Opinie

    • Jutta Chorus

Brut on the rocks als kiem van destructie

Ze zijn ouder dan ze eruitzien. De man wankelt bij de bushalte, de vrouw zakt neer op het bankje. Hij ziet een rokende medewachter – nachtblauw pak, rolkoffer, draadloze ‘oortjes’, haargrens boven op de schedel. Of hij nog een sigaretje heeft. Ja, maar die geeft hij niet.

Twaalf uur ’s nachts, station Utrecht Centraal. Als je erop let, lijkt de halve bevolking beneveld. Ik kwam van een feest waar ik op het terras een consultanttype had zien uithijgen. Zijn kobaltblauwe pak zat nog goed, zijn das ook. Hij keek leeg voor zich uit, een kat op de kattenbak. Tussen zijn voeten lag een vloerpizza.

Zo af en toe krijg ik aanvallen van cultuurpessimisme. Niet in de zin van: lazen alle kinderen de Gijsbrecht nog maar. Nee, als een verhevigd besef van de kwetsbaarheid van de samenleving. Of liever: een sterk gevoel dat dit besef ontbreekt bij de meeste mensen op Utrecht Centraal. Waarom zouden ze ook? Terwijl zij weerloos voortsjokken, komt de bus precies volgens de dienstregeling aanrijden. Alles marcheert.

We hebben een week met omineus nieuws achter de rug. In Nederland: twee wetenschappers van de WRR vonden op gemeentelijk niveau een verband tussen diversiteit en onveiligheid. In de wereld: Trump ontketent met zijn tarievenmaatregel misschien wel een klassieke handelsoorlog.

Ik wandel door een zonovergoten park dat is ingericht met kraampjes van de beste restaurants van Amsterdam. Ik krijg bakchorizo en bloodymaryworkshops aangeboden. Elegante vrouwen prijzen Moët & Chandon-champagne brut impérial on the rocks aan.

De bezoekers dragen intussen gewoon gewassen spijkerbroeken, T-shirts („If this is life, keep on playing”) of Zara-jurkjes. Een vrouw van tegen de vijftig – op haar sjerp staat: „Ik ga trouwen” – neemt plaats in de witte BMW i8 Roadster bij de ingang en zegt tegen haar vriendinnen: „Eten, drinken en blij zijn. Wat wil je nog meer?”

Dit zijn niet de mensen die je verwacht in het soort restaurants dat zich hier presenteert. Ze zijn er domweg niet rijk genoeg voor. Ik begrijp dat dit precies de bedoeling is. Het hele park is een presenteerblad voor het kapitalistisch systeem: de mensen die hier komen, moeten zich aangemoedigd voelen om zoveel te verdienen dat ze wél de brute en imperiale champagne kunnen betalen.

Dan bedenk ik: Trumps tarievenoorlog („I can get a better deal”) is de ultieme uitdrukking van de waarden van ditzelfde systeem. Wat de bruid in het park ervaart als blij-zijn, is een systeem dat ook de kiemen van destructie draagt.

En dat maakt me pessimistisch.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus