Opinie

Help de verslaafde. Verbied het roken

Roken vond roken geweldig. Het hoorde bij hem, maar het kostte hem wel zijn strottenhoofd. Als ex-roker zoekt hij nu naar argumenten om rokers tot stoppen te bewegen. Maar wie is hij om als ex-roker de rokers de les te lezen?

Het gesprek over roken gaat altijd over stoppen met roken, en stoppen met roken gaat altijd over gezondheid. Maar je beseft pas wat dat betekent als je ziek wordt. En dan wil niemand meer naar je luisteren. Dat zeg je omdat je ziek geworden bent, krijg je te horen, alsof je alleen maar een slechte verliezer bent, en: je rookte trouwens wel erg veel.

Dat laatste is waar. Op het laatst zat ik op twee pakjes per dag. Zonder filter.

Ik vond roken geweldig. Ik wist niet beter dan dat ik ervan genoot en dat het bij me hoorde, dat het van wezenlijk belang was voor mijn bestaan: het uitgaansleven en de liefde en vooral het schrijven.

En toen werd ik hees. Waarschijnlijk een poliepje, zei de dokter. Maar het was kanker. Op de stembanden. Met meer dan negentig procent kans op genezing waren de vooruitzichten gunstig. Maar toen bleek ik tot de tien procent te behoren bij wie bestraling niet aansloeg en moest mijn hele strottenhoofd eruit.

Ex-rokers die anti-rokers worden zijn een vervelend verschijnsel, daar ben ik me van bewust. Aan de andere kant spreekt het nogal vanzelf dat wanneer je stopt met roken, helemaal wanneer je noodgedwongen stopt, door zoveel schade en schande wijs geworden als ik, je kijk op de zaken verandert.

Niet de eerste weken. Ook niet de eerste maanden. Wel in de loop van de jaren, wanneer je namelijk van de verslaving verlost raakt. Wat me daarbij het meest verbaasde, om niet te zeggen verbijsterde, was dat het roken op zeker moment volledig uit mijn bestaan verdwenen was, zonder een spoor na te laten.

Op de verminking na. En de verademing.

Want roken is een verslaving. Het is een verademing om ervan verlost te zijn.

Hoe breng je dat de mensen aan hun verstand?

De mensen die nooit gerookt hebben

De mensen die nooit gerookt hebben snappen het probleem niet, als het ze al interesseert. Die zeggen: maar sigaretten zijn toch vies. Inderdaad. Zo ben je snel uitgepraat. Niet zelden zijn ze van mening dat je het best nooit met roken had kunnen beginnen.

Niet beginnen met roken klinkt als iets waar je, al dan niet na ampel beraad, op zeker moment een keer toe besluit. Maar het is iets waar je talloze keren toe moet besluiten, elke keer namelijk dat je in de verleiding komt. Terwijl voor beginnen met roken één keer wel volstaat.

En dat in je kwetsbare jonge jaren, wanneer je nog hoegenaamd niet in staat bent de gevolgen van je daden te overzien.

De overheid wil de jeugd bewust maken van de gevaren van het roken. Maar als er één groep is die zich van de gevaren van het roken bewust is, dan de jeugd wel. Jongeren weten als geen ander dat je aan roken niet moet beginnen.

En dan steken ze toch op.

Lees ook: recensent Thomas de Veen over Melchiors boek ‘Alles wat was’

Juist het feit dat sigaretten vies zijn vormt de valkuil: niemand die voor het eerst opsteekt is bang om aan iets dat zo vies is verslaafd te raken. Eer je in de gaten krijgt dat je naar sigaretten bent gaan hunkeren ondanks dat ze vies zijn, ben je al verslaafd.

Even weinig zinvol zijn de pogingen van de overheid om de jeugd te ontmoedigen door roken duurder te maken. Je eerste sigaretten krijg je, of je bietst ze, en met je eerste pakje doe je zes weken. Eer je in de gaten krijgt dat roken duur is, ben je al verslaafd.

Op het punt van de accijnsverhogingen moet de overheid zich afvragen of ze zich niet aan misbruik, of zelfs uitbuiting, schuldig maakt: ze raakt er vooral de rokers mee, die voor wilsbekwaam gehouden worden maar verslaafd zijn en dus toch wel betalen.

Dat erg veel mensen niet beginnen met roken is waar, maar niet waar het om gaat. Het gaat erom dat erg veel mensen wél beginnen met roken. Nog steeds, elke jaargang weer.

Waarschijnlijk is het enige wat helpt een algeheel rookverbod.

De mensen die roken

De mensen die roken willen niet lastig gevallen worden. Die willen roken. Ze zijn verslaafd. Ze zijn vaak genoeg vertwijfeld, wanhopig zelfs, in paniek, maar willen dat het volgende moment niet meer weten.

Ze zeggen: het is lekker, het is gezellig, het hoort er nu eenmaal bij, het ontspant. Of ze zeggen: het moet kunnen. Klinkt schappelijk genoeg, maar wat is het waard zolang ze geen keuze hebben?

