Ophef over ‘amateurisme’ bij selectie Biënnale Venetië

Nieuwsanalyse

Er is veel ophef over de inzending voor de Biënnale van 2019. Werk van één van de drie kunstenaars mag toch niet mee. Hoe kon de selectieprocedure zo mislopen en hoe nu verder?

Maquette van Jennifer Tee, die zij als genomineerde maakte voor de Biënnale van 2017 Foto Jennifer Tee

De Biënnale van Venetië is voor kunstenaars wat de Olympische Spelen zijn voor sporters: het hoogst haalbare podium. Je land vertegenwoordigen in een van de landenpaviljoens in de Venetiaanse Giardini is een grote eer. Niet zo gek dus, dat rond de keuze voor de kunstenaar die mag schitteren in het Rietveldpaviljoen steevast discussie is.

Het Mondriaan Fonds maakte op 15 mei bekend dat van vier genomineerde plannen het idee van Benno Tempel, directeur van Gemeentemuseum Den Haag, was geselecteerd. Hij stelde voor om in 2019 werk van drie kunstenaars te tonen in het Nederlands Paviljoen: Stanley Brouwn (1935-2017), Remy Jungerman (1959) en Iris Kensmil (1970). Onder de titel The Measurement of Presence zal het draaien om het begrip nationale identiteit.

De drie kunstenaars zouden dat thema benaderen vanuit drie verschillende perspectieven: lichaam, geest en geschiedenis. De vorig jaar overleden Stanley Brouwn maakte sculpturen die hij baseerde op het maatsysteem van zijn eigen lichaam. Zelf wilde hij altijd buiten beeld blijven. Er zijn zelfs bijna geen foto’s van hem bekend.

Remy Jungerman maakt voor zijn sculpturen onder meer gebruik van Winti-rituelen. Zijn installatie zal bestaan uit een tafel die kan dienen als altaar om met voorouders in gesprek te gaan. Een ander werk refereert aan de plantages in Suriname. Iris Kensmil plaatst in haar werk kanttekeningen bij de eenzijdige geschiedenis, bijvoorbeeld door portretten van zwarte activisten te schilderen.

Maar meteen na de bekendmaking dook er een levensgroot probleem op: de weduwe van Stanley Brouwn tekende bezwaar aan. Ze weigerde zelfs alle medewerking.

Daarop kwam het Mondriaan Fonds met een nieuwe verklaring: alleen Jungerman en Kensmil zullen Nederland vertegenwoordigen in Venetië. Brouwns werk zal niet fysiek aanwezig zijn, maar wel „als inspiratiebron” dienen.

In de kunstwereld, die zich direct roerde in de kranten en op de sociale media, brak een felle polemiek los. Het Mondriaan Fonds werd amateurisme verweten. Ook had Brouwn, die net als de twee andere kunstenaars van Surinaamse afkomst is, nooit in deze context van identiteitspolitiek betrokken mogen worden. De selectieprocedure moest opnieuw, vonden velen.

Die procedure bestond de afgelopen drie edities (2013, 2015 en 2017) uit een competitie. Voorheen wees het Mondriaan Fonds altijd een curator aan die de vrijheid kreeg zelf kunstenaars uit te kiezen. Maar daar kwam steeds meer kritiek op: die curatoren zouden deel uitmaken van de incrowd en wie daar geen toegang toe had, maakte geen kans.

Daarom startte het Mondriaan Fonds met een open inschrijving voor de Nederlandse inzending van 2013. Dat leidde direct tot een sterke presentatie van Mark Manders, gevolgd door een mooi retrospectief van herman de vries in 2015. Beide tentoonstellingen vielen internationaal op en kregen goede kritieken. Alleen de inzending voor 2017, een filminstallatie van Wendelien van Oldenborgh, werd wisselend ontvangen.

Het Nederlands Paviljoen op het terrein van de Biënnale in Venetië.

