Column

De zoveelste ‘trasformismo’ van Italië

De hysterie van de eurocrisis was terug, deze week. Door de politieke chaos in Italië buitelden ‘markten’, politici, profiteurs en speculanten van allerlei kunne (en met allerlei agenda’s) over elkaar heen. Het leek wel alsof niemand meer normaal kon of wilde nadenken. Alsof we alleen nog adrenaline konden halen uit exit- en doemscenario’s. De hardste schreeuwers kregen zendtijd.

We weten dat de kans dat Italië failliet gaat, gering is. We weten dat Italië de eurozone niet verlaat: twee derde van de Italianen wil erin blijven. We weten ook dat de eurozone Italië er niet uit kan zetten. Anders dan Griekenland is Italië te groot voor dit soort dreigementen.

Of de nieuwe regering voor sentimentele salto’s gaat of voor gezond verstand, moet nog blijken. Maar de onderstromen veranderen in Italië nooit, schrijft de Duitse journaliste Petra Reski in het artikel Vier Mythen auf dem Prüfstand, dat tijdens de vorige regeringscrisis, vorige zomer, werd gepubliceerd door de Deutsche Gesellschaft für Auswertige Politik. Het stuk is lang, maar verduidelijkt een hoop.

Volgens Reski, die sinds 1991 in Venetië woont, is het ongeveer elk jaar crisis en chaos in Italië. Het land heeft 68 regeringen gehad sinds de Tweede Wereldoorlog. Steeds roept iedereen dat het land een ‘Trasformismo’ doormaakt. Maar die transformatie heeft meer weg van het motto van Tomasi di Lampedusa’s boek De Tijgerkat (1958): „Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft.” Politieke partijen veranderen van naam, maar de protagonisten blijven dezelfden. Eerst werd Italië decennialang geregeerd door christendemocraten (Andreotti zat in 33 regeringen), daarna door socialisten en vervolgens door ‘buitenstaander’ Silvio Berlusconi. Maar Berlusconi was helemaal geen buitenstaander. Hij sloot allianties met iedereen. En iedereen met hem. Bewijzen voor zijn maffiaconnecties, zijn offshorebedrijven en zijn leugens over beide zijn er legio. Toch werkten links, rechts en het midden met hem samen. Ten slotte dwongen Merkel en Sarkozy Berlusconi tot aftreden. Zelfs daarna regeerde hij indirect door: premier Matteo Renzi ging in zee met Berlusconi’s rechterhand. Deze smeedde een pact tussen beide politici.

Het lijkt wel alsof niemand meer normaal kan of wil nadenken

„Stel je voor,” schrijft Reski, „je leeft in een land dat veertig jaar door Andreotti geregeerd is en twintig jaar door Berlusconi. Een land waarin bijna dagelijks politici worden opgepakt wegens bedrog, corruptie of steun voor de maffia. Een land dat de laatste twintig jaar zonder oppositie zat, omdat ook die banden met Berlusconi had.” Voeg daarbij 40 procent jeugdwerkloosheid, banken die nauwelijks krediet geven en een staatsschuld van 130 procent. Wat doe je, als er dan een komiek opstaat die ‘politieke startups’ begint „om ecologie en economie te bespreken, en milieu en consumentisme, en groei die geen groei is? Wat doe je, als hij de privatisering van water bekritiseert, of de maffia die vuilnisophaal als politiek wapen gebruikt?” Juist. Dan begin je opnieuw te dromen dat de stal op een dag wordt schoongeveegd.

Grillini zijn geen engelen, schrijft Reski. Er zitten rare types tussen. Beppe Grillo maakt overal spektakel van. Maar één ding onderscheidt hen van de rest: ze hebben geen banden met de maffia. „En dat is het probleem.” Mainstream media verketteren hen als fascisten, Berlusconi-aanhangers, Lega-aanhangers, pedofielen, geestelijk gestoorden, racisten, terroristen, communisten. „Veel buitenlandse media nemen dit over. Hoe hadden Duitsers gereageerd als Italiaanse media de opkomst van de Duitse Groenen in de jaren tachtig zo hadden weggezet?” Denk van de Groenen wat je wilt, schrijft Reski, maar „ze hebben de Duitse politieke cultuur wel helpen veranderen.”

De Lega Nord, geallieerd met Berlusconi, zal alles doen om de Grillini te laten struikelen. Dit is het eeuwige probleem van Italië, en daarmee van Europa: „Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft.”

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.