Stel dat de dokter zou zeggen: u mag geen chocola meer eten, of: probeert u eens een week geen melk te drinken. Het zou vervelend zijn, misschien af en toe moeilijk, maar u zou het doen.

Bij roken is daar geen sprake van. Zelfs een paar dagen niet roken behoort niet tot de mogelijkheden. Mensen die roken moeten roken. Ze zijn verslaafd.

De argumenten van de rokers om te roken zijn geen argumenten, het zijn excuses, waar ze in geloven omdat ze niet weten hoe het is om niet te roken en waar ze aan vasthouden omdat ze geen keuze hebben. Als je aandringt, worden ze kwaad.

De mensen die gestopt zijn met roken

Dan heb je de mensen die gestopt zijn met roken. Dat is een beetje een moeilijke groep. Ze snappen het probleem wel, maar voor hen speelt het niet meer en eigenlijk willen ze er ook niet te veel meer aan herinnerd worden.

Over het algemeen vinden ze dat stoppen niet onmogelijk is. Opvallend vaak menen ze bovendien dat stoppen helemaal zo moeilijk niet is. Ook dat is logisch: zij zijn immers gestopt, dus hoe moeilijk kon het zijn?

Ze vergeten dat het geheugen erg goed is in het wegfilteren van onaangenaamheden. De ellende waarmee het stoppen gepaard ging onthoud je niet, of in elk geval betekent die ellende in de herinnering niet meer zo veel. Je onthoudt vooral hoe blij je was toen het ten slotte lukte om van die smerige gewoonte af te komen. Dus zeggen ze tegen de rokers: moet je ook doen, stoppen is geweldig. Waarop de rokers denken: zout op. Heb je een asbak?

Dat het de een wel, of zelfs zonder veel moeite, lukt om te stoppen met roken betekent niet dat dat ook voor de ander geldt. Het vermogen om te stoppen met roken wordt slechts zeer beperkt bepaald door wilskracht en is in hoge mate afhankelijk van aanleg, omgeving en omstandigheden. Naar verluidt bedraagt het aandeel van de genen zelfs zestig à tachtig procent.

Vervolgens gaat het niet om de mensen die er wél in slagen te stoppen met roken. Het gaat om de mensen bij wie het niet lukt. Of pas als het te laat is. Alleen in Nederland al zijn dat er nog altijd miljoenen. Zelfs onder de mensen die ziek zijn geworden van het roken is er nog een grote groep die er niet in slaagt het roken te staken.

En lees dan ook: voormalig literair recensent Arjen Fortuin over Melchiors boek ‘De tijd is op’

Vaak doet zich bij mensen die gestopt zijn zonder dat ze ziek waren, mensen dus die gestopt zijn om te voorkomen dat ze ziek zouden worden, het wat verwarrende verschijnsel voor dat er twee zaken door elkaar lopen. Ze weten wel dat het om de gezondheid gaat, maar die is nog op geen enkel moment acuut in het geding geweest en blijft dus een enigszins abstract gegeven. Daardoor kan het gaan lijken alsof het stoppen een doel op zich is. Je krijgt dan mensen die met enigszins neerbuigende achteloosheid geluk hebben voor eigen verdienste houden: ze laten zich erop voorstaan dat ze met daadkrachtig ingrijpen de rampspoed hebben afgewend en vergeten dat wat zij gerookt hebben bij een ander wél volstaat om ziek te worden. Zelf hadden ze er trouwens ook ziek van kunnen worden. Dan hadden zij nu in het ziekenhuis gelegen terwijl de ander zich op de borst had staan kloppen.

Helemaal ongelijk hebben ze niet. Als je stopt met roken en de kanker blijft uit, is je probleem opgelost. Maar zolang de jeugd nog massaal begint met roken, zolang nog een kwart van de bevolking rookt en zolang er nog elk halfuur iemand aan de gevolgen van het roken overlijdt, heb je er het grote probleem in elk geval niet mee opgelost.

De mensen die ziek geworden zijn van het roken

Dat brengt me meteen bij de vierde en laatste categorie, de mensen die ziek geworden zijn van het roken. Die voelen zich schuldig en schamen zich. Bovendien heb je vaak niets aan ze omdat ze ziek zijn, dat wil zeggen: te verzwakt om nog een vuist te kunnen maken. Het is wat dat laatste betreft op schrijnende wijze tekenend dat veel rechtszaken tegen de tabaksindustrie niet tot een afronding komen omdat de aanklager voortijdig overlijdt.

Lees ook: roken tot je grote teen eraf moet

Roken is verslaving en verslaving is zwakte, of wordt althans als zodanig ervaren: vandaar de schaamte. Vandaar ook dat het gesprek over roken zich bijna altijd tot bijzaken beperkt, maar die niet zo gevoelig liggen.

Totdat je ziek wordt.

De schaamte van mensen die ziek zijn geworden van het roken is de schaamte van alle rokers, maar die niet langer kan worden verhuld.