Maar de meer democratische inschrijving heeft een keerzijde: het proces kost veel tijd. Kunstenaars die de shortlist bereiken, moeten hun ideeën gedetailleerd uitwerken, maquettes maken, budgettering rondkrijgen. Dat is een proces van twee maanden, waar een honorarium van 4.000 euro per plan tegenover staat. Gerenommeerde kunstenaars doen keer op keer mee en halen het steeds net niet. Dat levert gezichtsverlies op. Dit jaar is daarom, op verzoek van twee van de vier genomineerden, de shortlist niet bekendgemaakt. Maar dat gaat dus wel weer ten koste van de transparantie.

herman de vries op de Biënnale in 2015 Foto ANP/ Bas Czerwinski

Een andere keerzijde: de huidige procedure dreigt een soort poldermodel te worden, waarin zoveel mogelijk stemmen tevreden moeten worden gehouden. Alle plannen – dit jaar waren er zeventig inzendingen – worden beoordeeld door een jury, die door het Mondriaan Fonds is aangesteld. Maar een jury betekent consensus. Dat wreekt zich wellicht nu: je kunt je afvragen of het huidige plan, waarin het werk van Stanley Brouwn de verbindende factor vormde, in verdunde vorm nog steeds wel het beste was van de vier genomineerden.

Volgens de indiener van het plan, Benno Tempel, wel. „Het is nog steeds een spannend plan. Je ziet twee kunstenaars die intelligent omgaan met het huidige debat. Zij laten aan de samenleving zien: staar je niet blind op het verleden, maar stort je ook niet in een nieuwe utopie.” Hij ontkent overigens dat hij de drie kunstenaars op hun Surinaamse afkomst heeft geselecteerd. „Het zijn drie Amsterdammers.”

„Het was een voorstel zonder respect voor de integriteit van het werk van Stanley Brouwn”

Tempel denkt dat zijn plan de nabestaanden van Stanley Brouwn wellicht heeft overrompeld. „Het bleek voor hen nog te vroeg.” Hij benadrukt dat hij vooraf contact heeft opgenomen met de Antwerpse galeriehouder Micheline Szwajcer. „Zij had aanbevolen: wacht even op de uitkomst van de competitie, voordat je het plan deelt met de weduwe. Achteraf had het misschien eerder gemoeten. We wonnen en dat bleek een dag later bekend te worden gemaakt.” Zelf wil Szwajcer beamen nog ontkennen dat het zo is gelopen.

Wie in elk geval niet van het plan op de hoogte was gesteld, was de Brusselse galeriehouder Jan Mot, die net als Szwajcer het werk van Brouwn vertegenwoordigt en contact onderhoudt met diens weduwe. „Het was een voorstel zonder respect voor de integriteit van het werk van Stanley Brouwn”, zegt hij. „Die zou zo’n voorstel nooit hebben aanvaard. Het was niet in overeenstemming met zijn werk.” Voor hem is het probleem opgelost nu het werk van Stanley Brouwn uit de tentoonstelling is gehaald.

Volgens Birgit Donker, directeur van het Mondriaan Fonds, heeft zij overwogen de shortlist opnieuw te beoordelen, of de hele procedure opnieuw open te stellen, ja zelfs de hele inzending af te zeggen en het paviljoen leeg te laten. „Besloten is het aangepaste plan voor te leggen aan de jury. Die vond dit nog steeds het beste plan van de shortlist. Immers, het eerbetoon aan Brouwn blijft in stand door juist de leegte te benadrukken die hij heeft achtergelaten.”

Werk van Mark Manders, in een Venetiaanse supermarkt, op de Biënnale van 2013 Foto ANP/ Bas Czerwinski

Als straks de Biënnale van Venetië heeft plaatsgevonden, en al het stof is neergedaald, zal het Mondriaan Fonds volgens Donker de procedure weer tegen het licht houden. Belangrijkste vraag in die evaluatie zou moeten zijn: hoe transparant is de huidige selectiemethode?

Daar mankeert het inderdaad aan. Bij voorgaande edities kon het publiek nog meediscussiëren over de ingediende plannen. Dit jaar mocht de jury niets loslaten over haar beraad. Daardoor weet niemand waarom het gewijzigde voorstel van Benno Tempel toch doorgaat.

Correctie (4 juni 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd de achternaam van Micheline Szwajcer foutief geschreven als Swajcer. Dit is hierboven aangepast.

    • Gretha Pama
    • Sandra Smallenburg