Digitale munten oogsten op de cryptofarm in IJsland

Cryptovaluta Het cryptomuntenbedrijf Genesis Mining heeft overal ter wereld enorme hallen met computers staan die digitale valuta ‘delven’. NRC liep een dag mee op zo’n cryptofarm.

Mia Molnar is sinds de oprichting van Genesis Mining, in 2013, betrokken bij het cryptovalutabedrijf. Inmiddels is het, met meer dan twee miljoen klanten, een van de grootsten ter wereld. Foto Maral Noshad Sharifi

Het geluid in de cryptofarm is zo hard, dat het lijkt alsof je onder een opstijgend vliegtuig staat. Mia Molnar van Genesis Mining, een van de grootste cryptovalutabedrijven ter wereld, loopt in een loods langs honderden computers.

„Het verandert hier allemaal zó snel”, roept ze met grote oorbeschermers op. „De laatste keer dat ik hier was hadden wij nog een van de eerste farms in IJsland, nu zijn er weer andere bedrijven bij gekomen.”

Buiten slaan bouwvakkers palen in de grond voor de bouw van nieuwe cryptofarms. „Die bedrijven zijn nu pas wakker. Ze lopen vier jaar achter op ons.”

Molnar is sinds de oprichting van Genesis Mining, in 2013, betrokken bij het cryptovalutabedrijf. Inmiddels is het, met meer dan twee miljoen klanten, een van de grootsten ter wereld. Vier jaar geleden besloot het bedrijf een cryptofarm voor het minen van de digitale munt ethereum te openen in IJsland.

Anders dan groenten, creëren cryptovalutabedrijven op deze ‘boerderijen’ munten als bitcoin, ethereum en litecoin. Het proces wordt crypto-minen, of delven, genoemd. Computers lossen op maximale snelheid ingewikkelde cryptografische puzzels op en dat vergt veel rekenkracht en energie én verklaart het harde geluid. Genesis Mining verkoopt dat minen – wat het bedrijf met een knipoog goudmijnen noemt – via de cloud. De jaarlijkse opbrengst van het minen wordt wereldwijd geschat op 4,88 miljard euro, de kosten op 2,95 miljard.

De eerste dag dat ze hier aankwamen, vier jaar geleden, was het buiten zonnig, herinnert de 30-jarige Molnar zich. „Toen we een half uur later naar buiten liepen lag er alweer een laag sneeuw.” Dat vaak verrassend koude IJslandse weer en die koele Arctische wind zijn ideaal voor crypto-miners. Het land is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest populaire plekken voor cryptoboederijen. De laatste maanden besluiten steeds meer bedrijven om in IJsland een farm te beginnen. The Washington Post schreef in februari dat er een verzoek per dag komt. De bedrijven zijn op zoek naar plekken met een koud klimaat, goedkope stroom en snel internet – allemaal nodig voor de enorme energieconsumptie van het minen. Omdat er veel warme waterbronnen in de IJslandse grond zitten, waar duurzame energie van wordt opgewekt, is de stroom hier goedkoop. Ook heeft IJsland, met 337.000 inwoners, geen gebrek aan ruimte.

Naast een militaire basis

Net buiten het internationale vliegveld in Keflavik staat een oude militaire basis, herkenbaar aan zes bunkers die nu vol vieze oude wc’s, verroeste apparaten en andere troep staan. IJsland heeft geen leger maar sinds 1951 wel een verdrag met de Verenigde Staten dat voorziet in de Amerikaanse verdediging van het NAVO-lid. Tijdens de Koude Oorlog werden Russische vliegtuigen en onderzeeboten vanuit IJsland in de gaten gehouden. In 2006 werd de basis ontruimd. De laatste tijd zijn er meer cryptobedrijven die het gebied naast de oude militaire basis gebruiken om een cryptofarm op te zetten.

Zomaar het terrein betreden kan niet. De loodsen, die achter een hoog ijzeren hek staan, worden dag en nacht goed bewaakt, ook die van Genesis Mining. Zonder paspoort en afspraak kom je niet binnen. En een afspraak krijgen is al moeilijk.

Lees ook: Alles wat je wilt weten over bitcoin maar nooit durfde te vragen

Genesis Mining ontvangt liever geen pers, pas na wekenlang aandringen lukt het NRC uiteindelijk om een rondleiding te krijgen. Hoe meer mensen er langskomen, hoe makkelijker geheimen naar buiten komen. „Een foto van de hardware zou ons design al kunnen verklappen”, zegt Molnar.

Bij aankomst blijkt dat ze hier speciaal voor is overgevlogen uit München. „Het is niet zo dat we in al onze farm-landen met ons team op kantoor zitten.” Alles wordt vanaf een afstandje bestuurd met behulp van camera’s en software. Beveiligers en technici, die door een ander bedrijf zijn ingehuurd, blussen de dagelijkse figuurlijke brandjes.

Wereldwijd heeft Genesis Mining meer dan honderd werknemers en het staat geregistreerd in IJsland en Hongkong.

Rijen luidruchtige computers

De laatste tijd is er in IJsland veel zorg over de veiligheid van de farms nadat, eind vorig jaar, een groep criminelen tijdens vier verschillende inbraken, honderden mining-computers – ter waarde van 1,7 miljoen euro – had meegenomen. Eind februari werden de vier verdachten van ‘Big Bitcoin Heist’ opgepakt. Een van hen, de 31-jarige Sindri Stefansson, vluchtte in april uit de gevangenis, en stapte in een vliegtuig naar Zweden. Toevallig zat hij in hetzelfde toestel als de IJslandse premier Katrin Jakobsdottir, die op weg was naar een ontmoeting met de Indiase premier Narendra Modi. Dat bleek allemaal achteraf, niemand had iets door.

