Als de kandidaat meewerkt, is de scan uitgebreider

Onderzoeksbureau Een integriteitsonderzoek gaat met vragenlijsten en open bronnen. „Soms blijkt dat ze alleen hun propedeuse hebben.”

Foto Koen van Weel/ANP

Alsof je bij de dokter komt voor een controle. Zo wordt de integriteitsscan van de Holland Integrity Group (HIG) weleens ervaren, zegt Frank Erkens. Hij is partner bij het bureau dat de afgelopen maanden de kandidaat-wethouders van twee gemeenten screende: Almere en Woerden. Daarnaast onderwerpt het bedrijf onder meer bestuursleden van beursgenoteerde ondernemingen aan integriteitstests.

Erkens: „In principe zijn er twee mogelijkheden. Op basis van wat mag volgens privacywetgeving en het risicoprofiel van de functie wordt aan de betrokkene wel of geen toestemming gevraagd. In dat laatste geval kunnen alleen openbare bronnen gecheckt worden zoals gegevens uit het Kadaster en handelsregister en in mindere mate sociale media.” Werkt een kandidaat wel mee, dan begint het onderzoek met een lijst met vragen op zes gebieden: onder meer over hun financiële situatie, werkervaring, nevenfuncties en thuissituatie. De ingevulde antwoorden worden vervolgens eerst geverifieerd en daarna besproken met de kandidaat.

Lees ook: De wethouder wordt nu veel beter gescreend

In een uitgebreider integriteitsonderzoek kunnen de te benoemen wethouders ook aan een psychologisch onderzoek worden onderworpen. Dit levert meer informatie op over mogelijk toekomstige risico’s die met de persoonlijkheid samenhangen. Almere koos voor deze optie. Er wordt een gedragsprofiel opgesteld op basis van vragen en interviews door recherchepsychologen. „Bedoeld om te zien hoe iemand met stress en druk omgaat en of bijvoorbeeld extra coaching nodig is.”

Desgevraagd stelt Erkens dat bij de huidige kandidaat-wethouders in Almere en Woerden niets gevonden werd wat benoeming als wethouder in de weg staat. Toch komt het weleens voor dat uit de screening mogelijke conflicten naar voren komen. „Mensen zijn dan betrokken geweest bij rechtszaken, hebben een verleden met drankgebruik of vertelden niet de gehele waarheid over hun opleidingen. Dan zetten ze op hun cv dat ze een opleiding hebben gedaan of werkervaring hebben, maar blijkt dat ze alleen hun propedeuse hebben of dat ze niet door de proeftijd zijn gekomen.”

Het bureau legt die bevindingen dan voor aan de kandidaten. Als er door de eigen research een ander profiel van de kandidaat naar voren komt dan op basis van de antwoorden uit de twee tests, dan is het aan de kandidaat om aan te tonen waarom datgene wat is gevonden hun functioneren niet in de weg staat. Erkens: „Het uiteindelijke rapport wordt, na feedback en akkoord van de kandidaat, naar de raadsgriffier gestuurd. Meestal is dat een formaliteit, slechts bij één op de tien gevallen is de kandidaat het inhoudelijk niet eens met het rapport.”

    • Jorg Leijten