Recensie

Eigenlijk onverdedigbaar, maar wát een briljante auto

De Subaru Impreza gaat volstrekt niet mee met de tijdsgeest. Maar roemt hem: het is een voortreffelijk gemaakte auto.

Subaru Impreza bij Subaru Aalsmeer Foto Merlijn Doomernik

Die Subaru Impreza doet echt alles wat je van de tijdgeest na moet laten. Om te beginnen kan een turboloze motor het bij het journaille schudden. Men zal betogen dat hij de souplesse van zijn concurrenten mist. Klopt. Zonder turbo moet hij toeren maken om zijn maximale trekkracht te bereiken, die bij de Impreza op maar 150 newtonmeter ligt. De turbo’s van de concurrentie blazen er minimaal 200. Met navenante voordelen: veel kracht bij lage toerentallen en dus minimale geluidsoverlast. Een eyecatcher is de Impreza evenmin. Het design is een conformistische formaliteit; een hatchback als zovele.

Met standaard vierwielaandrijving is ook de goedkoopste Impreza al fors duurder dan een instap-Golf, hoewel het volgepakte topmodel completer is dan welke Duitser ook voor net geen 35 mille: leren bekleding, elektrisch schuifdak, elektrische bestuurdersstoel, uitgebreide multimedia- en assistentiesystemen. Subaru – het zijn echt rare jongens daar – geeft openlijk toe dat het zware 4×4-systeem tot een iets hoger verbruik leidt. Daarmee stijgt ook de verbruiksgerelateerde CO2-uitstoot; 153 gram per kilometer, tegen 106 voor een Golf met een moderne driecilinder turbo. Een energielabel F is niet van deze tijd.

Waarom ik deze theoretisch onverdedigbare propositie toch verdedig?

Omdat het een fantastisch gemaakte auto is van een merk dat niet-cosmetische prioriteiten consequent boven opportunistische consumentenverleiding stelt. De constructieve uitgangspunten zijn onwrikbaar. De platte boxermotor met zijn lage zwaartepunt verbetert het weggedrag, de vierwielaandrijving borgt een veiligheid die bij Subaru sowieso op hoog niveau staat. Het merk won prijzen voor Eyesight, een veiligheidssysteem dat de omgeving met twee camera’s achter de voorruit in de gaten houdt en in noodsituaties op de rem trapt. Dat kunnen er meer, maar dit systeem blijkt opmerkelijk goed te werken. De twee camera-ogen zitten overigens Subaruesk onmodieus naast de binnenspiegel: ze zien eruit alsof ze er al vijftig jaar zitten.

Niet elke Subaru-regel volgt hij even trouw. Jaren terug hoorde ik een toespraak van een Subaru-manager over het uitzicht rondom. Dat wilden ze niet aan achteruitkijkcamera’s en dodehoeksensoren overlaten. Ze hechtten belang aan oogcontact met de buitenwereld. Juist op dat punt is de Impreza door zijn scheppers in de steek gelaten. Het driehoekige miniraampje in de C-stijl is een halfbakken kijkgat in een forse dode hoek. Anderzijds is hij voor een compacte hatchback bovenmodaal ruim achterin. Bij elke stuurbeweging voel je dat uitgebalanceerde onderstel. Hij is voortreffelijk afgewerkt. Dit is een wagen die je koopt om zijn verborgen kwaliteiten.

Tintelfris

Maar wie doet dat tegenwoordig? De auto is een wegwerpartikel dat een leasetermijn meegaat. Daarna stap je over op de volgende modetrein. Niemand denkt: ik wil dat hij over vijftien jaar nog tintelfris is. De eerste eigenaar zal zijn duurzaamheid niet ondervinden. Hij laat zijn Impreza na vijf of tien jaar met een gerust hart aan de volgende koper over, die het even normaal vindt dat hij nog een of meer decennia probleemloos doorrijdt. Na tien jaar, schrijft Subaru trots, is nog 96 procent van de Subaru’s op de weg, „niet zelden met kilometerstanden van meer dan drie ton”.

Maar het bewijs levert een derdehands Subaru niet als rijdende reclamezuil in onverbeterlijke BMW- en Golf-wijken. Hij gaat onzichtbaar in de schaduwwereld van de brave burgerij op en neemt zijn best bewaarde geheim mee zijn graf in. In die zin is zijn duurzaamheid een onverkoopbaar argument. En daarom blijft Subaru hier te lande marginaal. Omdat dankzij zijn levensduur van één Subaru generaties profiteren, hoeven ze er maar heel weinig te bouwen. Dat scheelt trouwens weer bakken CO2-uitstoot door autofabricage.

Ook ik ben door de turbocultus zo gehersenspoeld dat ik denk: 114 pk voor 1.376 kilo massa, dat zal wel afzien worden. Niks ervan. Door de traploze automaat, die de auto bij optrekken rumoerig maakt maar altijd het optimale toerental voor je kiest, is hij sneller dan de cijfers suggereren. Op papier matige prestaties – topsnelheid 180 kilometer per uur, acceleratie 0-100 in 12,4 seconden – compenseert hij met sportieve wendbaarheid. Dit is een echte Subaru, een schijnanachronisme dat pas schittert als zijn mededingers op het kerkhof liggen.

Helaas komt hij in het tijdperk van de energietransitie net te laat om die genade te verzilveren. Nu staat hij op het punt te worden ingehaald door de elektrische Europeaan die hij voorheen op Ausdauer versloeg.

    • Bas van Putten