journalistiek goed geregeld is, moet je het over andere programma’s van de publieke omroep hebben.” Het Britse model kan volgens Smit misstanden voorkomen. Smit: „Natuurlijk moeten omroepen in de eerste plaats zelf klachten afhandelen. Maar als reactie uitblijft, moet de klager een niveau omhoog kunnen. Op de site van de omroep kun je vaak wel een klachtenformulier invullen. Maar het is afwachten of er altijd iemand reageert.”

toestel

    • Lineke Nieber