Brieven

Brieven 2/6/2018

Malinese Spiderman

Nationaliteit

De man die afgelopen week al gauw ‘de Malinese Spiderman’ werd genoemd, nadat hij een kind dat dreigde van een balkon te vallen het leven redde, wordt ‘beloond’ met de Franse nationaliteit (nrc.nl, 28/5). „Het is een daad van enorme moed, trouw aan de waarden van solidariteit van onze republiek, die hem de deuren moet openen tot onze nationale gemeenschap”, schreef regeringswoordvoerder Benjamin Griveaux zelfs.

Alsof alle Fransen ook altijd trouw zijn aan de ‘waarden van [hun] republiek’, alsof zij iets gedaan hebben om hun nationaliteit te verdienen. Natuurlijk niet; nationaliteit is geen beloning en zou dat ook niet moeten zijn. Miljoenen Fransen zijn zomaar Frans, zonder er iets voor te hebben hoeven doen, terwijl anderen blijkbaar een heldendaad moeten verrichten om ervoor in aanmerking te komen.

Nationaliteit is niet iets wat iemand verdiend heeft, maar, banaal verwoord, een kwestie van geluk (of ongeluk). Het getuigt van een enorme arrogantie van de Franse regering, die zich met het toekennen van de Franse nationaliteit aan iemand die deze ‘verdient’ een superieure houding aanmeet. En dan ga ik nog voorbij aan Frankrijks koloniale verleden, dat deze houding ten opzichte van een man afkomstig uit Mali, een voormalige Franse kolonie, nog discutabeler maakt.

Het idee van nationaliteit als beloning laat op pijnlijke wijze de ongelijkheid tussen landen en mensen zien. Het schept een hiërarchie en leidt tot onterechte superioriteitsgevoelens. Het is daarom belangrijk om ons te blijven beseffen dat het hebben van een bepaalde nationaliteit geen verdienste is maar berust op geluk. Het systeem is inherent oneerlijk, maar als nationaliteit een beloning wordt, doen we alsof dat terecht is en werken we aan de verdieping van onrechtvaardigheid.

daklozenbeleid

Recht op opvang

Het Amsterdamse coalitieakkoord van GroenLinks, D66, PvdA en SP pakt op z’n zachtst gezegd zeer teleurstellend uit voor dak- en thuislozen. Dit terwijl er in 2017 een helder rapport van de Amsterdamse Rekenkamer is verschenen, waarin de vloer werd aangeveegd met het daklozenbeleid van de stad. De hulp aan de allerarmsten deugde van geen kanten.

Je zou denken dat men zich op het stadhuis is rot geschrokken van het rapport, maar de verantwoordelijke wethouder deed het af met woorden in de trant van ‘wij doen het beter dan Den Haag’. De verwachting was dat het nieuwe college het rapport van de Rekenkamer meer dan zou omarmen, maar in het coalitieakkoord lijken de daklozen een vergeten groep. De praktijk in Amsterdam is dat de meerderheid van de daklozen die bij de gemeente aanklopt, met lege handen wordt weggestuurd. Wie wel wordt toegelaten tot de opvang, komt op een wachtlijst te staan. Er is te weinig doorstroom, waardoor mensen veel te lang in de opvang blijven. Ondertussen heeft de dakloze geen eigen plek, geen werk en een te lage uitkering. Kortom, een uitzichtloos bestaan.

De wachtlijst voor een sociale huurwoning in Amsterdam bedraagt meer dan vijftien jaar. Maar het wordt de dakloze kwalijk genomen dat hij geen onderdak heeft. Terwijl de gemeente voor voldoende betaalbare huizen moet zorgen. Het recht op opvang en adequate huisvesting is als grondrecht neergelegd in internationale verdragen. Nederland heeft zich aan die verdragen gebonden. Het recht op opvang is nationaal geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Daklozen hebben dus wel recht op opvang, maar krijgen het niet. Is het geldgebrek of is er sprake van bestuurlijke onverschilligheid? Ook in andere steden is het daklozenbeleid ondermaats, zoals de rapporten van de diverse Rekenkamers laten zien.

Wij roepen de rijksoverheid dan ook op om in te grijpen.

