Moeders zijn nog altijd vaak de manager van het gezin

Dubbele werkdag Tandarts, zwemles, boodschappen: Vrouwen hebben nog steeds vaker dan mannen een plichtsgevoel als het gaat om het huishouden en de zorg voor de kinderen. Tijd om dat serieus te nemen.

Beeld Vanessa McKeown

De zwarte strepen zaten overal: op de muren, op haar bed en op haar beddengoed. Met de zwarte stift nog in haar hand keek mijn driejarige dochter me afwachtend aan. Ik werd boos. Niet op haar, maar op haar vader. Want die zwarte stift had ik zelf eerder veilig opgeborgen. Hij had haar die, nadat ze daarom had gevraagd, teruggegeven en er daarna niet meer aan gedacht.

Mijn boosheid was onevenredig. Waarschijnlijk omdat het besef een cliché te zijn, confronterend was. De moeder die anticipeert op peutergedrag, en de toegeeflijke vader die dat niet doet. Ik ben een gezinsmanager geworden, degene die thuis het overzicht heeft. Die de steken opraapt die de andere gezinsleden laten vallen en opdrachten uitdeelt: ik stop dat ondergekalkte beddengoed in de wasmachine, jij maakt de muren en het bed schoon.

De zwarte veegjes die her en der nog zichtbaar zijn, probeer ik te negeren. Als ik niet met zulke imperfecties kan leven, héb ik geen leven.

Het lijkt al snel geklaag als het gaat om het zogeheten emotion work, dat door het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt gedefinieerd als: het management van zorg en huishouden en het initiëren van gesprekken over het welzijn van het gezin. Nadenken over opvoedkundige kwesties, bijvoorbeeld, en die bespreken.

Zorgen maken over rode vlekjes op een kinderbeen en dat uitvoerig googlen. Vooruitplannen, lastige onderwerpen aansnijden. Constateren dat de luiers bijna op zijn, het beddengoed muffig ruikt, de groente in de koelkast in rottend groentesap drijft, de kinderschoenen niet meer passen. Bedenken dat kinderen naar een tandarts moeten, de oudste moet worden ingeschreven voor school en dat er een kraamcadeau gekocht moet worden voor gezamenlijke vrienden. Veel van die dingen zelf regelen en daarnaast af en toe vragen: „Wil jij dan even…?”

Wat hij, overigens, altijd wil. Je moet het alleen wel eerst vrágen.

Plichtsgevoel

Maar geklaag of niet, er is reden om het serieus te nemen. Zowel degene die de rol op zich neemt (vaak de vrouw, volgens SCP-onderzoek uit 2016, en diverse internationale onderzoeken) als degene die het zich laat aanleunen (de man). Vrouwen zijn de afgelopen decennia weliswaar veel vaker gaan werken, maar ze hebben daarnaast nog steeds vaker dan mannen een plichtsgevoel als het gaat om het huishouden en de zorg voor de kinderen.

Zowel mannen als vrouwen menen dat dit emotion work meer eigen is aan vrouwen. Uit het SCP-rapport, Lekker vrij: „Emotion work is zowel een reflectie van ongelijke genderverhoudingen als het middel waarmee die scheve verhoudingen in stand worden gehouden.”

De ongelijke verdeling van emotion work is een belangrijk radertje in het Nederlandse ‘systeem’, waarin het merendeel van de vrouwen in deeltijd werkt. Een gedwongen luxe; het kán omdat we welvarend genoeg zijn, en het móét omdat de hele maatschappij erop is ingericht. De schaduwzijde is dat veel vrouwen economisch niet zelfstandig zijn, en er financieel enorm op achteruitgaan na een scheiding. Bovendien worden de meeste hoge posities in het bedrijfsleven nog steeds door mannen bezet.

In Frankrijk gaan bijna alle kinderen vijf dagen per week naar de crèche. Veel Nederlandse ouders gruwen van dat idee. Lees ook ons stuk over de dwang van de Nederlandse deeltijdcultuur

Het is niet zo dat Nederlandse mannen niet geëmancipeerd zijn. Zo werken steeds meer vaders, vooral de hoogopgeleide, in deeltijd om een dag of dagdeel voor hun kinderen te zorgen. Nog altijd doen ze minder zorg- en huishoudwerk dan vrouwen, maar die besteden dan weer minder tijd aan betaald werk.

