Nederlands stempel op ECB wordt steeds zwakker

Ondervertegenwoordiging Verhoudingsgewijs werken steeds minder Nederlanders bij de Europese Centrale Bank. Dat is slecht voor de Nederlandse invloed.

Werknemers van de ECB pauzeren tussen de twee kenmerkende torens op de eenentwintigste verdieping. Foto Felix Schmitt

Bij de machtigste instelling van de eurozone is de Nederlandse invloed tanende. In de twintig jaar dat de Europese Centrale Bank (ECB) nu bestaat, is het aandeel Nederlanders binnen de totale staf aanzienlijk afgenomen, zo blijkt uit cijfers die NRC bij de ECB heeft opgevraagd. Op 1 juni 1998 werd de ECB opgericht, op 1 januari 1999 was zij operationeel. Op die laatste datum was 4,7 procent van de ECB-medewerkers Nederlands. Op 1 januari 2018 lag dit percentage op 3,2.

De daling komt niet alleen door de uitbreiding van de Europese Unie. Burgers van alle EU-landen, niet alleen van eurolanden, mogen werken bij de ECB. Er kwamen dus ook, onder meer, Polen naar Frankfurt. Maar het Nederlandse aandeel in de ECB-populatie is ook gedaald als je het afzet tegen hoeveel Nederlands kapitaal er in de bank zit.

In 1999 had Nederland verhoudingsgewijs meer mensen (4,7 procent) dan kapitaal (4,27 procent) in de ECB. Nu heeft Nederland juist minder mensen (3,2 procent) dan kapitaal (4 procent). Nederland raakte ondervertegenwoordigd, met name na de crisis. Het aantal ECB-medewerkers verdubbelde sinds 2008 tot meer dan 3.300, maar Nederland wist maar zo’n veertig mensen extra naar de ECB te krijgen. Nu werken er ruim honderd Nederlanders.

Nederlandse opvattingen

Ook al zitten Nederlanders niet in Frankfurt namens hun land, maar namens de hele eurozone, ze brengen wel hun opvattingen mee. Grote besluiten op monetair terrein, over zwakke eurolanden en over banken worden voorbereid op stafniveau. De Nederlandsche Bank (DNB) stimuleert medewerkers dan ook om bij de ECB te gaan werken. Ook de Rijksoverheid probeert interesse te wekken voor vacatures bij de ECB.

Dit lijkt steeds minder te lukken, zo merken de Nederlanders die al langer in Frankfurt werken. De besluiten van het ECB-bestuur, Carin Pronk, hoofd Budget en Controlling bij de ECB, vindt het „heel jammer” dat ze steeds minder landgenoten als collega’s heeft, zegt ze aan de telefoon. „Nederlanders hebben toch een bepaalde manier van denken, een bepaalde stem. Die is pragmatisch, doelbewust en kritisch. Ik hoor dat geluid graag meer bij de ECB.” Toen Pronk bij de afdeling personeelszaken werkte, zag ze het aantal Nederlandse sollicitanten „helaas” elk jaar weer afnemen. Dit terwijl de ECB „aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden biedt” en ook partners van personeel helpt bij het vinden van werk, zegt Pronk.

De salarissen bij de ECB zijn vergelijkbaar met die in Brussel en liggen hoger dan die bij DNB. Desondanks had DNB moeite met het interesseren van werknemers voor een baan bij de ECB, toen die in 2014 zo’n 1.000 man aannam voor het nieuw opgerichte bankentoezicht. DNB organiseerde een hele campagne. Maar privéredenen – het gezin, het carrièreperspectief van de partner – weerhielden veel DNB’ers van een verhuizing naar Frankfurt. Ook bestond de indruk dat de werkcultuur bij de ECB hiërarchischer is dan bij DNB.

Werknemers van de ECB tijdens hun lunchpauze.
Foto’s Felix Schmitt
Foto’s Felix Schmitt
Foto’s Felix Schmitt
Foto’s Felix Schmitt
Foto’s Felix Schmitt
Foto’s Felix Schmitt

Weinig hoge functies

De Nederlandse invloed bij de ECB zit hem niet alleen in het percentage werknemers, maar ook in de functies die zij bekleden. Het beeld wordt daardoor niet beter. Van de 23 directeuren-generaal van de ECB – de hoogste functie onder het bestuur – is er één Nederlander: Luc Laeven, die het directoraat-generaal (dg) onderzoek leidt. De belangrijkste dg’s – economie, monetair beleid en marktoperaties – hebben geen Nederlandse directeuren, ook geen plaatsvervangers uit Nederland.

Uit enkele andere West-Europese landen – Italië, Spanje, Griekenland, Portugal en Ierland – zijn de voorbije jaren juist meer mensen bij de ECB gaan werken. Dat zijn landen die zwaar door de crisis werden getroffen en die de invloed van de ECB aan den lijve hebben ondervonden. Spanjaarden kwamen vooral terecht bij de ECB-tak voor bankentoezicht.

Italianen en Spanjaarden zijn overigens iets ondervertegenwoordigd bij de ECB, afgezet tegen hun kapitaalaandeel. Ook Fransen zijn er naar rato weinig. Het land dat van oudsher zwaar oververtegenwoordigd is bij de ECB is Duitsland, het gastland. Krap 30 procent van het ECB-personeel is Duits, een cijfer dat in twintig jaar vrijwel stabiel is gebleven. Grieken, Ieren en Portugezen zijn er verhoudingsgewijs ook veel. Er werken zelfs meer Grieken bij de ECB dan Nederlanders.

    • Mark Beunderman