Norse heer eert het verleden

Beelden in de stad Er is nergens zoveel kunst op straat als in Rotterdam. Voor deze serie kozen Rotterdamse redacteuren van NRC een beeld. Deze week: de norse man.

Zelfs ‘pleintje’ is een te groot woord voor de ruimte op de kruising van Claes de Vrieselaan en Schermlaan in de wijk Middelland. Het is meer een mislukte rotonde. Het overtollige asfalt aan de zijkanten is handig voor korte parkeerders: buurtjongens die vanuit de auto met vrienden willen praten of Hikmet Unal, de lokale pakketbezorger van PostNL.

In het midden rijst een bronzen kop uit een cirkel van bakstenen. Alleen de kale schedel, wenkbrauwen en het bovenste deel van ogen en neus zijn zichtbaar. Het is voldoende om een norse man te tonen, en een imposant lichaam onder de straat te suggereren. Misschien is het zelfs het topje van een ruiterstandbeeld, met een ondergronds paard. De norsheid klinkt door in de bijnamen van het beeld: ‘bronzen frons’, ‘koperen ploert’.

„Het is de schedel van mijn oude heer”, zegt kunstenaar Silvia B. in haar atelier in Kralingen. „Zo herinner ik me zijn hoofd: vierkant, met een gefronste blik.”

Begin jaren 90 woonde Silvia B. („Alleen bij de apotheek gebruik ik mijn volledige naam”) in de Aleidisstraat. Met andere kunstenaars werkte ze in Het Wilde Weten in de Robert Fruinstraat. Elke dag passeerde ze de ruime kruising. „Ik vond dat pleintje een oase in het stadsgedruis, een podiumpje dat ergens om vroeg. Het is een plek waar niemand loopt en iedereen naar kijkt. Ideaal voor een beeld.”

In het buurtkrantje zag ze dat er een potje was voor bewonersinitiatieven. Wijkbewoners beheerden de pot en waren enthousiast over haar voorstel. Inspraak leidde wel tot vragen: moet-ie echt zo sjagrijnig kijken? Ja, dat moet, want hij is kwaad over wat hij ziet.

Plan en financiering gingen buiten het Centrum Beeldende Kunst (CBK) om. De beheerder van kunst in de openbare ruimte stond aanvankelijk niet te juichen („Kan het niet in een parkje?”), maar werkte later mee. Het budget van 6.000 gulden ging op aan het bronsgieten bij een klokkengieter in Asten. Het CBK betaalde de bestrating, Silvia B. legde de overige kosten zelf bij. Op 28 augustus 1994 werd het beeld onthuld.

De eerste jaren werd het beeld buiten de canon van publieke beelden gehouden, zegt Silva B. Het stond er min of meer op proef. Dat veranderde toen kunstpaus Wim van Krimpen bij een debat in het architectuurinstituut zei dat hij dit het enige geslaagde beeld in de openbare ruimte vond. Silvia B: „Daarna is het beeld officieel overgedragen aan Rotterdam. Toen hoorde ik bij de canon.”

Trespa tegen de gevels

Om ruimte te laten voor bijnamen kreeg het beeld alleen een werktitel. Ode aan het Oude is ook de titel van een tekst die Silvia B. schreef over haar inspiratie voor het beeld. In de tekst keert ze zich tegen de stedelijke vernieuwing van begin jaren 90 die geen respect toonde voor de liefdevol gebouwde herenhuizen van de Claes de Vrieselaan. „Maar geheel overschaduwd door deze tijd / is hun schoonheid bijna niet meer te zien.”

Silvia B. nu: „Het was de tijd dat huizen in Rotterdam werden gerenoveerd door trespa in babykleurtjes tegen de gevels te plakken. Zo lelijk. Mijn beeld is een ode aan de oude huizen, maar ook aan mijn oude vader. Hij had een computerzaak en kon niet tegen de nieuwe, onbeleefde manier van zakendoen. Ik vind nog steeds dat jeugdigheid te veel wordt verheerlijkt. Ouderdom heeft ons veel te bieden.”

De gebruikte materialen getuigen van respect voor de oorspronkelijke omgeving: rode bakstenen, groen geglazuurde steentjes, koperen brievenbussen en deurknoppen. De geglazuurde steentjes zijn authentiek, ze komen van een gemeentelijke werkplaats. Met de 13de-eeuwse dijkenbouwer Claes de Vriese heeft de kop niets van doen. „Al verwijst de stenen rand rondom wel naar een historische molensteenkraag, voor wie dat er in wil zien.”

De bronzen frons is een bescheiden beeld, een schijnbaar achteloos accent tussen voorbij razende auto’s. Een enkele keer zoekt een passant toenadering, of klimt een kind op de schedel. Silvia B. juicht dat laatste toe: „Zet er maar een mijter op, gebruik het, dat is goed.”

Juist die ingetogenheid is belangrijk voor haar. „Ik hou van beelden die opgaan in de omgeving. Kunst die je zelf moet ontdekken, voor de oplettende voorbijganger. Mijn beeld Ultra in Groningen, van tien jaar later, is het omgekeerde, dat trekt juist de aandacht. Voor dit beeld moet je meer je best doen. Als je van de ‘verkeerde’ kant komt zie je alleen een halve bol. Maar als je beter kijkt en ziet wat het is, blijft het je bij.”

Het beeld draagt ook een geheim met zich mee, verklapt Silvia B. Vijf jaar na de plaatsing zorgde een joyrider voor een deuk in de schedel en moest het beeld worden verwijderd om het te herstellen. Bij de herplaatsing hebben twee bevriende kunstenaars een niet te noemen kleinood in het beeld verstopt. Het geheim ligt in een kuiltje van ultramarijn, het mooiste blauw dat er is.

    • Mark Duursma