Marshmallowtest voorspelt toch niet ons latere gedrag

Psychologie

Amerikaanse onderzoekers herhaalden een fameuze test naar zelfbeheersing bij kleuters van 4,5 jaar oud.

De ‘marshmallow-test’, een van de meest aansprekende testen uit de psychologie, blijkt niet zoveel te voorspellen als werd gedacht, schrijven drie Amerikaanse onderzoekers deze week in Psychological Science.

De test gaat als volgt: leg een marshmallow of een ander snoepje voor een jong kind van 4,5 jaar oud en zeg dat ze er nog een krijgen als ze het snoepje een bepaalde tijd kunnen laten liggen. Ondertussen verlaat de onderzoeker de kamer. Er bestaan aandoenlijke filmpjes van kinderen in totale vertwijfeling, met handen voor hun ogen, soms even stiekem likkend. Het is een simpele test van zelfcontrole, remming van behoeftebevrediging en wilskracht, die al stamt uit de jaren zestig. Echt beroemd werd de test pas in 1990 toen bleek dat kinderen die zich begin jaren zeventig goed beheerst hadden met een marshmallow voor zich op tafel het later op de middelbare school veel beter deden, in prestaties en gedrag. Toen al bleek dat de omstandigheden van de test veel verschil konden maken. Als de deelnemende kinderen van tevoren tips hadden gekregen over hoe ze weerstand konden bieden aan de verleiding, voorspelde de uitkomst van de test ineens weinig meer. Ook was er kritiek dat het hier uitsluitend ging om kinderen van een universitaire crèche in Stanford.

In een herhaling van deze test onder een veel bredere doorsnede van de Amerikaanse bevolking blijkt nu dat het voorspellende effect van de marshmallowtest op latere schoolprestaties en gedrag nog maar de helft is van wat in de jaren tachtig werd gemeten. En als er gecorrigeerd wordt voor het opleidingsniveau van de moeder, thuisomgeving en de vroege cognitieve ontwikkeling van het kind voorspelt de test zelfs niets meer. Het is relevant om rekening te houden met die cognitieve rijpheid van het kind, want het ene kind verwerft sneller zelfbeheersing dan het andere, terwijl dat jaren later niets meer uitmaakt.

Het belangrijkste verschil dat de onderzoekers vonden, was tussen kinderen die minder dan 20 seconden konden wachten en de rest. Al die kleuterinspanningen om nog een paar minuten langer te wachten met het opeten van het snoepje voorspelde dus niets in dit onderzoek, waarbij in totaal 552 kinderen (tien keer zo veel als in het originele followup-onderzoek) waren onderzocht op verschillende momenten tot aan hun vijftiende jaar. De test meet meer dan het vermogen tot behoeftenuitstel maar wat precies is niet helemaal duidelijk, schrijven de onderzoekers.

Andere recente kritiek op de oorspronkelijke test ging over de context van de test: los van de eigen zelfbeheersing moet een kind in de test ook wel het vertrouwen hebben dat de belofte van een extra snoepje ook vervuld zal worden. Heel veel kinderen groeien juist op in milieus waarin de betrouwbaarheid van de omgeving niet bestaat. Ook al heb je dan veel zelfbeheersing, kortetermijndenken is dan toch juist verstandig, aldus de Amerikaanse psycholoog Celeste Kidd, die in 2013 in een onderzoek in Cognition bewees dat je zo de uitkomst van de marshmallowtest sterk kunt beïnvloeden.

    • Hendrik Spiering