Opinie

    • Arjen Fortuin

Het gemiste WK haalt het beste in de NOS naar boven

Zap Vroeger was Nederland een voetballand met zeventien miljoen bondscoaches, nu zijn we een land met zeventien miljoen therapeuten. De NOS steunt het herstel van het vertrouwen met de serie ‘De staat van Oranje’.

Jan Zoutman legt zonedekking uit in De Staat van Oranje (NOS)

Wat moet het heerlijk zijn om Belg te wezen. Dan kun je op een donderdagavond in mei met een half oog kijken naar een VRT-programma waarin vier heren met zalm en filet pur drie kwartier keuvelen over de kwaliteiten van Romelu Lukaku – de spits van de Rode Duivels.

Wereldkampioenen, heet het ook nog. Bij de carpaccio werd Herman Brusselmans ermee geconfronteerd dat hij Lukaku (op zijn 24ste al Duiveltopscorer aller tijden) ooit een „sukkelige pottenstamper” heeft genoemd.

Het doet je terugdenken aan de jaren waarin Nederland in juni een land was met zeventien miljoen bondscoaches. Inmiddels zijn we een land met zeventien miljoen therapeuten, die somber hun licht laten schijnen over het hemd waarin de leeuw zo nadrukkelijk te kijk staat.

De NOS steunt het herstel van het vertrouwen met de vierdelige reeks De staat van Oranje. Vorige week trok Jeroen Stekelenburg naar een industrieterrein in Berlijn. Daar werd hij ontvangen door een ongekamde jongeman. Niet het type dat een bal vaker dan zes keer hoog kan houden. Hij bleek echter de uitvinder van een voetbalrobotkooi, waarin spelers eindeloos het aannemen en snel wegspelen van de bal kunnen oefenen. Mario Götze had uren in het ding geoefend; de opgedane vaardigheid verzilverde hij vier jaar geleden bij het maken van het enige doelpunt in de WK-finale.

Voetbaltelevisie zonder mannen met meninkjes – het is duidelijk dat het gemiste WK het beste in de NOS naar boven haalt. Door niet te rade te gaan bij de deskundigen uit het sportmediaconglomeraat, maar bij buitenstaanders die door te kijken en te meten iets wijzer proberen te worden.

Dat werd donderdag bevestigd in de tweede aflevering. Stekelenburg ging op bezoek bij een Portugese voetbalgeleerde, professor Garganta, die vroeger José Mourinho nog in de klas had gehad. „Er is een tijd voor en na Rinus Michels”, doceerde Garganta. „Onder hem was voetbal jazz. Schitterende improvisaties, maar daaronder een prachtige melodie.”

De professor verbaasde zich erover dat er in Nederland nog altijd met mandekking wordt gespeeld: „Een hond kan een man volgen.” Holland verdedigt dus op z’n hondjes. Vervolgens bleek dat er bij de KNVB een in zonedekking gespecialseerde trainer rondloopt, Jan Zoutman. Met een paar bewegingen op het instructiebord liet hij zien hoe een vrij willekeurig Oranje-tegendoelpunt had kunnen worden voorkomen. Kennelijk luistert er niemand naar Zoutman.

De uitzending toonde zich schatplichtig aan het boek De val van Oranje van journalist Pieter Zwart. Er werden drie hoofdproblemen onderscheiden: de manier van verdedigen, de snelheid van spelen en de aanvalsstrategie. (On the bright side: de keepers zijn dus ok.) De zwaktes duikelden daarna over elkaar heen. Nergens ter wereld hebben verdedigers zoveel balcontacten en dan lopen ze ook nog veel te veel met de bal. We zijn wereldkampioen terugspelen.

Voorin is het nog erger. We geven vóórzetten, for crying out loud. Uit statistieken blijkt namelijk dat een voorzet – en dan vooral de klassieke hoge voorzet van de zijkant – volkomen ongevaarlijk is. En die Hollanders de bal maar voor de pot slingeren. Tachtig voorzetten zijn gemiddeld nodig voor een doelpunt. Vrolijk wordt een mens er niet van, maar het verklaart een boel.

Later bleek dat tegelijkertijd bij Veronica het Nederlands elftal 1-1 tegen Slowakije speelde. Pas nadat De staat van Oranje was uitgezonden, kwam Nederland een beetje tot leven. Zouden ze in de rust een stukje hebben laten zien?

    • Arjen Fortuin