Raad voor Cultuur: dans moet toegankelijker en diverser

Sectoradvies

De Raad voor Cultuur ziet in Nederland veel liefde voor dans, die zich niet vertaalt in kaartverkoop. Dat moet anders.

Voorstelling van het Nationaal Ballet in theater Meervaart in Amsterdam. Foto Michel Schnater

De pluriformiteit, toegankelijkheid en zichtbaarheid van het dansaanbod moet beter, stelt de Raad voor Cultuur in een advies over de danssector. Het advies is gericht aan de minister van Cultuur Ingrid Van Engelshoven, andere overheden en de sector zelf.

De danssector is klein van omvang, stelt de raad, „maar daarbinnen tekent zich een grote rijkdom af aan vormen en stijlen. Ook constateert de raad „liefde voor dans van de Nederlandse bevolking”. Maar het probleem is dat die liefde „vreemd genoeg, relatief weinig wordt vertaald in bezoek aan dansvoorstellingen op podia en festivals of op locatie”. Om de kloof tussen dans en publiek te dichten doet de raad een reeks voorstellen voor aanpassingen in beleid, onderwijs, productie, programmering, marketing en publieksbenadering.

De raad adviseert de minister het reisbeleid van de vier door het Rijk gesubsidieerde dansgezelschappen te onderzoeken. Het Nederlands Danstheater en Het Nationale Ballet reizen relatief weinig, uit kostenoverwegingen. Verder oppert de raad het idee om vrije producenten die zonder subsidie werken te vragen ook hedendaagse en klassieke choreografieën te produceren. Een vrije sector in de dans ontbreekt nu nagenoeg.

Om de pluriformiteit te bevorderen zouden gezelschappen en productiehuizen vaker andersoortige makers kansen moeten geven, zoals „makers met een cultureel diverse achtergrond, makers afkomstig van mbo-opleidingen, makers die dans combineren met andere kunstdisciplines, makers die nieuwe presentatievormen ontwikkelen”. De minister wordt gevraagd om nieuw beleid te ontwikkelen met subsidie op maat, waarbij gezelschappen en makers „al naargelang hun profiel en ambitie” extra geld kunnen aanvragen voor specifieke taken.

Een probleem is dat de danssector een „relatief hoog instapniveau” heeft, terwijl „een brede laag aan toegankelijk aanbod ontbreekt”. Daarom pleit de raad voor op de regio afgestemde voorstellingen. Daaruit volgt de vraag aan het Fonds Podiumkunsten meer te letten op de rol van gezelschappen in de regio en op inspanningen „op het gebied van educatie, participatie, maatschappelijke inbedding, publieksonderzoek” bij het verstekken van subsidie.

Het sectoradvies dans past in een serie van tien sectoradviezen van de raad. Veel knelpunten, geopperd in de adviezen voor de sectoren theater en muziek, zijn hetzelfde in de dans: matige arbeidsomstandigheden, moeizame relaties tussen producenten podia, gebrek aan aandacht voor culturele en sociale diversiteit binnen organisaties en programma’s en de noodzaak om meer aandacht te besteden aan educatie, talentontwikkeling, archivering en ontsluiting, reflectie en debat.

    • Ron Rijghard