,

Halftaligheid

Achterhaald beeld

Paul Scheffer keert zich tegen het gebruik van het Engels op Nederlandse universiteiten (De heilloze weg naar halftaligheid, 23/5). De gevolgen zijn volgens hem niet mis: de toekomstige bovenlaag van de bevolking vervreemdt van de samenleving, verliest aan kennis en vaardigheid en behoorlijke beheersing van zowel het Nederlands als het Engels gaat verloren. De oorzaak: de geldzucht van universitaire bestuurders, terwijl wetenschappers zich terugtrekken in hun ivoren toren. Het is een mooi en aantrekkelijk beeld, maar het klopt niet. In een wereld waarin de wetenschap in grote mate internationaal opereert en veel mensen uit het buitenland komen om te studeren, doceren of onderzoek te verrichten, is het een ronduit achterhaald beeld dat door vast te houden aan het Nederlands, alles weer goed komt. Het is nuttiger te bedenken hoe we binnen deze ontwikkeling aandacht geven aan de verbinding van universiteit en samenleving. Dat kan op vele manieren. Zowel in het Nederlands als in het Engels.

,

Voltooid leven

Geen taalspelletje

Wouter Beekers en Daniël Boomsma ergeren zich aan de versimpelde taal waarmee het debat over voltooid leven wordt gevoerd (Bij het levenseinde past geen simpele taal, 26/5). Zij vinden het beter om niet te spreken over ‘voltooid leven’, maar over ‘lijden aan het leven’. Alsof dat geen versimpelde taal zou zijn! Het debat hoort niet te gaan over de woorden die we gebruiken, maar over onze morele opvattingen over het levenseinde. Uiteindelijk is de enige vraag die ertoe doet: erkennen we dat ieder mens de vrijheid heeft om zelf over zijn leven te beschikken? Kunnen we respect opbrengen voor iedere weloverwogen keuze die een mens over zijn levenseinde maakt? Of dat nu waardig ouder worden of waardig sterven inhoudt.

,

#MeToo

Vrouwelijke daders

In haar boeiende artikel ‘Zelfbeheersing voor beginners’ (26/5) beschreef filosoof Stine Jensen onder andere haar ideeën over man-vrouw verhoudingen en de #MeToo-discussie.

De scheiding die hierin gemaakt wordt tussen vrouwen als slachtoffers en mannen als daders lijkt de discussie eenzijdig te verlammen. Zijn dit niet twee verschillende discussies over feminisme en over machtsmisbruik door elkaar heen, die slechts een gedeeltelijke overlapping hebben? Uit eigen ervaring weet ik dat vrouwen net zo goed een dader kunnen zijn van machtsmisbruik en seksueel geweld als mannen. Vrouwen als dader, daar is weinig over bekend (door taboe, uit schaamte, angst voor totaal onbegrip, ongeloof?) maar ik vermoed dat dit vaker voorkomt zoals bijvoorbeeld in de docu ‘De Hoofdvrouw’ van Marijke van der Meulen. Ik denk dat overal waar mannen én vrouwen met macht zijn die het niet kunnen laten om hun zieke, gefrustreerde seksuele behoeften in het geniep te botvieren op een medemens – dat kunnen ook mannen zijn – in een onverschillige, wegkijkende omgeving, dit soort machtsmisbruik kan voorkomen.

Laten we het dus niet alleen hebben over de minder sterke machtspositie van vrouwen, maar laten we los daarvan het hebben over hoe we mensen in machtsposities, die op de meest creatieve, uitgekiende, manipulerende, grensoverschrijdende manieren anderen seksueel misbruiken, beter aan banden kunnen leggen. Wegkijken van dit soort pervers machtsmisbruik, hoe walgelijk ook om onder ogen te komen, laat staan te moeten ondergaan, is gewoon geen goede optie.

Opvoeding

Achterstandswijk

In ‘Opgevoed’ (31/5) vraagt een vader zich af of zijn tienjarige zoon grove teksten van Nederlandstalige rapmuziek mag gebruiken. En wel voor een voorstelling op zijn school in zijn ‘welgestelde gemeente’. Waarom staat dat erbij? Deze vader denkt kennelijk dat het accepteren van grof taalgebruik te maken heeft met de welgesteldheid van een gemeente. Misschien kan deze vader eens gaan praten met vaders uit achterstandswijken om te leren hoe je zonder twijfel kan ingrijpen bij grof taalgebruik van je kind.

    • Wouter Beekman
    • Jenny Boer
    • Caroline de Groot
    • Isadora Dullaert
    • Gijs Nelemans
    • Evie Pronk
    • Reinier Thiadens