Opinie

Vereng internationalisering niet tot verengelsing

De internationalisering in het onderwijs bedreigt onze identiteit niet, maar is juist goed voor de positie van Nederland in de wereld, betoogt .

Studentendemonstratie, in maart dit jaar, op het Janskerkhof in Utrecht tegen woningtekort en hoge huren. Foto Erik van ’t Woud/Hollandse Hoogte

Buitenlandse student heerst’, ‘stop Engelse gekte’, ‘universiteit wil minder buitenlandse studenten’ – de koppenmakers konden zich de afgelopen maanden uitleven. In het publieke debat ging het over problemen die zouden zijn veroorzaakt door internationalisering van het hoger onderwijs, zoals een tekort aan studentenhuisvesting en de dreigende teloorgang van het Nederlands.

Voor het gemak werd ‘internationalisering’ steeds gereduceerd tot de komst van internationale studenten naar Nederland. Dat is jammer, want internationalisering is zoveel meer dan dat. En: essentieel voor de toekomst van ons land.

Internationalisering is in drie opzichten breder en belangrijker. Om te beginnen gaat het niet alleen om studenten die naar Nederland komen (‘inkomende mobiliteit’), maar ook om Nederlanders die in het buitenland kunnen studeren (‘uitgaande mobiliteit’). Studeren in het buitenland verdiept en verbreedt niet alleen de studie maar levert ook een onvergetelijke leer- en levenservaring op. Hier kunnen studenten en ook de samenleving geweldig van profiteren. Mede door de Erasmus-beurzen lopen bijvoorbeeld duizenden Nederlandse studenten stage of volgen een deel van hun opleiding in het buitenland.

Lees ook: Minister schippert met Engels op universiteit

Ten tweede is het heel goed mogelijk om internationale ervaring op te doen zonder daadwerkelijk te reizen. Denk aan online-onderwijs: colleges of werkgroepen in de Verenigde Staten volgen, terwijl je zelf achter de laptop zit. Of een stage op een Nederlandse vestiging van een Koreaans bedrijf. Ook internationale studenten zelf zijn van meerwaarde. Mits goed begeleid ontstaat zo een international classroom waardoor studenten worden uitgedaagd en leren omgaan met diversiteit.

Beroepsonderwijs

In de derde plaats beperkt internationalisering zich allang niet meer tot het hoger onderwijs. Ook in het beroepsonderwijs worden internationale vaardigheden steeds belangrijker. Inmiddels doet 7 procent van de mbo-studenten een buitenlandse studie- of stage-ervaring op.

In het voortgezet onderwijs wordt tweetalig onderwijs (tto) verzorgd op meer dan 130 scholen, waarvan ruim dertig vmbo-scholen, waarbij minimaal de helft van de vakken in het Engels wordt gegeven. Zelfs op heel veel basisscholen is internationalisering normaal, al in groep 3 kunnen kinderen skypen met leeftijdgenoten in Polen of Italië via programma’s die door Europa gefinancierd zijn.

Internationalisering is dus meer dan vaak wordt voorgesteld. Het is geen doel op zichzelf, maar juist een middel om hogere doelen te verwezenlijken. Het is goed voor het onderwijs als dit zorgvuldig wordt verrijkt met internationale en interculturele ervaringen. Internationalisering kan ten slotte ook bijdragen aan de economie. Studenten zijn beter voorbereid op de arbeidsmarkt en uitwisseling kan leiden tot nieuwe handelscontacten.

Lees ook het Commentaar: De minister hoeft zich slechts aan de wet te houden

Mensen die hier hebben gestudeerd, onze internationale alumni, houden een blijvende band met Nederland. Dat zijn onze economische, culturele en diplomatieke contacten van de toekomst. Mede hierdoor kan internationalisering bijdrage aan vreedzame internationale betrekkingen. Ook met landen waarmee de relatie gespannen is, kan op onderwijsgebied worden samengewerkt.

Talent behouden

Natuurlijk kunnen we niet de ogen sluiten voor de vraagstukken die de komst van internationale studenten naar Nederland met zich meebrengt. Voldoende aanbod van studentenhuisvesting vereist samenwerking op lokaal en nationaal niveau. Het is belangrijk vast te leggen wanneer een opleiding in het Engels meerwaarde heeft, en er moet ook voldoende Nederlandstalig aanbod blijven. De integratie van internationale studenten kan sterker. Dat maakt het ook makkelijker talent te behouden voor onze arbeidsmarkt en dat is hard nodig gezien het tekort aan bijvoorbeeld technici.

Het zou ook goed zijn als meer Nederlandse studenten een volledige opleiding over de grens volgen. Dat helpt in de financiële balans tussen inkomende internationale en uitgaande Nederlandse studenten. Met twee procent op het totale aantal scoort Nederland ver onder het Europees gemiddelde. Ook op het terrein van kansengelijkheid ligt een mooie uitdaging. Uit onderzoek blijkt dat studenten met hoogopgeleide ouders veel meer kans maken op een internationale ervaring; veel andere Europese landen doen dat beter.

Over al deze onderwerpen hebben de Nederlandse universiteiten en hogescholen recentelijk goede voorstellen gedaan in hun Internationaliseringsagenda.

In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, is internationalisering geen gevaar voor onze Nederlandse identiteit. Eén van de definiërende elementen van onze identiteit is juist onze internationale oriëntatie, die ons veel heeft gebracht. Juist daarom moeten we er aan vasthouden, zeker in het onderwijs.

Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, D66) geeft op 4 juni in een Kamerbrief haar visie op de uitdagingen van de internationalisering in het onderwijs. Het zou mooi zijn als het debat in de Kamer niet alleen alleen op de schaduwzijden is gericht, want dat kan ertoe leiden dat het kind met het badwater wordt weggegooid.