Taser volgens politie van toegevoegde waarde

Volgens een eindevaluatie van de Politieacademie is het stroomstootwapen nuttig, maar moet de toepassing wel anders.

Demonstratie van de taser in Soesterberg. Robin Utrecht/ANP

Het stroomstootwapen is, mits juist gebruikt, een goede toevoeging aan de uitrusting van de basispolitie. Dat concludeert de Politieacademie in een eindevaluatie die ze vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Het is nu aan de politiek om te beslissen of de taser tot de standaard politie-uitrusting gaat behoren.

Agenten van vier eenheden gebruikten een jaar lang de Taser X2, een wapen dat eerder alleen door arrestatieteams werd ingezet en dat bedoeld is om het ‘gat’ tussen pepperspray en vuurwapen op te vullen. Volgens het rapport vonden agenten van de pilotgroep “het een geweldig middel” en zouden zij “niet meer zonder willen”. Maar de toepassing van het wapen moet wel anders, concludeert het rapport.

Kritiek Amnesty

Met een taser geeft de agent het slachtoffer een stroomstoot via direct contact of via twee kleine, van afstand afgeschoten, pijltjes. Met name de stun mode – het drukken van het wapen direct op de huid – leidde eerder tot felle kritiek van mensenrechtenorganisaties. In februari vroeg Amnesty International na aanleiding van een tussenrapport van de Politieacademie om “onmiddellijke opschorting” van het gebruik van de taser. Het wapen zou – tegen de instructie in – gebruikt worden in ongevaarlijke situaties en, met name door de stun mode, risico’s met zich meebrengen voor hartpatiënten.

Amnesty International waarschuwde in februari voor de gevaren van de taser.

Maar, stelt het politierapport, bij juist gebruik draagt het wapen wel degelijk bij “aan een veiliger en effectiever politieoptreden”. Volgens de academie helpt het wapen bij het onder controle krijgen van lastige situaties, mede doordat dreigen vaak al voldoende is. Ook hebben agenten meer zelfvertrouwen en kunnen ze vaker zelf “daadkrachtig en geloofwaardig optreden” in situaties waar ze vroeger hulp van specialisten inriepen.

De academie erkent dat de stun mode niet onder dit “juist gebruik” valt. Stroomstoten van meer dan 15 seconden, gebruik om medicatie of behandeling af te dwingen en inzet tegen personen die al onder controle zijn, vallen daar volgens het rapport eveneens niet onder.

Aanpassingen nodig

Er zijn volgens de Politieacademie “geen aanwijzingen” dat de taser leidt tot “structureel minder gebruik van de diensthond of het vuurwapen”, of tot minder verwondingen bij agenten of arrestanten. Al zou dat laatste wel blijken uit buitenlands onderzoek. Kritisch is de academie ook over de te korte en onvolledige training, de ruim geformuleerde inzetcriteria en de “zeer beperkte bijsturing en feedback”. Dit bemoeilijkt het waarborgen van de noodzaak en proportionaliteit van het tasergebruik.

Lees ook dit achtergrondstuk over geweldgebruik door de politie.

De Politieacademie concludeert dan ook dat bepaalde aanpassingen het gebruik van het stroomstootwapen kunnen verbeteren. Naast een begrenzer voor de duur van de stroomstoten stelt de academie heldere inzetcriteria en betere training en bijsturing voor. In de pilot koos de politie volgens het rapport “bewust voor een ruim geformuleerde geweldsinstructie met weinig concrete richtlijnen”; de agent mocht grotendeels zelf beoordelen wanneer en hoe de taser te gebruiken. Achteraf kon bijsturing plaatsvinden via evaluatie en, indien nodig, training.

Maar dit gebeurde dus onvoldoende. “Extra aandacht voor de inzet van het stroomstootwapen binnen het kader van de reguliere training bleek lastig”, schrijft de Politieacademie. De agenten kregen een tweedaagse training en alle 343 keer dat het stroomstootwapen werd ingezet werd dit achteraf beoordeeld als rechtmatig. Na de kritische tussenrapportage en de reactie daarop van Amnesty nam het gebruik van de stun mode volgens de Politieacademie bovendien niet af, maar juist toe.

‘Externe krachten’

De academie benadrukt dat het belangrijk is dat de politie verantwoording aflegt over het gebruik van de taser. Gebeurt dat onvoldoende, concludeert het rapport, dan is het “onvermijdelijke gevolg dat na incidenten externe krachten steeds meer concrete richtlijnen af zullen dwingen en het maatschappelijk draagvlak voor gebruik van het wapen afneemt”.

Dit gebeurde in december toen de Tweede Kamer een motie aannam van GroenLinks en het gebruik van het stroomstootwapen in GGZ-instellingen werd verboden. Aanleiding was een incident in Capelle aan den IJssel waarbij een patiënt driemaal werd getaserd.

    • Kasper van Laarhoven