Opgeteld zijn mannen en vrouwen gemiddeld ongeveer evenveel tijd kwijt aan betaald en onbetaald werk. Alleen, zo bleek ook uit het SCP-onderzoek, de resterende vrije tijd van vrouwen is minder leuk en ontspannen dan die van mannen.

Meer versnipperd, en vaker in het gezelschap van kinderen. Bovendien is onbetaald werk – het huishouden, de zorg voor de kinderen – eenvoudiger te meten dan onzíchtbaar werk. Een van de geïnterviewde moeders uit het onderzoek illustreert dat als ze vertelt hoe zij ’s avonds op de bank met haar partner een film kijkt. Híj ontspant. Zíj denkt intussen aan de werkdag van morgen en maakt lijstjes van wat er de komende dagen door wie moet worden gedaan.

Behoeftes van anderen

Dat heeft een diepere reden dan enkel een huishoudelijke, zegt Renée Römkens, directeur van Atria. Het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis onderzocht voor het SCP-rapport vrije tijd en emotion work. Het gaat niet alleen om, bijvoorbeeld, de feitelijke constatering dat de melk bijna op is en dat er nieuwe gekocht moet worden, maar ook omdat de afwezigheid ervan zou betekenen dat gezinsleden zich ongelukkig zouden voelen. Römkens: „Vrouwen anticiperen meer op de behoeftes van anderen, en handelen daarnaar. Ze zijn proactief in hun empathie, en besteden daaraan gemiddeld meer tijd dan mannen.”

We weten al sinds eind jaren zeventig dat het verschil in opvoeding van jongens en meisjes van invloed is op ons zelfbeeld, zegt Römkens. Ook al zijn vrouwen sindsdien vaker gaan werken, nog steeds ligt de verzorging van kinderen „voor 70 tot 80 procent” in handen van vrouwen. Het zijn tenslotte ook vooral vrouwen die in de kinderopvang en op basisscholen werken.

Daar zit de „bottleneck”, zegt Römkens. „Je krijgt al van jongs af aan het beeld mee dat zorgzaamheid aan vrouwelijkheid is gekoppeld. Het is zeer overtuigend aangetoond dat meisjes daardoor gemiddeld meer gericht zijn op emoties van anderen, en meer belang hechten aan wat anderen van hen vinden.” Daaraan worden andere dingen ondergeschikt gemaakt. „Of men gaat er vanuit dat die niet verenigbaar zijn met een carrière, of met meer ambitie.”

Vrouwen kunnen wel zeggen: mijn partner doet helemaal niks. Maar misschien laten ze het ook wel niet toe

Vrouwen worden, gemiddeld genomen, anders gesocialiseerd dan mannen, zegt Tanja van der Lippe. Ze is hoogleraar Sociologie van huishoudens en arbeidsrelaties aan de Universiteit Utrecht. „Grosso modo zijn vrouwen er meer mee bezig of alles goed gaat in het gezin, ook al verschilt het natuurlijk ook weer tussen vrouwen onderling.”

Dat begint, zoals bekend, al in de jeugd: kinderen die dingen doen die ‘passen’ bij hun sekse – meisjes die met poppen spelen – worden daarin positief gestimuleerd. En ook al is het inmiddels wel minder extreem dan vroeger, zegt Van der Lippe, eenmaal volwassen is dat lastig te veranderen.

Het heeft te maken met het zogeheten doing gender: mannen en vrouwen bevestigen hun eigen gender met hun – aangeleerde – gedrag. „Vrouwen kunnen wel zeggen: mijn partner doet helemaal niks. Maar misschien laten ze het ook wel niet toe. Ze kunnen óók hun mond houden en zien wat er gebeurt. Terwijl mannen zich inderdaad assertiever kunnen opstellen, maar ze het misschien ook wel makkelijk vinden zo. Het is een wisselwerking tussen beiden.” Andersom gebeurt het ook, zegt Van der Lippe: denk aan een vrouw die haar man haar fietsband laat plakken, omdat ze ‘niet weet hoe het moet’.

