Opinie

Ik snap dat de rechter Anne Fabers vader niet wil spreken

Oud-raadsheer reageert op de vader van Anne Faber die de moord op zijn dochter wijt aan een falende rechtsgang. „Druk uitoefenen op een rechter om ontslag te nemen, is een brug te ver.”

Foto Koen van Weel/ ANP, Beeldbewerking NRC

Het leed dat Anne Faber is aangedaan is onmetelijk groot. Bewondering voor haar vader maakte zich van me meester toen ik het interview met hem in de Volkskrant van afgelopen zaterdag las. Ondanks zijn forse kritiek weet hij zijn woede en boosheid in constructieve termen te verwoorden. Dat valt alleen maar te waarderen. Ook goed is dat de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft gezegd hem te willen ontvangen. Het is niet zo lang geleden dat de rechterlijke macht dit soort contacten afhield.

Het gaat hier om een verdachte die in 2011 was veroordeeld voor de verkrachting van twee minderjarige meisjes. Het hof legde daarvoor 11 jaar gevangenisstraf op, nadat de rechtbank hem daarvoor maar óók voor een aantal andere feiten de maximumstraf van 16 jaar had opgelegd. Tbs werd niet opgelegd. Vorig jaar, terwijl hij feitelijk op vrije voeten was, verkrachtte en vermoordde hij de 25-jarige Anne Faber.

De zaak roept – begrijpelijk – vragen op. Tbs met dwang kan in zo’n zaak worden opgelegd. Maar dan moet je als rechter wel hebben geconcludeerd dat het feit de verdachte niet of verminderd kan worden toegerekend. Een diepgaand psychiatrisch onderzoek is daartoe gewenst, maar niet strikt nodig. Als de verdachte over die eerdere feiten heeft gezegd dat hij daar trots op is, kan daaruit minstens een aanwijzing worden geput voor een stoornis. Ik ken de zaak niet en weet daarom niet of in dit geval tbs op zijn plaats zou zijn geweest. Het te gemakkelijk aannemen van gestoordheid kan leiden tot Sovjet-toestanden: het zenden van mensen die je niet bevallen naar psychiatrische inrichtingen. Eerdere reacties op de affaire, zoals in een commentaar van deze krant, leken dat gevaar te miskennen. Men

bepleitte dat het gemakkelijker moest worden mensen naar een psychiatrische inrichting te sturen.

Als rechters stelselmatig te verschillend straffen, valt daartegen wel iets te doen. Zo worden straffen gepubliceerd. Rechters kunnen daaruit afleiden in hoeverre een voorliggende zaak vergelijkbaar is met eerdere zaken en tot welke straffen de collega’s toen zijn gekomen. Er bestaan ook afspraken over bandbreedtes van straffen met overigens de mogelijkheid daarvan af te wijken. Maar dan moet dit wel worden gemotiveerd. Daarnaast vindt ook overleg over straftoemeting plaats. Dat kan ook achteraf tussen de verschillende gerechten die in de zaak waren betrokken, plaatsvinden. Maar dan moet de zaak wel volledig zijn afgerond. Daarom suggereerde ik eerder dat de rechters die in eerste aanleg en in hoger beroep over de huidige zaak oordeelden, bij elkaar gaan zitten om op basis van inmiddels verworven kennis en inzichten na te gaan of ze nu wellicht tot een ander oordeel zouden zijn gekomen. Dat kan niet leiden tot een andere uitkomst van de zaak, maar wel tot verbetering in de toekomst.

Natuurlijk wil de vader van Anne Faber weten hoe Rinus Otte, de voorzittende raadsheer, tot zijn oordeel is gekomen. Maar dat die daartoe niet bereid is, is begrijpelijk. Naast Otte waren er nog twee rechters die in hoger beroep over de zaak oordeelden. Hij kan niet spreken voor zijn collega’s. Verder mag hij het raadkamergeheim niet schenden. Dat Otte in Vrij Nederland eerder in algemene zin heeft gezegd dat rechters veel meer moeten uitleggen aan de samenleving, ontslaat hem niet van die geheimhoudingsplicht.

Het onderstreept nog eens dat rechters voorzichtig met media moeten omgaan. Ze dienen er altijd rekening mee te houden dat hun uitlatingen twijfels kunnen oproepen over hun onbevangenheid in nieuwe zaken. Afwezigheid van vooringenomenheid, onpartijdigheid, dat is een van de pijlers waarop het rechterlijk werk steunt. Natuurlijk, rechters hebben ook opvattingen, maar ze dienen juist elke dag weer te proberen daarvan afstand te nemen en fris naar nieuwe zaken te kijken.

Lees meer over de zaak in het dossier Anne Faber.

In 2013 schreef Otte in Trouw dat hij een „groeiende afkeer van behandelen” had. Je kunt je afvragen of zo’n uitlating een rechter past. Enerzijds hebben ook rechters – binnen grenzen – vrijheid van meningsuiting, anderzijds moeten zij ervoor waken dat hun uitlatingen twijfels oproepen over hun onbevooroordeelde behandeling van zaken die zich lijken te lenen voor oplegging van tbs.

Voor specifieke vonnissen geldt dat de uitleg beter kan worden overgelaten aan persrechters. Die kunnen soms vanuit hun ervaring meer duidelijkheid geven zonder het raadkamergeheim te schenden.

In het interview stelde Faber dat de voorzittende rechter ontslag zou moeten nemen in zijn huidige baan. Dit is een brug te ver. Rechters ontslaan of druk uitoefenen om ontslag te nemen omdat hun beslissingen ons niet bevallen, zou een grote aanslag betekenen op de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Dan moet je er als rechter rekening mee houden dat je oordeel, als dat de goegemeente niet bevalt, tot verlies van je positie kan leiden. Daar zouden rechters op kunnen anticiperen en dan andere oordelen vellen dan men zou dienen te nemen. Dat is ondermijning van de rechterlijke positie.