Nrc Recht

Strijd tegen de drugshandel levert niets aanwijsbaars op

Honderd miljoen extra voor drugsbestrijding? In de Togacolumn legt advocaat-generaal Joep Simmelink uit dat het dweilen met de kraan open is.

Een vangst van 200 kilo cocaïne aan de grens tussen Mexico en Guatemala, in 2005 (AP Photo/Jesus Alfonso)

Door de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration werd medio april in Rotterdam een driedaags congres georganiseerd. Dit stond in het teken van de bestrijding van de internationale drugshandel. Volgens de Minister van Justitie en Veiligheid geeft de omvang van die handel thans ‘reden voor alarm’ en toont de voorzitter van het College van Procureurs-Generaal zich ‘extreem bezorgd’.

Aanleiding voor dat alarm en die zorg zijn de grote verdiensten uit drugshandel, de omkoping van overheidsfunctionarissen, het geweld in kringen van drugshandelaren en de toename van het aantal drugsdoden. De bestrijding van de drugshandel moet dus worden geïntensiveerd en Nederland zal daaraan zijn steentje bijdragen. Daarvoor gaat 100 miljoen extra naar de politie en gaat het Openbaar Ministerie veel hogere straffen eisen in strafzaken tegen drugshandelaren. Volgens de korpschef van de Nationale Politie Akerboom moeten ook de drugsgebruikers worden betrokken bij de aanpak van drugscriminaliteit. Zij houden de drugsmarkt immers in stand.

Ongeloof

‘Bestrijding drugshandel oogst slechts ongeloof. Maar liefst 88 procent van de Nederlanders gelooft niet dat politie en justitie er ooit in zullen slagen de drugshandel en de georganiseerde misdaad effectief te bestrijden….’. Met deze woorden werden de uitkomsten van een NIPO-enquête aangekondigd. Hoewel het hier gaat om een enquête uit 1995 (!), heb ik het sterke vermoeden dat een herhaling van de vraagstelling thans geen andere uitkomsten zal laten zien. De sterke twijfel over het succes van de drugsbestrijding is terecht. Al tientallen jaren legt de bestrijding van de drugshandel een groot beslag op de capaciteit van politie, justitie en het gevangeniswezen. De kosten van die inzet zijn hoog, de baten van die inspanningen zijn niet aanwijsbaar. Als drugsbestrijding effectief zou zijn, zou dat moeten leiden tot de volgende effecten:

1. het aanbod van drugs zou moeten dalen,

2. de aangeboden drugs zouden minder zuiver moeten zijn,

3. de prijzen van drugs zouden vanwege de beperking van het aanbod moeten stijgen,

4. het drugsgebruik zou moeten dalen,

5. het aantal drugsdoden zou moeten dalen,

6. het geweld in relatie tot drugshandel zou moeten verminderen en

7. er zouden minder drugsgerelateerde strafzaken moeten zijn.

Onbegrensd

Ondanks, of beter: dankzij, de jarenlange inspanningen van politie en justitie zijn eerder tegengestelde effecten zichtbaar. Het aanbod van verdovende middelen lijkt onbegrensd. Strafrechtelijk optreden heeft geen merkbare invloed op de drugsmarkt en de drugsprijzen. Het drugsgerelateerde geweld neemt toe. Het is dan ook een terechte vraag of de 100 miljoen extra voor de politie en de hogere strafeisen door het Openbaar Ministerie de drugsbestrijding wel effectiever zullen maken.

Snijverlies

Een antwoord op de vraag is te vinden in de recente publicatie van het CBS over de revisie van de nationale rekeningen. In deze publicatie wordt een bijgesteld beeld gegeven van de stand van de economie, waaronder die van de illegale economie. Volgens het CBS moet de omvang van de illegale economie worden geschat op een totaal van € 4,8 miljard, waarvan € 3,5 miljard samenhangt met de productie, handel en verkoop van cannabis (€ 2,9 miljard), heroïne en cocaïne (€ 460 miljoen) en XTC (€ 160 miljoen). Met de productie en handel in drugs wordt dus heel veel geld verdiend. De € 100 miljoen extra voor de opsporing is vergeleken met de drugsmarkt dus maar een schijntje. En van de resultaten van het met strafrechtelijke middelen afpakken van drugswinsten zullen de criminele entrepeneurs ook niet wakker liggen. Op het totaal van € 4,6 miljard ligt een incasso van misdaadgeld in de buurt van € 80 tot 90 miljoen in de sfeer van snijverlies.

 

Verder blijft, ook na een extra investering van € 100 miljoen, de capaciteit van de politie beperkt, zodat op jaarbasis maar een begrensd aantal drugszaken kan worden opgepakt. Ik doel dan niet op de kleine henneptelers en kleine(re) dealers in verdovende middelen, want die zaken zijn er genoeg. De bestrijding van de drugshandel heeft pas echt effect, als politie en OM hun pijlen richten op de drugsbaronnen die verantwoordelijk zijn voor de grote handelsstromen verdovende middelen. Maar die zaken zijn buitengewoon bewerkelijk en kosten veel opsporings- en vervolgingscapaciteit. Het zal dus nooit lukken om met strafrechtelijke middelen wezenlijke invloed te hebben op de drugsmarkt. De pakkans blijft klein en de verdiensten groot.

Dat zijn belangrijke randvoorwaarden voor de karakterisering van de strafrechtelijk handhaving als dweilen met de kraan open. Doorgaans wordt zoiets als zinloos aangemerkt. Over het gebrek aan effectiviteit van hogere strafeisen hoeven wij het dan al helemaal niet meer te hebben.

 

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier van justitie of advocaat. Joep Simmelink is senior advocaat-generaal bij het Ressortsparket van het Openbaar Ministerie en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht

    • Joep Simmelink