Op 22 april werd Stefansson in het centrum van Amsterdam opgepakt. In IJsland zijn de criminaliteitscijfers heel laag. In de cryptowereld zijn ze geschrokken. „Hier iets verderop hebben ze computers gestolen, niet bij ons”, zegt ze. „Ik denk dat we ons altijd meer zorgen hebben gemaakt om hackers dan om mensen die de computers zouden stelen.”

Mede dankzij al die spannende verhalen over cryptofarms stelt het bijna teleur om te zien dat een cryptofarm niks anders is dan een loods met rijen luidruchtige computers. Omdat die snel oververhit raken, wordt er vanuit de rechtermuur van de loods koude wind naar binnen geduwd, die eerst langs gigantische wapperende filters gaat, zodat er geen stukjes zand of stof mee de computers in waaien.

„We hebben zelf software ontwikkeld die verhitte apparaten opspoort”, legt Molnar uit. Genesis Hive, heet het. Een van de reparateurs van het bedrijf, een jongen van 18 jaar die intern is opgeleid, heeft het softwareprogramma aanstaan en loopt met een iPad langs alle computers. Op het scherm van zijn ‘heatmap’ ziet hij hier en daar rode lichtjes branden, dan gaat hij er meteen naar toe om de oververhitting te voorkomen.

In de loods staan rijen met honderden computers, waar grafische kaarten in vastzitten – dat zijn de werkpaarden van de mining-installaties. Molnar, die voor de achtste keer in deze loods is, en er trots rondloopt, legt alles wat te maken heeft met het mining-proces stapsgewijs uit. Maar ze wil niet alles delen.

De cryptowereld doet zich open en toegankelijk voor, maar is nog best geheimzinnig. Zo wil Molnar niet vertellen hoeveel datacenters Genesis heeft, en in welke landen het bedrijf precies zit. „We hebben een cryptofarm op bijna alle continenten, behalve Australië en Antartica”, zegt ze. En ze zegt dat Genesis farms heeft die tien keer zo groot zijn als de plek die we vandaag bezoeken – maar ze wil niet vertellen hoeveel. „We willen natuurlijk niet dat concurrenten dan ook meteen achter ons aan komen, net als in IJsland gebeurde.” Maar ze maakt zich geen zorgen, ze waren er vroeg bij. „Jarenlang heeft ons team alle mines geïnnoveerd, steeds weer sneller en efficiënter gemaakt.” 

Begonnen in een studentenflat

Zoals vaker bij jonge succesvolle bedrijven begon Genesis Mining thuis, in een studentenflat in het Duitse München, waar de wiskundige Marco Streng woonde. De Hongaarse Molnar, destijds student marketing, was zijn huisgenoot. „Marco is zo’n slimme wiskundenerd die ook nog eens extreem sociaal is.” Ze vertelt over Kerstavond eind 2013, het studentenhuis was een kerstdiner aan het voorbereiden. De eerste grafische kaarten die Streng online had besteld werden thuis bezorgd. „Hij begon meteen te bouwen en vergat met ons mee te eten”, zegt Molnar. Lachend: „Die avond zijn we hem kwijtgeraakt aan cryptovaluta.”

Streng startte thuis met zijn eerste bitcoin-mine maar had de kennis om het te delen met anderen, zegt ze. Meer en meer mensen raakten geïnteresseerd en vroegen of hij ook voor hen kon minen. Even later opende hij met een groep vrienden de eerste farm in een oud warenhuis in een arm Bosnisch dorp. „Niemand begreep echt wat we aan het doen waren.” Ze vertelden nieuwsgierige bewoners dat de farm een grote wasserette was, vandaar de rook die uit het gebouw opsteeg.

Vanwege het warme klimaat was het ventileren van de farm in Bosnië te duur; ze gingen op zoek naar nieuwe locaties. Een gunstig klimaat is dus belangrijk, zegt Molnar, maar het land waar je een farm opent moet ook een stabiele democratie zijn. „En dat land moet zin hebben om cryptobedrijven te verwelkomen. Tot nu toe was IJsland erg vriendelijk tegen ons. Het trekt veel investeerders aan, maar dat kan natuurlijk veranderen.”

De afgelopen tijd is er veel kritiek op de grote hoeveelheid energie die cryptofarms verbruiken. Door sommige technici wordt er nu aan alternatieve manieren gewerkt om cryptovaluta te minen, die minder energie-intensief zijn. De munt ether, die Genesis Mining hier creëert, kost per transactie ongeveer eenderde van de energie van de bitcoin, dat is nog steeds veel.

Volgens sommige berekeningen zou bitcoinmining meer energie verbruiken dan de hele IJslandse samenleving. „Als je ziet hoe klein het land is, verbaast me dat ook niet”, zegt Molnar. „Je moet naar het grotere plaatje kijken”, zegt ze. Hoe er nu wereldwijd transacties plaatsvinden, zonder tussenkomst van een bank. De bankenindustrie verbruikt wereldwijd ook veel energie, zegt ze. „Hier vinden de transacties peer to peer plaats en ze zijn veilig.”

Gaan ze nog nieuwe cryptofarms openen in IJsland? „Zeker niet”, zegt Molnar. „Nu iedereen hier naartoe verhuist is het voor ons een stuk minder aantrekkelijk om hier te zitten. Wij hebben alweer betere plekken gevonden.” Waar dan? „Veel verschillende plekken”, zegt Molnar. Ze lacht. „Waar, zeg ik niet.” 

    • Maral Noshad Sharifi