De dubbele dag

Ruim een kwarteeuw geleden publiceerde de Amerikaanse socioloog Arlie Hochschild het boek The Second Shift. Ze wilde weten hoe gezinnen ermee omgingen dat nu ook vrouwen gingen werken. Wat ze ontdekte, noemde ze de ‘dubbele dag’: de vrouwen kwamen thuis van een dag werken, en begonnen daar aan een nieuwe ronde van - dit keer onbetaald - werk en zorg voor de kinderen.

Ze berekende dat vrouwen elk jaar een extra maand werkten vergeleken met hun partners. Hochschild noemde het een stalled revolution. De revolutie: dat vrouwen gingen werken. Maar hun werkgevers, de mannen bij wie ze thuiskwamen en de overheid veranderden niet of veel langzamer mee.

Er is sindsdien veel veranderd, en toch is het werk van Hochschild nog steeds actueel. Zeker in de Verenigde Staten, waar vorig jaar het artikel ‘Women aren’t nags – we’re just fed up’ uit het tijdschrift Harper’s Bazaar over dit onderwerp veel stof deed opwaaien. Maar ook in Nederland, waar de verlofregelingen voor vaders en moeders zuinig zijn en waar alles is ingericht op deeltijdwerkende vrouwen – denk aan schooltijden en hoge kosten van de kinderopvang. Zelfs al vóórdat ze kinderen krijgen, anticiperen Nederlandse vrouwen op hun zorgtaken en kiezen ze voor deeltijdwerk.

Meer managen op werk

Is het een vrije keuze dat ik eerder dan mijn partner geneigd ben om een werkdag vroeg te beëindigen om de kinderen op tijd te kunnen ophalen van de crèche? Of is het een ‘sociale afspraak’, een gevolg van genderrollen die maar niet doorbroken willen, of kunnen, worden? We zijn ons nauwelijks bewust van de conventies die aan emotion work ten grondslag liggen.

Ook al is er sprake van consensus, aldus het SCP-rapport, toch is er in veel gevallen machtsongelijkheid. „Huishouden, verzorging en koestering vallen volgens Komter [de Nederlandse socioloog Aafke Komter, red.] binnen dominante rolpatronen tussen vrouwen en mannen als vanzelfsprekend aan vrouwen toe, terwijl mannen georiënteerd blijven op betaald werk en een beroepsloopbaan buitenshuis. De vrouw is in die context meer dan de man geneigd om haar leven rondom de zorg voor de gezinsleden te organiseren. De macht van vanzelfsprekendheid werkt door in spraakgebruik, gevoelens, beleving, perceptie, opvattingen en gedrag.”

Nederlandse vrouwen blijven de grootste verantwoordelijkheid voor het gezinsleven en huishouden dragen, en dat wordt ook van ze verwacht. Römkens: „Terwijl anderen bijvoorbeeld de verzorging van de kinderen óók heel goed kunnen doen, zoals in landen als Frankrijk en Zweden heel gewoon is.”

Al zou de keuze daarvoor vermoedelijk wel makkelijker zijn als de Nederlandse kinderopvang ook net zo goed en goedkoop is als in die landen. Daar ligt een taak voor de overheid, zegt hoogleraar Van der Lippe. Verder kan er veel winst worden behaald als de onderwijstijden beter worden afgestemd op de arbeidsmarkt, zegt Römkens. „En werkgevers moeten meer vrouwen laten doorstromen en deeltijdwerken voor mannen makkelijker maken. Het begint met de bereidheid van werkgevers en vakbonden om er een speerpunt van te maken in het beleid. Het gaat om een verschuiving in de arbeidsparticipatie waar heel Nederland belang bij heeft. Er moet aan de voorkant meer worden opgelost.”

En aan de ‘achterkant’? Vrouwen doen de dingen vaak goed, zegt Van der Lippe, maar het is ook belangrijk om de goede dingen te doen – de zichtbare dingen. „Er bestaan talloze leiderschapstrainingen voor vrouwen die hen daarop wijzen. Dat laat wel zien dat vrouwen daar minder alert op zijn.”

Vrij vertaald: thuis iets minder managen en op het werk juist wat méér.

    • Anne Dohmen