opinie

    • Frits Abrahams

Bang voor zweet

Het was zo’n onverwachte vraag dat ik even dacht dat ik hem verkeerd had verstaan. Het gebeurde op een zomeravond die aanvoelde als een klamme deken om je toch al verhitte lichaam.

Ik liep met mijn vrouw over de Prinsengracht, toen twee luchtig geklede vrouwen van een jaar of twintig ons tegemoet kwamen. Ze bleven staan en één van hen vroeg zonder aarzeling aan mijn vrouw: „Heeft u deodorant?”

Vroeger vroegen ze dan: „Heeft u een vuurtje?”, maar dát durft niemand meer.

Mijn vrouw keek haar verbouwereerd aan. „Nee, niet bij me”, zei ze.

„Jammer”, zei de vrouw, en ze liepen weer door.

„Daar begrijp ik nou niks van”, zei mijn vrouw, „de winkels zijn nog open, ze kunnen om de hoek zó deodorant kopen.”

Ik voelde me, net als vrijwel iedereen tegenwoordig, een beetje gediscrimineerd omdat de vraag niet aan míj was gesteld, alsof ze er vanuit waren gegaan dat mannen liever stinken dan lekker ruiken. Als dit vooroordeel in sommige feminiene kringen nog bestaat, wil ik het met kracht bestrijden.

De tijd dat de man er geen bezwaar tegen had naar een volle kist met bedorven haringen of stervende otters te ruiken, is immers zo goed als voorbij. Het komt steeds minder vaak voor dat je in openbare ruimten voorzichtig moet zijn met het inademen door je neus. De moderne man bewerkt, nadat hij zijn ijdele baardje wat heeft bijgetrimd, elke morgen braaf zijn oksels met het deodorantrollertje. Het kan altijd van pas komen.

Bleef de vraag wat er met die twee vrouwen aan de hand was geweest. We hielden het erop dat ze een avondje wilden stappen en bang waren dat hun ’s morgens opgebrachte deodorant uitgewerkt was. Vermoedelijk kwamen ze van buiten Amsterdam en hadden ze er geen rekening mee gehouden dat er in het centrum ’s avonds nog winkels geopend waren.

Opeens werd de deodorant hét gespreksonderwerp tijdens onze avondwandeling. Ik vroeg me af of Odorex nog bestond, dé deodorant van mijn ouders, de eerste ook die ik zelf gebruikte toen ik op de dansles overmatig begon te zweten. Mijn vrouw bleek – zo kom je nog eens wat van elkaar te weten – in haar jeugd hetzelfde middel te hebben gebruikt. Ze was turnster en haatte de ongemakkelijke zweetplekken in de kleding waarmee die sport gepaard kon gaan. Toen kwam Odorex in haar leven en werd alles anders. (Odorex mag deze zin als reclameslogan gebruiken, maar liefst zonder bronvermelding.)

Ze vroeg of ik wist wat sousbras waren – nu we het toch over zweten hadden. Ik moest het antwoord schuldig blijven, tot mijn teleurstelling, want op taalgebied word ik niet graag afgetroefd. Ze had hier een voorsprong, omdat haar zus haar veel over kleding had geleerd. Sousbras, doceerde ze losjes, zijn lapjes die in de armsgaten van japonnen en mantels worden genaaid om doorzweten te voorkomen.

Een vrouw passeerde ons in een nadrukkelijk wolkje van parfum. Die gebruikte deodorant mét parfum, wist mijn vrouw; ze prefereerde zelf een neutrale geur.

„Zeg, je gaat hier toch niet over schrijven?” vroeg ze opeens, „dat interesseert jouw lezers toch niet?”

„Wel degelijk”, antwoordde ik, „neem van mij aan dat geen krantenlezer zó lekker ruikt als de NRC-lezer, ook sous les bras.”

    • Frits Abrahams